Partners Desert Storm dragen miljarden bij

ROTTERDAM, 26 jan. - Sinds het begin van de Golfcrisis hebben de belangrijkste landen die de kosten van de geallieerde strijdmacht in het Golfgebied dragen, in totaal meer dan 56 miljard dollar toegezegd, waarvan een deel voor economische steun aan derde landen.

De kosten van de operatie tegen Irak belopen volgens Washington een half tot een miljard dollar per dag, waarvan de grootste deelnemende landen het deel voor hun eigen troepen betalen. Het leeuwedeel van de kosten is de eerste tien dagen van de oorlog door de Verenigde Staten betaald.

De volgende bedragen in dollars zijn toegezegd- besteed: Japan 13 miljard Saoedi-Arabie meer dan 15 miljard (inclusief eigen kosten, steun aan derde landen en gratis verstrekking brandstoffen en voedsel aan de geallieerde legereenheden) Koeweit 18, 5 miljard, waarvan gisteren 13, 5 miljard werd toegezegd voor de eerste drie maanden van 1991, (inclusief steun aan derde landen) Ver. Arab. Emiraten 1 miljard Duitsland 3, 3 besteed, wordt zeker 5, 3 miljard, waarschijnlijk belangrijk hoger Groot-Brittanie heeft voor het begin van de oorlog twee miljard dollar aan kosten gemaakt en draagt de dagelijkse kosten voor de eigen eenheden. Frankrijk heeft voor het begin van de oorlog 1, 2 miljard dollar besteed en draagt ook de dagelijkse kosten van zijn bijdrage. Nederland heeft tot nu toe ongeveer 100 miljoen gulden betaald. Daar kan 100 tot 150 miljoen bij komen als Nederland het Amerikaanse leger gratis munitie verschaft. Duitsland en Nederland overwegen deze extra bijdrage samen te verstrekken.

Behalve voor de oorlog zelf is voor de landen in de Golfregio die het zwaarst lijden onder de economische gevolgen ervan hulp ter waarde van in totaal 13, 5 miljard dollar toegezegd.

De hulp is bedoeld ter compensatie van de economische schade die deze landen lijden doordat overboekingen van gastarbeiders uit Irak en Koeweit zijn weggevallen, de olieprijzen de afgelopen maanden zijn gestegen en de handel in het Midden-Oosten vrijwel volledig is opgedroogd.

De grootste hulpbedragen zijn bestemd voor de drie zogenoemde frontlijnstaten, Egypte (4 miljard dollar), Turkije (2, 3 miljard dollar) en Jordanie (0, 5 miljard dollar). Voor de drie landen samen is nog een ongespecificeerd bedrag van 4 miljard dollar beschikbaar. De rest van de toegezegde hulp (2, 6 miljard dollar) is bestemd voor Syrie, Marokko, Libanon, Somalie en Djibouti.

Behalve Saoedi-Arabie, Koeweit en Verenigde Arabische Emiraten) betalen de EG en de EVA-landen, Canada, Zuid-Korea en Japan er aan mee.

Ruim de helft van het hulpbedrag (8, 9 miljard dollar) is afkomstig van de drie Arabische landen, waarvan een deel in de vorm van gratis olie. De EG-landen dragen 2, 3 miljard dollar bij, waarvan een derde deel uit de EG-begroting komt en de rest bestaat uit bilaterale schenkingen. Nederland levert een bijdrage van 57 miljoen dollar. De EVA-landen hebben gezamenlijk 200 miljoen dollar toegezegd, Canada 66 miljoen, Korea 100 miljoen en Japan 2 miljard dollar.

Van het totale bedrag van 13, 5 miljard dollar is tot nu toe 6 miljard dollar besteed, 7, 5 miljard dollar is toegezegd. De bedragen hebben betrekking op 1990-91. Los van deze hulp hebben de ministers van financien van de zeven belangrijkste industrielanden afgelopen maandag in New York in beginsel besloten om 14 miljard dollar van de buitenlandse schuld van Egypte (totale schuld 50 miljard dollar) kwijt te schelden.