Moskovskije Novosti

Moskovskije Novosti, 23 januari Ooit propagandablad voor het buitenland, maar nu een 'onafhankelijke krant' en een der journalistieke plechtankers van de perestrojka en de glasnost. Steunde president-partijleider Michail Gorbatsjov altijd kritisch. Hoofdredacteur Jegor Jakovlev heeft naar aanleiding van de gebeurtenissen in Vilnius twee weken geleden bedankt voor de partij. Enige krant die vorig jaar niet massaal lezers heeft verloren. Oplage: 1, 2 miljoen.

Ik grijp met mijn handen naar mijn hoofd, ga zitten en zie door mijn tranen niets meer. Ik ben net gebeld uit Riga. Om tien uur 's avonds was ik achter de schrijfmachine gaan zitten. Om elf uur werd ik gebeld: de Letse journalist Podineks. Hij heeft ooit mijn boek gelezen. Nee, daar gaat het nu niet om. Mijn hoofd barst uit elkaar. Rustig nu! Of ik word gek, of ik...

Even alles op een rij. Ik ben Jelena Bonner, geboren in 1923, half joods, half Armeens, Russischtalig. Ik droom in het Russisch. De geleerden zijn van mening dat de taal waarin je droomt je moedertaal is. Maar dat slaat op mensen die twee of meer talen beheersen. Een gewone autobiografie. Sinds 1937 ben ik wees. Ik heb vier jaar in het leger gezeten tijdens de verdediging van het Vaderland en van mezelf; oorlogsinvalide tweede categorie. Voor de rest van mijn leven heb ik vreselijk met soldaten te doen. Dat medelijden zat diep in mij weggestopt, of het kneep mij de keel toe toen de oorlog in Afghanistan begon. Daarna kwam onze perestrojka. Wij geloofden in de halve glasnost - de halve waarheid, in de verkiesbaarheid, de kwartverkiesbaarheid, in het streven naar hervormingen. Wij geloofden dat een geheimzinnig iemand de boel tegenhield. We hadden het volste vertrouwen, maar waarschijnlijk niet terecht. Waar kwamen anders vandaag die strafcommando's vandaan in Stepanakert en Ossetie (ik heb het over vandaag, voor alle data is er niet genoeg papier)?

Die zijn niet door moeders gebaard. En waar kwam die man vandaan die met zijn tank op de veertienjarige Loreta uit Vilnius inreed?

Och, 'drie tanksoldaten, die vrolijke vrienden... '.

Nee, ik moet rustig worden! Ik moet! Ik heb een medische opleiding, en verder heb ik Russische taal- en letterkunde gestudeerd. Ik heb de meest treurige specialisatie: onvoldragen kinderen. Het allerheerlijkste op aarde vind ik de eerste schreeuw van een pasgeborene. Wanneer ik 's ochtends op de witte gang van de kliniek kwam en die kleintjes tegen negenen met hun lieflijke hongerkreetjes begonnen, dan betrapte ik mezelf erop dat ik glimlachte en zin kreeg om te gaan dansen. Maar vandaag braakt de televisie tergend een wals van Strauss uit. En dat terwijl het klokkengelui boven Litouwen nog niet is verstomd... Betekent dit dat kameraad Kravtsjenko [hoofd van de radio], een feestje bouwt? Of drijft hij met het hele land de spot? Of is hij soms bij Goebbels in de leer geweest, die, om te zorgen dat het niet stonk naar de rook van Auschwitz, voor heel Duitsland het lied 'Meisje van mijn dromen' draaide?

