Max Gallo: europarlementarier en enfant terrible van links; 'De hele wereldorde bevindt zich in staat van ontbinding'

Links is dood, la gauche est morte. Met pijn in het hart schreef de Franse intellectueel en politicus Max Gallo in september een lijkrede voor het Franse socialisme, dat, zo stelde hij, bijna tien jaar socialistisch presidentschap Regel is te breed voor uitvullen-afbreken niet heeft overleefd.

Vier maanden na de publicatie van zijn boek is het intellectuele enfant terrible van de Parti Socialiste een verbod opgelegd om nog langer namens de partij te spreken. Niet de inhoud van zijn kritische pamflet heeft tot deze disciplinaire maatregel geleid, maar zijn afwijzing van de Franse deelname aan de oorlog in de Golf. Elf andere socialisten trof dezelfde straf.

Gallo (59) - zoon van een Italiaanse gastarbeider, communist in zijn jonge jaren, historicus, auteur van succesvolle romans, biografieen, historische en politieke studies, voormalig staatssecretaris en woordvoerder van de socialistische regering-Mauroy en thans Europarlementarier - is er niet door uit het veld geslagen. De tijd dat hij ervoor voelde namens de partij te spreken is toch allang voorbij. Nu bestookt hij de tobbende socialisten liever met zijn ideeen, want - om de titel aan te halen van een van zijn talrijke boeken - “ Ideeen bepalen alles”.

“Men kan me royeren”, zegt Gallo. “ Maar uit mezelf zal ik niet uit de PS stappen. Elke dag ontvang ik tientallen brieven van socialisten die mijn opstelling in de Golf-crisis steunen. Voor de oorlog begon, was er in elk geval een zeer sterke stroming onder de socialisten die buitengewoon terughoudend was. Binnen de Parti Socialiste is er nauwelijks een debat geweest over de oorlog. Het is toch heel normaal dat over zo'n ernstige zaak uiteenlopende visies bestaan?”

Niet zozeer als Europarlementarier of partijlid, maar als intellectueel met een politiek geweten, werpt Gallo zijn vragen op, grote woorden niet schuwend en zijn eigen verwarring niet verbergend. Hoe moet het verder met het socialisme nu het beginsel van de vrije markt door vrijwel iedereen omarmd wordt? Wat is de identiteit van Frankrijk, en wat kan daarvan overblijven in een verenigd Europa? En als de oorlog in het Midden-Oosten militair eenmaal beslist is, hoe kan dan een vrede tot stand komen op cultureel, politiek en menselijk niveau?

Vanachter zijn met grote stapels boeken beladen bureau, in zijn met boeken beklede appartement aan het Place du Pantheon in Parijs, becommentarieert Gallo links, Frankrijk en de wereld.

LINKS IS DOOD

“Links is dood, de bewijzen stapelen zich op”, schreef Gallo in september. “ We weten het allemaal, maar we durven het alleen nog niet hardop te zeggen - wij die de vaders, de zonen, de minnaars van links waren. We fluisteren het nog slechts onder elkaar. Maar wat weerhoudt ons? De angst om rechts te zien winnen? Maar rechts is er al, en extreem rechts bivakkeert op het kerkhof van onze verloren illusies, vergeten beloftes, verraden idealen en onopgeloste problemen.”

Links heeft de manier gevonden om aan de macht te blijven, aldus Gallo. Ze voert gewoon de ideeen van rechts uit, terwijl ze zich van linkse taal blijft bedienen. De impliciete filosofie van de huidige regering verschilt in niets van die van de liberalen: de rijken moeten rijker worden opdat de armen minder arm worden. Mitterrand krijgt complimentjes van de Financial Times, de franc is sterk, de inflatie laag en alle maatschappelijke tegenstellingen worden toegedekt onder de leuze: 'la France Unie', het verenigde Frankrijk. En het inhoudelijk politieke debat is taboe, want dat kan kiezers kosten.

Met de onberedeneerde hoop van een verbijsterde nabestaande heeft Gallo zijn pamflet nog de titel gegeven La gauche est morte. Vive la gauche! Want, zo betoogt hij, er bestaan nog wel degelijk wezenlijke belangentegenstellingen in de maatschappij, er is nog armoede en onrecht. Dus als links eenmaal begraven is - 'ons links', zegt Gallo - en de rouw beeindigd, dan moet een nieuw links opstaan.

Hoe zo'n herboren links eruit zou moeten zien, kan Gallo echter nauwelijks aangeven. Hij haalt een onheilspellend citaat van de Italiaanse filosoof Gramsci aan: “ Het oude sterft, maar de geboorte van het nieuwe lukt nog niet. In die schemertoestand worden monsters geboren.”

