Ithaka 4

De vakman Bommelje wijst de amateur Goekoop terecht omdat de laatste zich niet heeft laten leiden door de opvattingen van de overleden historicus M. I. Finley.

En passant laat Bommelje zich uit over een artikel uit de Volkskrant (1989) waarin van mijn aantekeningen gebruik is gemaakt.

Hoewel iedereen vrij is zijn eigen goeroe te kiezen lijkt me een nuancering van Bommeljes betoog niet misplaatst, temeer daar hij aandacht geeft aan ontwikkelingen buiten zijn eigen vakgebied.

Wat de kwestie Troje betreft: tot nu toe is van de recente Duitse activiteiten bij Hisarlik alleen de opgraving van 1983-'86 (de vermoedelijke haven) gepubliceerd. Het nieuwe en sensationele betreft de in 1988 gestarte opgraving van het aan de burcht grenzende gebied en de resultaten hiervan kunnen niet voor het eind van deze eeuw worden verwacht. We moeten het oordeel over Hisarlik daartoe opschorten; vast staat wel dat in de volgende eeuw niet meer over Hisarlik kan worden gesproken als over een kleine, sterke burcht, maar over een stad met een behoorlijke omvang waarvan de burcht slechts een deel is.

De opmerking “ Nu ook vindingrijke vertalingen van Hetitische inscripties door de mand blijken te vallen” is kennelijk gebaseerd op Finley ('The World of Odysseus', laatste bewerking 1978). Inmiddels is deze visie binnen het vakgebied niet langer de meest gangbare.

Het baanbrekende artikel over de 'Ahhijawa'-problematiek is van H. G. Gueterbock (Chicago) en dateert uit 1983. Men raadplege de bijgewerkte editie van 'The Hittites' (O. R. Gurney, Penguin 1990), waarin ook over het 'Bronzen Tablet' (gevonden in 1986, publikatie 1988) wordt bericht. Hittitologie is een relatief jonge wetenschap en de vondst van nieuwe documenten maakt het nodig een 15 jaar geleden gangbare opinie te herzien.

Geen enkele Mycenoloog verdedigt de visie dat de in Griekenland gevonden teksten een volledig inzicht geven in de Homerische wereld. Niettemin wordt algemeen als minimum aangenomen dat enkele persoons- en geografische namen uit Homerus op de tabletten worden vermeld. 'Niets te maken hebben met' is opnieuw de vertolking van een minderheidsstandpunt.

Indien Bommelje de 'gelovigen' wenst te bekeren tot het door hemzelf beleden geloof is het aanbieden van oude wijn in nieuwe zakken niet de meest zinvolle aktie.

    • Drs. D. W. Smit