Rustig nu! De keuze van mijn specialisatie is juist geweest. Ik was er gelukkig mee. Net zoals mijn man met de zijne. In het algemeen is mijn biografie die van een kosmopoliet die had besloten dat het haar land was dat brandde onder de voetzolen van haar medeburgers. Ik heb een paar bijzondere kenmerken: artikel 190-1 'Opzettelijke leugenachtige, lasterlijke verzinsels tegen de Sovjetstaat en zijn maatschappelijke orde... ' Dit artikel hebben ze veranderd, maar mijn veroordeling niet. Misschien terecht? Ik heb twee keer de wet overtreden door steekpenningen te geven. De eerste keer toen mijn broer stierf en mijn moeder zei: 'Ik kan geen crematorium verdragen'. De tweede keer ging het om een grafsteen voor hem. Nu rust in de grond die ik met die steekpenningen heb gekocht Andrej Dmitrievitsj Sacharov, naast mijn broer en mijn moeder. Niet ik heb die plek uitgekozen, maar hij, voor hem en voor mij. Op het pad van de begraafplaats staat een bordje: 'Naar het graf van A. D. Sacharov'. Het lukt me bijna nooit om alleen op het kerkhof te zijn. Voortdurend lopen er mensen. Er is nog geen grafsteen. Ik wilde een steen van gabbro, maar dat lukte me niet. De directeur van de Dolgoproedny-begraafplaats zei dat al het gabbro was gegaan naar het nieuwe KGB-gebouw, en dat ze tegen valuta nog extra hadden bijgekocht. Maar iemand hoorde van mijn problemen en vertelde dit aan de arbeiders van de steengroeve in Zjitomir. Die zeiden dat ze voor Sacharov nog wel wat zouden vinden. En inderdaad.

Rustig nu! Er was een telefoontje uit Riga. Doden. Vier? Opnieuw! En gewonden. Opnieuw! Een tweede telefoontje. Vijf al! De cameraman uit de filmploeg van Podineks is omgekomen. Ik kende hem. Hij is een keer bij ons geweest om Andrej te filmen. Ik was nog boos op ze, omdat ze me er geen cassette van hadden gegeven.

Mijn God! Het is maar goed dat Andrej er niet meer is. Wat had hij gedaan? Was hij naar Vilnius gevlogen? Of naar Tschinvali? Opnieuw naar Karabach, naar Riga? Ja. Zou hij zich voor een tank hebben gegooid? Ja. Zou hij van de Nobelprijs afstand hebben gedaan? Ja. Hij had lak aan alle vredesprijzen. Zou hij hebben opgeroepen tot een politieke staking? Ja. Hij zou alle televisie-, radio- en overige stations hebben gevraagd hun mond te houden als ze niet de waarheid zeiden. Zodat er urenlang een zwijgende nieuwslezer zou zitten? Ja. Zou hij zich tot het Westen hebben gericht? Ja. Maar wat nog meer? Wat? Ja, het is maar goed dat hij toen is gestorven. Hij is in feite vermoord. Maar wel gestorven.

Rustig nu! Niet met je handen naar je hoofd grijpen, maar denken. Denkt u toch allemaal, alstublieft! Alle soldatenmoeders van de Sovjet-Unie, ga onmiddellijk naar het legeronderdeel van uw zoon. Onmiddellijk, zolang je zoon nog niemand heeft vermoord. Soldaten schieten niet op ongewapende mensen. Dat is het werk van beulen. Als hij schiet op de Moldavische Marika of op de Georgische Manana, dan betekent dat: Vaarwel, zoonlief! Hij zal nooit meer dezelfde zijn. Ook al komt hij thuis, wast hij zijn handen en gaat hij aan tafel zitten. Nooit!

In de hele Sovjet-Unie moeten alle voorgangers van alle godsdienstige richtingen zich richten tot alle gelovige soldatenouders en hen vragen naar hun zoon te gaan en zijn ziel te redden. U bent immers met velen. Daar kunnen de zwarte baretten niet tegenop. Want zojuist (21 januari, om 4 uur 's ochtends) was er een gesprek met een regimentscommandant in Kaunas die opgewekt zei dat ze maar een bevel van hun president hoefden te krijgen (en in iedere stad zit zo'n regiment), en ze zouden korte metten maken met alle opperste, regionale, districts- en overige sovjets. In heel Rusland. Ik heb het niet alleen over de republiek Rusland. Neemt u me niet kwalijk. Ook de Oekraine, Oezbekistan, Estland en alle overige voormalige 'broederrepublieken'. Het betreft immers ons allen.

Maar de President rust. Zullen al onze zondagen altijd zo zijn? Het is alsof er een klok in mijn hoofd bonst. En 'vraag niet voor wie de klok luidt... '

21 januari, 6 uur 's ochtends.