Leysen gidst Oostduitsers naar vrije markt

De Belgische topondernemer Andre Leysen helpt het vroegere Oost-Duitsland bij de ontmanteling van de planeconomie. Hij is de enige niet-Duitser die helpt bij de verkoop van vroegere DDR-bedrijven.

Een Belgische industrieel die duizenden Duitse bedrijven in de aanbieding heeft? Jazeker, hij bestaat. Hij heet Andre Leysen (63) en kreeg medio vorig jaar het eervolle verzoek om als enige buitenlander toe te treden tot het vierhoofdige presidium van de Treuhand. Dat is het Duitse overheidsorgaan dat massa's staatsbedrijven in het voormalige Oost-Duitsland moet privatiseren.

Leysens opvallende uitverkiezing stoelt zonder twijfel op zijn imponerende industriele carriere en brede Europese ervaring. Hij leidde onder meer de rederij Ahlers, de Standaard-krantengroep (waarvan hij eigenaar is) en de filmgigant Agfa Gevaert. Nu is hij nog voorzitter van de financiele holding Gevaert NV, commissaris bij reeksen bedrijven waaronder Philips, Bayer AG en Bayerische Motoren Werke, en dus mede-president van de Treuhand.

In zijn kantoor in de Antwerpse buitenwijk Mortsel maakt Andre Leysen geen geheim van zijn intense betrokkenheid bij het streven van de Treuhand om de voormalige Oostduitse economie in de kortst mogelijke tijd te laten overschakelen van een dirigistisch systeem naar een vrije markteconomie.

Hij vertelt: “De Duitsers hebben in tegenstelling tot de Oosteuropeanen niet de optie om dat langzaam te doen. Want sinds de val van de Berlijnse Muur zijn de twee Duitslanden communicerende vaten. Dat wil zeggen: er moet snel welstand naar het oosten worden gebracht omdat anders vele bewoners van het oosten naar het westen zullen gaan.

“Dus zag vorig jaar de Treuhand het licht die het gehele economische bezit van de voormalige DDR overnam om het te privatiseren, te herstructureren en zo nodig te liquideren. Daarbij gaat het om de achtduizend staatsbedrijven met zeven miljoen werknemers; bezittingen van voormalige Oostduitse organisaties zoals officiele vakbonden, volksstrijdkrachten en de Stasi; 45.000 winkels en nog 3, 7 miljoen hectare land, ongeveer de oppervlakte van Nederland. Dat is natuurlijk een gigantisch karwei dat vele jaren zal kosten. Maar in veertien a achttien maanden moet de essentie worden gedaan.”

Hoe vervult de Treuhand zijn taak?

Leysen: “Ik erken dat iedereen de Treuhand kritiseert. Dat zal wel zo blijven tot aan het einde van haar dagen. Want er staan grote belangen op het spel en iedereen houdt er andere opvattingen op na. Zo menen sommige organisaties dat alle staatsbedrijven veel sneller moeten worden geveild. Andere willen het staatsbezit juist langer intact laten en meer geleidelijk ordenen alvorens het te privatiseren. Die geluiden hoor je van vakbondszijde.

“De Treuhand kiest haar eigen weg. Dat houdt in: zo snel mogelijk privatiseren wat te privatiseren is. Belangrijker nog is het herstructureren van bedrijven die in hun huidige vorm niet geprivatiseerd en verkocht kunnen worden. De rest wordt gesloten. Het optimaal afwegen van die drie elementen vormt de essentie van onze taak bij Treuhand.”

Hoeveel van de achtduizend staatsbedrijven zijn er inmiddels verkocht?

Leysen zegt: “Tot nu toe 450, maar dat betekent niet de verkoop van slechts 5, 6 procent want er zijn hele grote bedrijven bij. Niet mag worden vergeten dat wij pas medio vorig jaar aan de slag konden en dat de Oostduitse economie toen leek op een schakelbord waarvan de draden waren afgerukt. Dat moesten wij in het duister zonder gebruiksaanwijzing zien te repareren.

