Parlement mijdt moreel debat over Golfoorlog

Nederland is dus sinds vorige week in oorlog. Nee, zegt de jurist tevens minister van buitenlandse zaken Van den Broek.

“Wij zijn betrokken bij een militaire handeling in het kader van het herstel van de internationale rechtsorde op basis van uitspraken van de Verenigde Naties.” Materieel maakt het weinig uit. Sinds de vroege ochtend van 17 januari opereren de in het Golf-gebied aanwezige Nederlandse marineschepen onder Amerikaans commando ten behoeve van “escorte -en luchtverdedigingstaken” voor de anti-Irak alliantie. Vanaf die dag mogen de Nederlanders, zonder toestemming vooraf van Den Haag, op de vijand Irak schieten.

Het is de uitkomst van een proces dat begon toen Nederland vorig jaar augustus fregatten naar de Golf stuurde en eindigde op 15 januari toen het ultimatum van de Veiligheidsraad tegen Irak afliep. Zo eenvoudig ligt dat, maar zo eenvoudig is het helaas in de nationale politiek nooit besproken. Vandaar de steeds hoger oplopende frustraties in de achterban van de PvdA. Waar zijn 'onze mensen' in Den Haag in hemelsnaam mee akkoord gegaan, is nu de klemmende vraag bij het kader.

Vanaf twee augustus vorig jaar, de dag van de inval van Irak in Koeweit, was het standpunt van de Nederlandse regering duidelijk. De “Iraakse agressie” betekende een “flagrante schending van de soevereiniteit van Koeweit”. Elf dagen later besloot het Nederlandse kabinet, daarbij gesteund door alle fracties in de Tweede Kamer minus die van Groen Links, twee fregatten naar de Golf te sturen om het door de VN afgekondigde embargo tegen Irak kracht bij te zetten.

Interessant is wat PvdA-woordvoerder Melkert toen tijdens een ingelaste vergadering van de Tweede Kamercommissies voor buitenlandse zaken en defensie daarover zei: “De regering heeft een zware verantwoordelijkheid genomen met de beslissing twee schepen naar de Golf te zenden. Mijn fractie is bereid in die verantwoordelijkheid te delen ook om bij te dragen aan een zo groot mogelijke consensus in het land die van belang is nu een gevoelige en wellicht gevaarlijke inzet wordt overwogen. De vrijheid hierover en over een verdere inzet te oordelen, wordt ingeperkt door de instemming met de uitzending van de schepen. Mijn fractie is daartoe bereid omdat de situatie in de Golf dat vereist”.

NIET OPGELET

Melkert gaf het in feite zelf aan: De PvdA passeerde op dat moment het 'point of no return'. Dat hij toen niet namens zijn fractie sprak (de meeste PvdA-Kamerleden waren nog met vakantie), maar slechts namens de paar in het land aanwezige buitenlandspecialisten en de fractieleiding, wreekt zich nu.

De oorlog die vorige week is uitgebroken, inclusief de aanvallen van Irak op Israel, werd al in de eerste weken van de Golfcrisis voorzien. “De mislukking van de gespreksmissie van de VN bevestigt ons dat de opties om het conflict tot een vreedzame oplossing te brengen uiterst beperkt zijn”, zei Melkert op 4 september tijdens het eerste plenaire debat in de Tweede Kamer over de Golfcrisis. PvdA-ers die zich nu plotseling verrast voelen, hebben gewoon niet opgelet.

Het gaat inmiddels al lang niet meer om louter marineschepen. Er staan Nederlandse Patriots in Turkije opgesteld, er ligt een aanbod aan Israel voor Patriots, een veldhospitaal met medisch personeel is onderweg naar Saoedi-Arabie, er zit medisch personeel in de Verenigde Arabische Emiraten, en voor het versturen van Hawk-raketten en Orion-vliegtuigen is het wachten alleen nog maar op een verzoek uit het oorlogsgebied. Zelfs het sturen van grondtroepen hoeft getuige uitlatingen van vice-premier Kok niet meer op een veto van de Pvda te rekenen. De oorlog is daar en Nederland neemt zijn verantwoordelijkheid. Cynisch wordt al opgemerkt dat de gretigheid van Nederland om mee te doen zo groot is dat 'onze' Patriots al de lucht ingaan zonder dat er maar een Scud is te bekennen.

