Hoogleraar over medische behandeling: 'Geen aparte wet voor contract arts en patient'

AMERSFOORT, 26 jan. - De behandelovereenkomst tussen arts en patient hoeft niet in een speciale wet te worden geregeld.

De wetgeving die daartoe in voorbereiding is werkt alleen maar vertroebelend. Dat stelde de Nijmeegse hoogleraar prof.mr. S. C. J. J. Kortmann (burgerlijk recht) gisteren op een symposium in Amersfoort over aansprakelijkheid bij medische fouten.

Het wetsontwerp dat de behandelovereenkomst regelt ligt bij de Tweede Kamer. Volgens Kortmann is de wet volstrekt onnodig en onwenselijk. Het Nieuw Burgerlijk Wetboek dat in 1992 in werking treedt regelt rechten en plichten voor arts en patient in voldoende mate. “Het Nieuw Burgerlijk Wetboek geeft voldoende instrumenten aan om onevenwichtigheden in contracten te bestrijden. Partijen kunnen dan in mindere mate misbruik maken van bepaalde omstandigheden. Bovendien is in de nieuwe wet grotere betekenis gegeven aan de begrippen redelijkheid en billijkheid. Dat impliceert ook het ongeschreven recht op informatie en inzage-recht. De wet regelt bovendien de overeenkomst van opdrachten, zoals bij dienstverlening. Bedoeld wordt daarmee bijvoorbeeld de notaris, de advocaat, de bank, de aannemer en ook de dokter. Ik zie niet in waarom je de overeenkomst tussen de patient en de arts dan nog eens apart zou moeten regelen”, aldus Kortmann.

“Het wetsontwerp gaat bijvoorbeeld nauwkeurig aangeven welke informatie wel of niet aan de patient moet worden gegeven en op welke risico's een arts moet wijzen bij een behandeling. Daarmee wordt de rechter weer beperkt als hem een oordeel wordt gevraagd over redelijkheid en billijkheid. De wetgever overschat zichzelf hiermee. Hij denkt alle mogelijke omstandigheden te kunnen dekken.”

Kortmann meent dat regering en parlement beter kunnen uitgaan van het zogenoemde subsidiariteitsidee: wetgeving komt dan pas aan de orde als de partijen - in dit geval artsen- en patientenorganisaties - het zelf niet kunnen regelen. “Algemene bankvoorwaarden zijn ook vastgesteld door bankiers en consumenten. De rechter is beter in staat te oordelen bij een open formulering, zoals in het Nieuwe Wetboek van Strafrecht. Hij grijpt in bij gebleken wantoestanden.”

Een ander bezwaar geldt het feit dat 16-jarigen handelingsbekwaam worden geacht volgens het wetsontwerp bij een behandelovereenkomst met de arts. “Als een 16-jarig meisje om de pil komt zou ik daar persoonlijk goed mee kunnen leven. Maar als ze komt met het verzoek om zich te laten steriliseren waag ik me toch af te vragen of een 16-jarige de gevolgen van zo'n ingreep kan overzien”, aldus Kortmann.

Ook op Europees niveau gaat de regelgeving niet bepaald naar wens, meent Kortmann. “Naar ik begrijp gaat de Europese richtlijn inzake de behandelovereenkomst ervan uit dat degene die een gebrekkige dienst verricht aansprakelijk is, ook als hem niet direct iets valt te verwijten. En een dienst is gebrekkig als die niet voldoet aan hetgeen 'men' mag verwachten. Vraag is dan natuurlijk wie 'men' is. De gebrekkigheid van een dienst zou dus ook in zo'n geval moeten worden beoordeeld door een rechter op grond van redelijkheid en billijkheid met in achtneming van alle omstandigheden, zonder daarbij nog allerlei andere onnodige wet- en regelgeving in acht te hoeven nemen.”