“Het meest verkocht zijn intussen handelshuizen, verzekeringsmaatschappijen en banken. Daarnaar bestaat een grote vraag omdat het vooral gaat om marktaandelen. Veel moeilijker is het om industrieen te verkopen omdat er vaak enorme lasten op rusten - oude schulden, ecologische kosten, herstructureringskosten. Wij moeten het van geval tot geval bekijken, maar globaal kun je wel zeggen dat de hele voormalige Oostduitse economie waarschijnlijk moet worden gereduceerd tot de helft of nog minder.

“Je kunt die economie eigenlijk zien als een boom die volledig verkeerd is gegroeid. Je kunt proberen hem met enorme middelen recht te trekken. In sommige gevallen lukt dat, maar meestal niet omdat hij scheef is gegroeid. Dan kun je het beste kappen en er een nieuwe twijg naast zetten. Kortom, van het huidige bezit in de voormalige DDR is weinig in de huidige vorm te redden. Het ziet er bij nader inzien wanhopiger uit dan men verwachtte.”

Kunnen de liquidatie van oude bedrijven en de opkomst van nieuwe samenvallen?

Leysen: “De Treuhand streeft daar zeker naar want bij het hele veranderingsproces kan het economische criterium niet steeds de doorslag geven. Het moet ook sociaal draagbaar zijn. Maar het probleem blijft gigantisch. Wij schatten dat in de naaste toekomst drie van de zeven miljoen werknemers andere banen moeten zoeken. Van deze groep werknemers komen er twee miljoen uit de industrie. Daar is ook van alles verkeerd gestructureerd.

“Je ziet bij voorbeeld heel weinig mensen in verkoopafdelingen, terwijl de inkoopafdelingen uitpuilen. Dat komt omdat de verkopen in de communistische tijden centraal werden geregeld en de inkoopafdelingen veel mensen nodig hadden die dat konden organiseren. Bij ons is het precies andersom. Ook ingenieursafdelingen zijn meestal veel te groot omdat bedrijven veel onderdelen zelf moesten maken.

“Deze scheefgroei moet worden rechtgebreid. Daarbij komt natuurlijk dat er in de toekomst eenzelfde industriele produktie kan worden bereikt met misschien maar een derde van het huidige werknemersbestand. Velen die hun baan verliezen zullen dus moeten worden ondergebracht in de dienstensectoren. Die moeten worden georganiseerd. En ook dat gegeven bepaalt mede het tempo van de afbraak van de oude en de opbouw van de nieuwe economie.”

Hoe organiseert de Treuhand het veranderingsproces?

Leysen vertelt: “Om de zaak in de hand te krijgen houdt het Treuhand-hoofdkwartier in Berlijn directe controle over een derde van de achtduizend voormalige staatsbedrijven. Voor de 250 grootste hebben wij voorzitters van raden van commissarissen van voormalige Westduitse bedrijven aangetrokken die vervolgens hun eigen raden hebben samengesteld. Bij vele bedrijven zijn ook Westerse managers ingezet. Verspreid over de hele voormalige DDR zijn er vijftien regionale Treuhand-besturen opgericht die zich over de resterende vijfduizend bedrijven ontfermen.

“Ook bij deze, meest kleinere firma's, zijn heel wat Westerse managers ingezet, vaak gepensioneerden die zich spontaan voor enkele jaren beschikbaar hebben gesteld. Uiterlijk 28 februari aanstaande moeten alle achtduizend bedrijven boekhoudingen naar Westerse standaarden kunnen overleggen. Wij hebben die bedrijven gezegd dat zij niet op steun of herstructureringshulp van de Treuhand hoeven te rekenen als dat niet in orde is. Hulp wordt ook geweigerd als er geen voorstellen tot privatisering worden gedaan of geen saneringsplannen worden ontwikkeld.”

Potentiele investeerders in het oude Oost-Duitsland klagen dat de eigendomsproblemen niet zijn opgelost.