Bij dit alles overheerst de vraag: wat vinden de volksvertegenwoordigers er eigenlijk van? Is over de Nederlandse betrokkenheid ooit een debat gevoerd op de manier zoals dat twee weken geleden in het Amerikaanse Congres werd gehouden? Wel of geen oorlog, daar ging het om. Bijna geen senator liet zich onbetuigd. “Kan ik de ouders, de echtgenotes en echtgenoten, de kinderen recht in de ogen kijken en zeggen dat hun geliefden hun leven hebben gegeven voor een zaak die van levensbelang was voor de Verenigde Staten en dat er geen redelijk alternatief was? Op dit moment kan ik dat niet”, zei de Democratische senator Sam Nunn en stemde tegen een eventueel militair optreden van de Verenigde Staten tegen Irak na het aflopen van het ultimatum. “De les van de geschiedenis is terug te vinden in de zin: we hadden hem moeten stoppen toen we konden. Hoeveel Engelsen, Fransen en Amerikanen hebben dat niet gezegd over Adolf Hitler na afloop van de Tweede Wereldoorlog. Rekening houdend met die droeve les zeg ik we moeten Sassam Hussein nu stoppen”, zei de Republikeinse senator Ike Skelton en stemde voor militair ingrijpen. De Senaat gaf uiteindelijk met 52 stemmen voor en 47 tegen toestemming voor militaire actie.

CARNAVAL

Het debat in Washington was hetzelfde morele debat dat de afgelopen weken her en der in Nederland is gevoerd behalve dan in de Tweede Kamer. Want de essentiele vraag, namelijk wat is deze zaak ons waard, is op het Binnenhof nooit direct aan de orde geweest. De discussie die nu in besturen van carnavalsverenigingen wordt gevoerd over de vraag of de traditionele optocht onder de huidige omstandigheden wel mag doorgaan, is bijna inhoudelijker dan wat de Tweede Kamer de afgelopen maanden te berde heeft gebracht.

De morele vraag is in Nederland telkens verpakt in procedures. Niet 'wat is deze zaak ons waard', maar 'onder welke vlag varen de Nederlandse schepen in de Golf regio straks' was de kernvraag toen de Tweede Kamercommissies voor buitenlandse zaken en defensie op 13 augustus voor het eerst over de kwestie Koeweit spraken. En vrijdag 11 januari toen in Washington het 'Just war'- debat woedde, draaide in Nederland in wat het cruciale debat heette te zijn, alles om de vraag of het besluit van het kabinet om de Nederlandse schepen eventueel onder Amerikaans commando te plaatsen nu ook het ultieme besluit was.

De fractievoorzitter van Groen Links, Beckers, heeft volkomen gelijk als zij zegt dat het in het Nederlandse parlement heeft ontbroken aan een discussie. “Nederland liet zich stilzwijgend in de oorlog zuigen”, zei zij deze week in de Volkskrant. Zuigen is niet het goede woord, Nederland stapte stilzwijgend in de oorlog. Oorlog is zo erg, dat het blijkbaar niet hardop mag worden gezegd. En als de oorlog vervolgens een feit is, moet Nederland een zijn.

Typerend is de verontwaardiging die ontstond bij de overige fractievoorzitters toen Groen Links zich vorige week donderdag niet wilde aansluiten bij een namens de Tweede Kamer door Kamervoorzitter Deetman af te leggen verklaring over de een paar uur daarvoor begonnen oorlog. Beckers gaf de voorkeur aan een politieke stellingname. De rest van de Kamer vond dat eigenlijk niet gepast.

KNULLIG

Het dissidente PvdA-Kamerlid De Visser heeft de hele gang van zaken vorige week het beste onder woorden gebracht toen hij voor de VARA-televisie zei dat Nederland “op een knullige manier de oorlog in is gerommeld”.

Nog een paar weken dan is het in de Tweede Kamer tijd voor de 'Tussenbalans'. Dan kan er weer een inhoudelijk debat worden gevoerd over de eventuele koopkrachtachteruitgang met 0, 15 procent in 1992 voor bejaarden met een klein pensioen. Dat is tenminste hanteerbaar.