Ithaka 1

Het artikel van de oudhistoricus Bastiaan Bommelje (Boekenbijvoegsel 5-1-91) naar aanleiding van mijn boek 'Op zoek naar Ithaka' roept om een weerwoord.

Bommelje beroept zich in zijn betoog geheel op het boek 'The World of Odysseus' van de historicus M. I. Finley. Finleys theorie is, dat er weliswaar een historische kern in beide werken aanwezig is, maar ook niet meer dan dat. “ Hoogstens kan gezegd worden, dat archeologische vondsten Homerus niet tegenspreken, “ schrijft hij cynisch.

Nu is Finley ontegenzeglijk een gezaghebbende autoriteit op dit gebied, maar hij is geen hogepriester, wiens woord wet is.

Er bestaan over de historiciteit van Homerus hedendaagse deskundigen, die anders oordelen. En het laatste woord over deze Homerische kwestie is zeker niet gesproken. Bommelje gaat echter nog verder dan Finley, want hij ontkent categorisch elke historiciteit. Bommelje moet zich te veel door zijn dogma hebben laten meeslepen, toen hij mij een gelovige op dit gebied noemde. Want hier gaat mijn boek helemaal niet over. De kwestie van de historiciteit van de Ilias dan wel de Odyssee heb ik zorgvuldig vermeden.

Het centrale probleem in mijn boek is: heeft Homerus voor zijn verhaal een bestaand gebied als decor gebruikt. Met andere woorden: Niet de vraag of aan beide Homerische boeken een reele historische kern ten grondslag ligt, maar de vraag of Homerus een geografisch bepaalde lokatie als achtergrond voor zijn werk heeft gebruikt is mijn vraagstelling. Ook schrijvers op het gebied van fictie of semi-fictie maken immers van reele lokaties gebruik. Niemand zal beweren dat het Parijs van Simenon, om een voorbeeld te noemen, een fictieve plaats is.

Volgens de classicus Maurice Bowra in zijn 'Homer' moet de achtergrond van het verhaal reeel en overtuigend zijn voor de Griekse toehoorder. Bowra twijfelt er niet aan dat in zekere zin het Ithaka van Homerus met het huidige Ithaka overeenkomt. “ Wel kunnen we betwijfelen”, zegt hij, “ of de dichter veel van het eiland afwist”.

De al even gezaghebbende G. S. Kirk constateert in 'Homer and the Epic' dat het verhaal van Telemachos' tocht naar Pylos een zekere kennis van de Peleponnesos ontvouwt, maar de gedetailleerde beschrijvingen, zoals bij voorbeeld de geografische positie van Ithaka, vaak verkeerd zijn overgekomen.

De Ier J. V. Luce, hoogleraar aan de Universiteit van Dublin, is daarentegen van mening, dat Homerus een nauwkeurig beeld van Ithaka geeft. En dat beeld komt volgens hem overeen met het huidige Ithaka ('Homer and the Heroic Age'). In de dertiger jaren heeft een expeditie-team van de British School of Archeology 5 jaar lang uitgebreide en kostbare opgravingen gedaan naar het Homerische Ithaka op het huidige eiland met die naam. In 1984 is een archeologisch team van Washington University uit St. Louis (VS) wederom begonnen met een intensief onderzoek op dit eiland. Onlangs zond de Duitse televisie een documentaire uit over een zoektocht per schip van de gebroeders Wolf, verbonden aan het Max Planck-Instituut. Als Bommelje meent, dat het zoeken naar het Homerische Ithaka slechts een favoriet tijdverdrijf was voor romantische zoekers uit de negentiende eeuw of het begin van het twintigste eeuw, slaat hij de plank dus mis.

Wat ik in mijn boek heb kunnen aantonen, is dat de beschrijving door Homerus van zijn Ithaka, bij een nauwkeurige analyse van de tekst zelf, tot in de details en hun samenhang overeenkomt met het landschap en de ligging van het noord-Kephalonische schiereiland Erissos. En die analyse bestrijdt Bommelje niet met argumenten.

Ik betreur het overigens, dat Bommelje wat neerbuigend doet over het feit, dat in mijn boek een leek aan het woord is geweest. Hij zou, als oud-historicus, juist de betrokkenheid van leken moeten toejuichen, zeker in een tijdsgewricht waarin de vakken geschiedenis en oude talen op de scholen een steeds mindere plaats dreigen te moeten innemen, en het klassieke Grieks al helemaal naar de achtergrond is geschoven. Historici, classici, maar ook andere wetenschappers moeten zich niet hun ivoren toren terugtrekken.

Ik heb er naar gestreefd een boek te schrijven, dat ook voor een breed publiek aantrekkelijk kan zijn. Bommelje suggereert, dat “ met een beetje meer kritische zin mij een hoop moeilijkheden waren bespaard”. Welnee, ik heb slechts vreugde aan de speurtocht beleefd. Ik zal de door hem aan mij gegeven titel 'onbekommerd liefhebber' graag met ere blijven dragen.