L'apres-Mitterand

Links als ideologie mag in de ogen van Gallo in Frankrijk dood zijn, de Parti Socialiste is vooralsnog alleen verscheurd. Door conflicten over de politieke koers, door botsende presidentiele ambities van de talrijke kopstukken die rijkhalzend uitzien naar l'apres-Mitterrand, maar ook door de Golf-oorlog en de Franse rol daarin. Treffend kwam dat tot uiting toen de pacifisten binnen de partij zich, toen de Golf-oorlog steeds waarschijnlijker werd, tot woede van de partijleiding schaarden rond de minister van defensie.

Deze minister, Jean-Pierre Chevenement, staat bekend als pacifist, nationalist, pro-Arabisch, anti-Amerikaans en is voormalig vice-voorzitter van de Frans-Iraakse vriendschapsvereniging. Geen wonder dat de man weinig enthousiasme kon opbrengen, zoals het weekblad Nouvel Observateur fijntjes constateerde, voor een oorlog op Arabisch grondgebied, tegen een Arabisch land, Irak, en dat alles ook nog onder Amerikaans commando.

Chevenements medestanders in de socialistische partij, verenigd in de groepering Socialisme en Republiek, verklaarden dat “ geen enkele doelstelling van de internationale gemeenschap oorlog noodzakelijk” maakt. Gallo, ook een politieke vriend van de minister, waagde het zelfs deel te nemen aan een manifestatie tegen de oorlog georganiseerd door de communistische partij - die aartsvijand van de socialisten hoopt de pacifistische beweging aan zich te binden om zo haar sterk geslonken aanhang weer enigszins te versterken.

“Ik ben allerminst pacifist”, onderstreept Gallo. “ Ik denk dat oorlog altijd barbaars is, altijd. Maar ik geloof niettemin dat er noodzakelijke oorlogen zijn. Al in 1936 had een oorlog tegen Hitler begonnen moeten worden, dus nog voor de overeenkomst van Munchen in 1938. Maar deze oorlog in de Golf is absurd. Het is een oorlog die geen van de problemen oplost waar ze om is begonnen.”

SOS-racisme

Behalve in de Socialistische Partij heeft de Golfoorlog ook tweedracht gezaaid in een andere linkse beweging. SOS-racisme zet zich sinds 1984 in voor de bestrijding van racisme en de integratie van immigranten en kinderen van immigranten in de Franse samenleving. Met de slagzin 'Touche pas a mon pote' - kom niet aan m'n makker, en het symbool van een open handje, kreeg SOS-racisme grote bekendheid, een trouwe aanhang en daarmee een politieke waarde voor de socialisten. De organisatie en haar voorman Harlem Desir vormden tot nu toe een onofficieel electoraal bruggehoofd van Mitterrand, bij jongeren en migranten.

Maar nu heeft SOS-Racisme, met zijn grote arabische achterban, zich onomwonden uitgesproken tegen de oorlog en de Franse deelname daaraan. Een aantal steunpilaren en belangrijke fondsenwervers van de organisatie - zoals Pierre Berge, directeur van Yves-Saint-Laurent en van de Opera Bastille, en de schrijver-filosoof Bernard-Henri Levy - keerden haar verontwaardigd de rug toe. SOS-racisme zou 'de fout van Munchen 1938' herhalen, en de spanningen tussen de joodse en arabische gemeenschappen in Frankrijk vergroten. De Unie van Joodse Studenten in Frankrijk verbrak “ definitief alle banden met de organisatie, die door haar Munchense houding nu niet meer kan pretenderen racisme en anti-semitisme te bestrijden.”

VERWARRING

De verwarring in het linkse kamp over de Golfoorlog lijkt een symptoom van de door Gallo gesignaleerde teloorgang van links. Maar Gallo wil zelf eigenlijk geen verband leggen tussen die twee zaken. De dood van links, ach, alsof er nu niets belangrijkers is om over te spreken. Door het uitbreken van de oorlog is iedere discussie over links, dood of niet, een stuk minder belangrijk geworden, meent hij.

“Er is nu een scheiding tussen de wereld voor 17 januari en die van na 17 januari. Alles van voor 17 januari is nu geschiedenis. We leven nu na 17 januari. En ik kan nu, tijdens de oorlog, niet meer spreken zoals ik voor de oorlog sprak.” Het komt erop neer dat je nauwelijks nog over iets anders kan spreken dan over de oorlog. “ Ik sta nog steeds achter wat ik over links geschreven heb. Maar de hele wereldorde bevindt zich nu in een staat van ontbinding, in de biologische zin van het woord. Alles wordt anders. Deze oorlog zal blijken een uiterst belangrijke historische wending te zijn.”

