Iraakse nucleaire dreiging nog niet weg

ROTTERDAM, 26 jan. - Met de vernietiging van Iraakse nucleaire installaties hebben de geallieerden niet per se een zware slag toegebracht aan de ontwikkeling van een Iraaks nucleair wapen.

Bovendien valt niet geheel uit te sluiten dat het land op dit moment al over een primitieve atoombom beschikt, die zonder voorafgaande test zou kunnen worden ingezet. Dit is het oordeel van nucleaire deskundigen op grond van de beschikbare niet-militaire informatie.

Dat Irak al jarenlang bezig is met een militair nucleair project staat vrijwel vast. De schattingen over de vorderingen lopen echter sterk uiteen: sommige bronnen spreken van een termijn van een half jaar, andere van tien jaar voordat Irak over een eigen wapen zal beschikken. Maar aan de belangrijkste voorwaarden voor een bom - voldoende splijtstof en de technologie voor een werkend ontstekingsmechanisme - zou het land in principe nu reeds kunnen voldoen.

Irak beschikt voor zover bekend niet over plutonium, maar wel over over ruim 12 kilogram hoogverrijkt uranium-235, afkomstig uit de in 1981 door de Israeli's vernietigde nucleaire reactor in Tuwaitha, plus enkele kilo's in een door de Sovjets geleverde reactor. Nog onlangs, in november vorig jaar, is bij een inspectie door het Internationale Bureau voor Atoomenergie (IAEA) vastgesteld dat dit materiaal op zijn plaats was en niet was omgevormd voor gebruik in een nucleair wapen. Maar dat biedt niet al te veel reden tot gerustheid, want als de benodigde technologie beschikbaar is, zou dit in enkele weken tijds alsnog kunnen zijn gebeurd.

De kleine hoeveelheid splijtstof is in principe voldoende voor een kleine bom, mits men de beschikking heeft over een geavanceerd ontstekingssysteem. Ook op dit punt heeft Irak niet stilgezeten. In het Militaire Onderzoeks- en Ontwikkelingsinstituut in Al Qaqaa worden de benodigde chemische explosieven gefabriceerd en in maart vorig jaar werd een illegale zending zogeheten krytons (condensatoren die worden gebruikt bij de ontsteking van een nucleaire bom), bestemd voor dit instituut, onderschept door de Amerikaanse douane.

Op grond van deze gegevens neemt men aan dat Irak streeft naar de ontwikkeling van een implosie-wapen van het type dat door de VS is gebruikt in Nagasaki. In dit type bom wordt de splijtstofkern kritisch gemaakt door hoogwaardige explosieven waarmee het is omringd op gecontroleerde wijze tot ontploffing te brengen. Om een uniforme, naar binnen gerichte drukgolf op te wekken is een zeer precieze timing nodig, te leveren door de krytons.

Het is onbekend of Irak op een andere wijze in zijn behoefte aan krytons heeft voorzien en in hoeverre het over de verdere technologie beschikt voor de produktie van een bom. De kans is klein, maar de mogelijkheid is op grond van de beschikbare niet-militaire informatie niet geheel uit te sluiten.

In de huidige oorlogssituatie zou Irak, bij voldoende vertrouwen in het ontwerp, kunnen pogen een eventueel experimenteel wapen zonder voorafgaande test in de strijd te werpen. Militair gesproken is daarbij het grote probleem hoe het bij de vijand af te leveren. Het is zeer onwaarschijnlijk dat Irak over de technologie beschikt om een nucleair wapen in een raket af te vuren of uit een vliegtuig af te werpen - laat staan dat zo'n vliegtuig door de geallieerde verdediging heen zou kunnen breken. Maar onder de gegeven omstandigheden er is op zijn minst een wanhoopsactie denkbaar die militair gesproken zin heeft: het tot ontploffing brengen van een atoommijn in Koeweit nadat de Iraakse troepen uit dat land verdreven zijn. Een dergelijke nucleaire variant op de verschroeide-aarde tactiek zou wel de onaangenaamste tactische surprise zijn waarop Saddam Hussein de geallieerden zou kunnen vergasten.

Maar hoe onwaarschijnlijk het ook is dat Saddam nu al over een nucleaire optie beschikt, de tijd dringt om het programma te elimineren en om spoedige proliferatie tegen te gaan. Voor het verrijken van uranium tot kernbomkwaliteit waren de inmiddels “voor heel wat jaren” uitgeschakelde kernreactoren van geen enkele betekenis. Maar Irak heeft een andere opwerkingsmethode in ontwikkeling die enkele kilo's kernbommateriaal per jaar kan opleveren: de gascentrifuge-techniek.

In een eenheid bekend onder de naam 'Fabriek 10' nabij Bagdad zou aan deze techniek, waarbij uranium-235 in de vorm van uranium-hexafluoride wordt gezuiverd, al exprimenteel worden gewerkt. Volgens het Institute for Near East Policy in Washington zou Irak uit Brazilie, Niger en Portugal Irak reeds honderden tonnen geconcentreerd uraniumerts hebben geimporteerd. Een chemische fabriek in Al Qaim ten slotte zou in staat zijn om dit erts om te vormen tot uranium hexafluoride.