“Een zwak punt is dat men vorig jaar in het Duitse herenigingsverdrag de voorkeur heeft gegeven aan restitutie van in beslag genomen bezit boven schadeloosstelling. Daardoor heeft de Treuhand kostbare maanden verloren. Wel is er een belangrijke uitzondering gemaakt voor terreinen en gebouwen die voor economische doeleinden worden gebruikt. De Treuhand mag die wel verkopen.

“De Duitse regering stelt dan voormalige eigenaren schadeloos. Die hebben de zaak echter aangevochten bij het Hooggerechtshof in Karlsruhe. Dat kan elk moment met een uitspraak komen. Als het Hof voorrang geeft aan schadeloosstelling zal veel worden gedeblokkeerd worden. Zo niet, dan is het wachten op nieuwe wetgeving. Dat zal lastig zijn, maar toch begint het probleem zichzelf min of meer op te lossen omdat steeds meer terreinen vrijkomen waarop geen aanspraken gelden.”

Wanneer verwacht u de economische ommekeer in de voormalige DDR?

Bedachtzaam: “Ik zie die ommekeer - of laat ik wat voorzichtiger zeggen een proces waarbij positieve elementen steeds duidelijker worden - in de tweede helft van dit jaar. Een hele reeks van ontwikkelingen zal dan merkbaar worden zoals de inzet van kleinere ondernemers, de effecten van infrastructurele werken, stimuleringsprogramma's, wegenbouw, telefoonaanleg enzovoort. Kortom, de mensen nemen steeds meer initiatieven en ik denk dat de Golfoorlog daarop weinig effect zal hebben.”

Hoe vergelijkt u de privatisering in de voormalige DDR met die in andere Oosteuropese landen?

Docerend: “Laat ik eerst vijf voorwaarden voor succesvolle privatisering opsommen. Dat zijn allereerst de wil onder de bevolking om over te schakelen op een sociale markteconomie; dan de aanpassing van de wetgeving; ten derde voldoende openbare investeringsmiddelen; ten vierde voldoende particuliere investeringsmiddelen; en tot slot de aanwezigheid van ondernemerstalent en managerscapaciteiten. In de voormalige DDR schort het alleen, en dan nog slechts ten dele, aan aanpassing van de wetgeving. In de overige Oosteuropese landen schort het op de laatste drie punten. En in de Sovjet-Unie mankeert het aan alles.”

Dat laatste klinkt wel erg somber.

Leysen op sombere maar gedecideerde toon: “De Sovjet-Unie wordt een steeds meer hopeloos geval. De regering is er besluiteloos en ook de mensen weten eigenlijk niet wat ze willen. Ze zeggen dan dit, dan dat. Er is geen traditie van vrije markteconomie. En het nationaliteitenprobleem moet nog worden uitgevochten. Al die factoren doen mij geloven dat daar nog maar twee opties bestaan: of Moskou trekt de teugels aan en keert terug naar een vorm van milde dictatuur - en de gebeurtenissen van de laatste weken wijzen in die richting; of Moskou laat de teugels geheel los waardoor een al gehavend dirigistisch systeem zich zal oplossen tot een soort wild kapitalisme dat na een overgangsfase door aangepaste wetgeving kan worden geleid in de richting van een vrije markteconomie.

“De eerste optie is uitstel van executie. Men kan nog een schijn van orde en stabiliteit wekken, maar het systeem is verrot en niemand heeft het werkelijk meer in de hand. Het uiteindelijke resultaat zou nog meer verslechtering zijn. De tweede optie impliceert dat Moskou de socialistische doctrine geheel laat vallen. Daar schijnt men nog niet aan toe te zijn. Ik denk daarom dat een nieuw bestel in pijn zal worden geboren. Idealiter zou de Sovjet-Unie moeten desintegreren tot een soort gemeenschappelijke markt die wij in West-Europa nastreven.”

    • Ferry Versteeg