In zijn boek verweet Gallo links nog geen keuzes te durven maken. Met historische analogieen illustreerde hij zijn verwijt: “ Men is pacifist en anti-fascist, patriot en stalinist. Dus machteloos. Men is tegelijkertijd voor het republikeinse Spanje en voor non-interventie. Voor het verzet tegen Hitler en voor Munchen”. Nu hoort Gallo zelf tot degenen die er van beschuldigd worden 'munichois' te zijn, voorstanders van een appeasement-politiek jegens Irak. Een onterecht verwijt, vindt hij.

“De situatie van de afgelopen maanden was absoluut niet te vergelijken met de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het Duitsland van Hitler was een wereldmacht, in het hart van Europa, die het hele Europese politieke systeem op het spel zette. Het Irak van Saddam Hussein daarentegen is niet meer dan een regionale macht. De voornaamste gevaren waren: 1. Dat Irak Saoedi-Arabie zou aanvallen en zo de Saoedische oliereserves zou inlijven - een gevaar dat bezworen is door de aanwezigheid van Amerikaanse troepen. 2. Dat de arabische massa's zich achter Saddam Hussein gaan scharen - een gevaar dat door de oorlog slechts is vergroot.

“Oorlog was een risico dat Saddam Hussein opzettelijk heeft genomen, daar ben ik van overtuigd. En de Verenigde Staten hebben gedacht: we kunnen alleen een nieuwe orde in die regio en in de wereld vestigen, als we Saddam Hussein breken. Zo hebben we ons door Saddam Hussein de keuze voor oorlog laten opdringen. Maar het was een absurde keuze. Want straks zitten we met een endemische oorlog, zelfs als straks Irak militair verpletterd is. De politieke gevaren zullen dan juist sterk zijn toegenomen.

“Wat een lokaal conflict was, breidt zich nu uit tot een conflict tussen het Westen en de islam. En het was zeker niet onvermijdelijk dat het zo zou lopen. Men had best kunnen voorkomen dat de islamitische publieke opinie voor Saddam Hussein zou kiezen. Maar deze oorlog bevordert dat proces alleen maar.

“De Amerikanen en de Westerse wereld kunnen misschien wel leven met de vijandigheid van een miljard islamieten. De economie kan misschien blijven functioneren. Maar in zo'n wereld kan geen democratie meer bestaan, en zeker niet in Frankrijk met zijn grote islamitische bevolking. Dan krijg je een wereld van spanning en geweld: meer racisme, meer vreemdelingenhaat.

“De leider van de extreem rechtse partij die we in Frankrijk hebben kan straks zeggen: 'Ik, Le Pen, heb gezegd dat het heel slecht is dat er in Frankrijk zoveel immigranten zijn. Ik heb gezegd dat de joden in Frankrijk de media beheersen. Ik ben van het begin af aan tegen de oorlog in de Golf geweest.' En als de oorlog inderdaad lang gaat duren, zal hij zeggen: 'Ik heb weer gelijk gehad in alles, al deze problemen komen door de Arabieren en de Joden.' Dat is een reeel gevaar, waarvan men zich rekenschap moet geven.”

DE RIJEN GESLOTEN

Net als zijn politieke vriend Chevenement heeft Gallo wel geprobeerd te voorkomen dat Frankrijk zich in de oorlog mengde, maar nu het zover is, legt hij zich schoorvoetend erbij neer. Dus nu moeten de rijen gesloten worden, met een beroep op het Verenigde Frankrijk?

“Het heeft te maken met zoiets als een nationale cohesie in een tijd van grote crisis. We hebben nu soldaten in de Golf, en de beslissing dat ze met de alliantie meevechten is genomen. Het parlement heeft die beslissing goedgekeurd. Dat kun je betreuren, maar zo is het nu eenmaal.

“Je kunt nu niet meer zeggen: er moet zo snel mogelijk een wapenstilstand komen, of we moeten nu onmiddellijk vrede hebben. Dat is misschien wel wenselijk, maar niet realistisch. Het is te laat om aan de oorlog een einde te maken. Want de keuze van zowel Saddam Hussein als van zijn tegenstanders is nu om tot het bittere eind door te vechten. Saddam Hussein wil het conlict nu uitbreiden tot een wereldwijd drama. De Verenigde Staten zullen proberen Irak te breken en zich van Saddam Hussein te ontdoen. Dat zijn de werkelijke doelstellingen van deze oorlog.

