Hongkong viert honderdvijftigste verjaardag niet meer

HONGKONG, 26 jan. - Hongkong bestond gisteren 150 jaar, maar de verjaardag is niet gevierd.

Op 25 januari 1841, tijdens de eerste Opium Oorlog plantte kapitein-ter-zee Belcher en zijn eskader de Britse vlag op Possession Point op Hongkong Island. Dit was de bekroning van een succesvolle lobby-campagne van Schotse opium-handelaren om na hun verdrijving uit Kanton een permanente basis aan de Zuidchinese kust in te richten. De schande waarin Hongkong tot stand kwam markeerde het begin van China's nationale vernedering en dat zijn twee van de redenen waarom er niets gevierd wordt. Commentatoren menen echter dat het huidige Hongkong zo'n totaal andere wereld is dat er heel wat te vieren valt. Hongkong is 40 jaar het toevluchtsoord geweest voor de vluchtelingen voor het communisme - China's nieuwe schande - en verder is het een toonaangevende wereldstad en ongekend bolwerk van vrijheid en rijkdom. Columnist Frank Ching schreef gisteren in de South China Morning Post dat een kind uit dubieuze ouders toch zeker wel het recht heeft zijn verjaardag te vieren. Een andere reden waarom er geen feest is, is dat Hongkong nog slechts zeseneenhalf jaar tegoed heeft als 'vrije kolonie' en daarom in een diepe malaise verkeert. Jongste dieptepunt is een krachtmeting tussen Peking en Londen-Hongkong over wie er tot 1 juli 1997 de dienst in Hongkong zal uitmaken. De afgelopen maanden heeft Peking de plannen van de regering van Hongkong om een nieuw mammoet-vliegveld te bouwen aangegrepen als testcase om inspraak of zelfs het laatste woord te eisen over alle belangrijke regeringsbeslissingen waarvan de consequenties reiken tot na de soevereiniteits-overdracht.

De bouw van een vliegveld in Hongkong, een archipel van rotsachtige eilanden is een civiel-technisch werk van de omvang van de Brits-Franse Kanaaltunnel en zal volgens de aanvangsbegroting 30 miljard gulden gaan kosten. Een klein eiland, Chek Lap Kok, ten noorden van het grote eiland Lantau moet worden geegaliseerd, stukken zee moeten opgevuld en vervolgens moeten er enige tientallen kilometers snelwegen met hangbruggen over baaien en kleine rotsachtige eilandjes, een spoorlijn en tunnels aangelegd worden. Vanwege de vereiste droogleggingen komen er vele kilometers nieuwe kade beschikbaar en is tevens een grote uitbreiding van de haven gepland. Vandaar de naam PADS (Port and Airport Development Scheme). De regering van Hongkong heeft de gigantische plannen ontwikkeld en afgekondigd in de hoop Hongkong gedurende de laatste jaren van Brits bestuur een nieuwe ongekende bouw-hausse, dynamiek en optimisme te laten beleven. China werd met de voldongen feiten geconfronteerd en ging vanwege de astronomische kosten en risico's na 1997 dwars liggen. Dat heeft financiering door de prive-sector danig in gevaar gebracht. Commerciele banken willen geen geld steken in een project waartegen Peking zich verzet en dat pas na 1997 onder Chinees bewind zal worden voltooid. Onversaagd heeft de regering van Hongkong verklaard dat zij dan een groot deel van haar aanzienlijke reserves zal gebruiken. Dat heeft China nog nijdiger gemaakt, want het heeft Hongkongs reserves bestemd voor de pensioenen van Hongkong-Chinese regeringsambtenaren, die voor de huidige Britse regering werken.

Gouverneur Sir David Wilson heeft deze week drie dagen besprekingen in Peking gevoerd, o.a. met premier Li Peng, niet alleen over de vliegveld-controverse maar in bredere zin over wie de baas is in Hongkong. Gevreesd werd dat de Chinezen de gouverneur middels openbare verklaringen zouden vernederen en dat dat de werkverhoudingen nog verder zou verzieken, maar dat is niet gebeurd. Tijdens een persconferentie na zijn terugkeer zei Sir David dat de regering (van Hongkong) bereid is flexibel te zijn over de 'fasering' van het ontwikkelingsplan. Dat werd uitgelegd als de bereidheid om een van de peperdure componenten van het plan, de spoorlijn, uit te stellen en de eindbeslissing daarover aan China over te laten.

Maar over ongedeeld Brits gezag tot 1997 was Wilson ferm. Hij zei dat Hongkong voor de resterende zes jaar een effectieve regering nodig heeft en dat die door de buitenwereld ook als effectief gezien moet worden. “Ik geloof dat de Chinezen dat begrijpen” aldus Sir David. Daarmee is het conflict nog niet de wereld uit, maar het is ook niet verder geescaleerd. Dat kan echter alsnog elke dag gebeuren.

Vorige week zei de Chinese vice-premier Wu Xueqian tegen een delegatie van een nieuw opgerichte liberale groepering uit Hongkong dat tijdens de overgangsperiode alleen de centrale volksregering het recht heeft namens de bevolking van Hongkong te spreken. Wu vervolgde dat “na het totstandkomen van de Speciale Administratieve Regio (in 1997) de SAR-regering haar eigen zaken zal behartigen en China zal de hoge graad van autonomie van de SAR-regering op basis van het principe 'een land-twee systemen' (socialisme en kapitalisme) adequaat respecteren”. De implicaties van deze uitspraak zijn niet alleen dat Peking de Britse regering in Hongkong de jure niet erkent, maar dat het op grond van ethnische en historische aanspraken de soevereiniteit over de Hongkong-Chinese bevolking al bezit.

Op een toenemend aantal gebieden probeert Peking ook de de facto Britse soevereiniteit te beperken. China verzet zich bijvoorbeeld met succes tegen democratisering en andere politieke hervormingen, waar de Britten overigens veel te laat mee zijn begonnen. Tegen Chinese pogingen om de pers- en demonstratievrijheid in Hongkong te breidelen hebben de Britten echter voet bij stuk gehouden, maar demonstraties van Hongkongers tegen de repressie - en dezer dagen tegen de politieke processen - in China zijn voortdurend een bron van spanning. Hier gaat het uitsluitend om een fundamentele kloof in politieke en morele waarden, terwijl de vliegveld-rel grotendeels over cijfers gaat.

Luo Jiahuan, China's onderhandelaar over de financieel-technische kant van het vliegveld, suggereerde onlangs dat het vliegveld een Britse truc is om Britse bouwconcerns nog zes jaar aan vette orders te helpen en dat China zou zorgen dat een groot aandeel naar lokale en Chinese aannemers zou gaan. Zijn verklaring is als een bom ingeslagen, niet zozeer vanwege het commerciele effect, maar om de strategische lange termijn-implicaties. In het Brits-Chinese verdrag van 1984 staat immers zwart op wit dat Hongkong als Speciale Administratieve Regio na 1997 een open, internationale, kapitalistische economie zal houden.

    • Willem van Kemenade