Krasnaja Zvezda

Krasnaja Zvezda (Rode Ster), 19 januari Dagblad van het Sovjet-leger. Spreekbuis van KGB-communique's. Werkt zich op als vertolker van de belangen van de troepen en 'rust en orde'. Hoofdredacteur brigade-generaal Ivan Panov, lid van de CPSU, is tevens volksvertegenwoordiger in de Opperste Sovjet. Oplage: ruim een miljoen.

In een poging om iets te begrijpen van de dramatische situatie in Litouwen, begeeft de voorzitter van het Russische parlement B. Jeltsin zich ijlings naar Estland. Boris Nikolajevitsj veronderstelde blijkbaar dat de citadel van Tallin een beter uitzicht bood dan de heuvels van Moskou. Misschien is dat wel zo. In ieder geval zijn de Verenigde Naties van daaruit dichterbij. Samen met de leiders van de Baltische republieken ondertekent hij een schrijven, gericht aan Zijne Excellentie Perez de Cuellar, met het verzoek de deadline van de Veiligheidsraadresolutie over de Perzische Golf op te schorten, en “ onmiddellijk onder auspicien van de VN een internationale conferentie te beleggen betreffende een regeling voor de problemen van de Baltische republieken”. Alsof de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken al niet meer bestaat. Maar op de persconferentie in Moskou verklaarde B. Jeltsin dat het “ eerder een moreel-psychologische daad” was, “ om ervoor te zorgen dat die stem gehoord zou worden”.

Toch vlogen er bommen en raketten richting Koeweit en Irak. Maar richting Voorzitter van de Opperste Sovjet van de RSFSR [De Russische republiek] vlogen verwijten van 'verraad' van de Russischtalige bevolking van de Baltische republieken; van honderdduizenden 'migranten', 'bezetters' en 'allochtonen', wier rechten op schaamteloze wijze werden gediscrimineerd, wat in feite de aanleiding was tot de rellen in Vilnius. Hierbij zij opgemerkt dat die golf van open brieven aan de Russische leider en al die telegrammen en telefoontjes naar de kranteredacties niet alleen afkomstig zijn van het Russisch sprekende deel van de Baltische bevolking, maar ook uit de republiek Rusland en uit andere Sovjetrepublieken. Gelooft u me, het zijn er vele. Het is onmogelijk ze in een zin te noemen. Ook Boris Nikolajevitsj kreeg post. “ Landsbergis, dat is nog niet heel Litouwen. Jeltsin, dat is nog niet heel Rusland.” Deze steeds terugkerende formulering geeft, denk ik, de hoofdgedachte weer.

De militairen hebben hun eigen zorgen. Die houden in de eerste plaats verband met de verklaring van de voorzitter van het Russische parlement over het oprichten van een Russisch leger, en met de oproep aan de dienstplichtigen uit de RSFSR de Grondwet van de USSR niet na te leven. Deze oproep is door de Estse radio en televisie uitgezonden.

Onlangs kwam er informatie vrij over een zelfgemaakte bom, die over de omheining van een legereenheid in Letland was gegooid. De 'bom' die de leider van Rusland heeft gegooid is in de garnizoenen van het hele land ontploft.

Ik citeer toch maar een telegram, geadresseerd aan de Krasnopresnenski-kade no. 2. Het was afkomstig van matrozen van de Stille-Oceaanvloot, bij wie B. Jeltsin vorig jaar op bezoek is geweest.

“Uw verklaring over de noodzaak een Russisch leger op te richten, zogenaamd voor de verdediging van de democratie, beschouwen wij als voorbereiding om het zoveelste bloedbad aan te richten en uw persoonlijke dictatuur in te stellen. Tegen wie bent u van plan te vechten? Tegen wie moet u zich verdedigen? In de Sovjet-Unie is al een leger dat het vok en het Vaderland verdedigt. Uw oproep aan dienstplichtigen om zich niet te onderwerpen aan de bevelen van de commandanten gaat alle perken te buiten.

“Wij zijn uw verklaring (tijdens uw bezoek aan de onderzeebootbasis in Vladivostok) niet vergeten over de noodzaak van een Sovjetstrijdmacht. Wanneer sprak u de waarheid? De democratie van de Landsbergis-mensen ligt u duidelijk na aan het hart. Ja, tegen zo'n democratie moet het hele volk zeker verdedigd worden.”

Militaire vrienden, met uw goedvinden onderschrijf ik deze woorden. Ook ik herinner mij deze uitspraak. Ja, meer nog, toen de verkiezingen voor het Congres van volksafgevaardigden van de USSR gaande waren, gaf ik mijn stem aan Boris Nikolajevitsj. Dat is een eerlijk iemand, dacht ik, iemand die in ongenade is gevallen en die door de molen van het lot is gegaan. Die zal dan toch wel het volk en de volksziel begrijpen? En toen er na zijn eerste tegenslag, tijdens het eerste Congres van Volksafgevaardigden van de RSFSR, over het lot van de voorzitter van de republiek Rusland werd beslist, heb ik Boris Nikolajevitsj de hand gedrukt (dat was op een maandag, dat weet ik nog goed) en hem van harte succes toegewenst. De volgende dag was hem dat succes ten deel gevallen, door een meerderheid van drie stemmen. Vandaag zou ik een ander mening zijn toegedaan, als ik zo zijn onevenwichtige optreden bekijk, zijn onberekenbaarheid, zijn voortdurende confrontatiekoers ten opzichte van de president van de USSR, waarbij van elke nalatigheid, van elke fout gebruik wordt gemaakt. Ik neem aan dat oude grieven een taai leven hebben. Maar het volk dan? Het is immers de bevolking, de sovjetmens, die zoals altijd de rekening mag betalen.