“Wat we nu kunnen en moeten proberen is te werken aan een rechtvaardiger orde voor de na-oorlogse situatie. We moeten ons beginnen af te vragen wat er na de oorlog moet gebeuren, hoe de na-oorlogse situatie eruit kan komen te zien. Het grote gevaar is dat de oorlog militair wordt gewonnen - en ik geloof dat deze oorlog inderdaad op het slagveld beslist wordt - maar politiek, cultureel en menselijk verloren wordt.

“Al tijdens de oorlog zouden we een aantal regels moeten definieren voor de na-oorlogse situatie, in Frankrijk en in de wereld. De manier waarop men nu de vrede definieert, zal bepalen wat uiteindelijk de betekenis van deze oorlog zal zijn, de zin ervan. Want het risico is dat na een militaire overwinning de alliantie een soort koloniaal systeem in de regio vestigt. Maar zoiets kan op den duur nooit functioneren. Het is volstrekt illusoir te denken dat je aan het eind van twintigste eeuw nog een protectoraat in de islamitische wereld kan vestigen.

“In Frankrijk moet men zo proberen het respect van de de verschillende religieuze en etnische gemeenschappen voor elkaar te bewaren. We moeten voorkomen dat als uitvloeisel van dit conflict op Franse nationale bodem, in de Franse voorsteden, een soort burgeroorlog ontstaat.

“Maar ook op internationale schaal, en dat is nog belangrijker, moet men al tijdens de oorlog beginnen te definieren wat de perspectieven voor de vrede kunnen zijn. De landen van de coalitie zouden daar althans onderling alvast over kunnen spreken. Natuurlijk is dat verschrikkelijk moeilijk, want de positie van de Amerikanen of van Israel is niet dezelf als die van Frankrijk. Maar in het kader van de Veiligheidsraad zouden nu al voorstellen gedaan moeten worden. Zo zou men zich bijvoorbeeld niet alleen voor een vredesconferentie over het Midden-Oosten kunnen uitspreken, maar ook als beginsel kunnen aanvaarden dat alle minderheden in de regio het recht hebben op vertegenwoordiging - ik denk aan de Koerden, Libanezen, Palestijnen. Een ander element in besprekingen over de na-oorlogse situatie zou moeten zijn: een conferentie over de ontwapening in de regio. Verder kan de wereldgemeenschap nu al uitspreken dat ze in de regio actief de installering zal bevorderen van democratische regimes. In Koeweit, in Irak, Saoedi-Arabie en ook in Syrie.”

Beroofd van zijn geloof in de mogelijkheden van links, lijkt Gallo door de Golf-crisis terug te vallen op een oude waarde die in Frankrijk nog grote geldigheid bezit: La France, La Republique, het nationale belang. “ Het zijn naties die ook in deze crisis de hoofdrol spelen, en dat zullen ze nog lang blijven doen. Voor mij betekent de Golf-oorlog overduidelijk het afsterven van de Europese illusies. Natuurlijk zal de Europese Gemeenschap wel blijven bestaan, het Europees Parlement ook. Maar de Golf-oorlog heeft aangetoond dat Europa politiek gezien volkomen non-existent is in de buitenwereld.

“Er is een wereldomspannende crisis, en waar is Europa? Nergens. Je hebt een Franse diplomatie, een Brits leger, een Nederlandse positie. Maar er is niet zoiets als Europa. Een Europese politieke eenheid, of een gezamenlijke defensie, komt zo natuurlijk niet dichterbij. Integendeel.”

“Uit de gebeurtenissen van de afgelopen weken trek ik de conclusie: Het is absoluut noodzakelijk dat Frankrijk, als natie, een eigen autonome politiek heeft. En dat ze niet een bijrol krijgt in een stuk waar welke andere mogenheid dan ook de hoofdrol speelt. Toetssteeen van onze politiek moet het nationale belang zijn. Bush verdedigt in de Golf ook niet in de eerste plaats het internationale recht of een uitspraak van de Verenigde Naties, maar het nationale belang van de Verenigde Staten.”

En wat verdedigt Frankrijk dan in de Golf?

“Daar ging het mij in de maanden voor de oorlog nu precies om. Wij vonden dat het nationale belang van Frankrijk niet samenviel met het nationale belang van de Verenigde Staten. Het nationale belang is waar elke regering zich door moet laten leiden.”

Toch ontkent Gallo dat nationalisme uiteindelijk de waarde is waarop hij terugvalt. “ Nationalisme, dat woord wil ik juist niet gebruiken. Het heeft zo'n negatieve, rechtse connotatie. Ik spreek liever van nationaal belang en patriottisme.”