Ithaka 5

Hoog verheven, op de troon der echte wetenschap, spreekt Bastiaan Bommelje zijn oordeel uit over Goekoops 'Op zoek naar Ithaka'.

Met een nauw verholen superioriteitsgevoel wordt in feite geponeerd dat het allemaal onzin is wat Goekoop beweert: “ Niet omdat zijn argumenten ook maar een begin van vruchtbaarheid zouden hebben (dat hebben ze niet).” Een serieuze argumentatie wordt door Bommelje evenwel vermeden en een wezenlijk aspect van het boek wordt bewust (? ) misverstaan. Schamper wordt genoemd dat volgens Goekoop “ alle nautische informatie op haar plaats valt, dat er zelfs eikeltjes te vinden zijn”. Dit ervaar ik als een kleinerende en dus bijzonder onwetenschappelijke formulering. Het boek noemt namelijk eikels (p. 123), geen 'eikeltjes'. Wat mij nog het meeste verbaast, is de zogenaamde 'centrale cirkelredenering', volgens Bommelje “ zo pontificaal opgeschreven dat zij niet over het hoofd te zien is”. Hier begrijp ik de kritiek niet. Het is toch legitiem om, geheel los van een al dan niet geloven in de historiciteit van de epen, na te gaan in hoeverre het beschreven decor, de landstreek in dit geval, wellicht herkenbaar is? Men mag toch als werkhypothese aannemen dat het door Homerus beschreven decor geen (volledige) fantasie is?

Allereerst moet nagegaan worden of er wel een 'consistent beeld van Ithaka' uit de tekst naar voren komt. Blijkt dat het geval te zijn (Bommelje gaat op deze primaire vraag dus niet in), dan wordt een tweede stap zinvol mogelijk, dan kan men in de werkelijke wereld naar congruentie gaan zoeken. Welke geografische, meteorologische of biologische gegevens kloppen er niet, zijn er veel grotten met twee ingangen en een purperen zoom, komen er bijna overal eikebomen voor, zijn er diverse havens denkbaar waarop de feiten passen, enz.?

Het is evident dat Bommelje ook deze secundaire vragen niet serieus wenst te nemen en de eenvoudigste weg kiest, geconditioneerd door zijn absolute geloof in de denkwereld van de moderne oudhistorische wetenschap. Dat is jammer. Ook als wetenschapper dient men de moeite te nemen de ander goed te verstaan, ook als men de problematiek “ al geruime tijd niet meer op de agenda” heeft staan.

    • Prof. Dr E. Gittenberger