Guus Hiddink: De boot moet klaarliggen, de benzinetank van de auto vol

Guus Hiddink behoort tot de Nederlandse sportmensen die zich het dichtst bij het oorlogsgebied in Golf bevinden. Hij is sinds juli van het vorig jaar trainer van Fenerbahce uit Istanbul. Turkije is een van de buurlanden van Irak. Toch valt er bij Hiddink, in 1988 Europa-Cupwinnaar met PSV, geen grote bezorgdheid te bespeuren. Hij begint morgen met de populairste club van Turkije, Fenerbahce (slechts zesde op de ranglijst), aan de tweede helft van de competitie.

Hoe is de situatie in Istanbul?

Het is naar ik kan beoordelen rustig. Maar ik moet er wel bij zeggen dat ik niet zo veel in de binnenstad kom. Ik woon zelf in een rustige buitenwijk aan de Aziatische kant van Istanbul. Ik denk dat de mensen hier zich minder frequent op de hoogte van de situatie houden dan in West-Europa. Daar ontvang je in elke huiskamer via de kabel CNN. Ik kan hier ook CNN ontvangen. Maar dat zal niet bij iedereen zo zijn. Ik kijk zelf vrij intensief. Ik ben een fanatieke voetbaltrainer, maar dat wil niet zeggen dat de wereld aan mij voorbij gaat. Ik heb hier nog geen proefluchtalarm gehoord of zo. Wel lijkt het of er meer vliegtuigen overvliegen dan in vredestijd. Dat kan ook aan mij liggen. Ik let er in deze tijd misschien meer op.

Heb je al overwogen om wegens de situatie naar Nederland terug te gaan?

Natuurlijk denk je daar aan. Maar serieuze plannen heb ik nog niet. Als ik met mensen van de club praat verzekeren ze me allemaal dat er hier geen gevaar dreigt. Ik moet me geen zorgen maken, zeggen ze. We zitten hier ook tweeduizend kilometer van het zuidoosten van Turkije. Dat is een heel eind. Leg de landkaart er maar naast. Toch heb je af en toe zo je eigen gedachten, vaak onbewust. Ik woon aan het water. De boot moet dus klaarliggen, denk ik dan. En de tank van de auto moet vol zijn. Voor het geval dat.

Turkije kent vele fanatieke moslims. Die zullen achter Saddam Hussein staan. Merk je iets van verdeeldheid onder het volk?

Volgens mij heerst er hier een sfeertje van: we leven in Turkije en we zullen ons land verdedigen. Ongeacht of iemand pro of contra Saddam is. Misschien mis ik iets, want ik beheers de taal nog niet volledig. En ik zit natuurlijk in Istanbul. Dat is een metropool, westers georienteerd. Dat merk je aan alles. In andere delen van het land zullen de mensen misschien anders zijn wat betreft hun godsdienst, fanatieker. Ook normaal merk ik bij Fenerbahce weinig of niets van de islam. Bij de club is dat onderwerp niet aan de orde. Ik heb geen spelers die voor of na de training bidden.

Verscheidene sportevenementen zijn verstoord door de Golfoorlog. In Egypte is bijvoorbeeld de voetbalcompetitie stilgelegd. Hoe zit dat met Turkije?

Zoals het er nu voorstaat wordt de competitie morgen gewoon hervat. We hebben vanaf 23 december een winterstop gehad. En nu is er weer een programma vastgesteld. Klaar. Het gaat hier toch anders dan in Nederland. Daar zouden er ongetwijfeld grote discussies zijn ontstaan. Het zou wel kunnen dat er in het zuidoosten wedstrijden in de lagere klassen niet doorgaan. Gaziantepspor, een club uit de hoogste klasse, speelt bijvoorbeeld in de buurt van de Syrische grens. Maar daar zijn we vlak voor de winterstop geweest. Wonnen we met 5-2. Het is daar een hele andere wereld. Je gaat er spelen en dan weer zo snel mogelijk terug. Het is geen gebied waar je nog een paar dagen extra zou willen doorbrengen. Maar de organisatie rondom het voetballen is daar goed. En dat is het belangrijkste. Wij spelen in de omgeving van Izmir een uitwedstrijd tegen Aydinspor. Dat zal geen problemen geven. We zijn al drie dagen voor die wedstrijd naar een trainingskamp in de buurt gegaan. Dat heeft niets met de oorlog te maken. Het is daar gewoon een stuk warmer.

Er zijn mensen die vinden dat er in deze tijd geen sportevenementen moeten doorgaan. Wat is jouw mening?

Het dagelijkse leven gaat hier vooralsnog gewoon door. Dus ook het voetballeven. Dat vind ik op zich prima. Want wat voor een situatie creeer je als je het voetbal afblaast? Misschien wel een overdreven angst onder de mensen. Aan de andere kant relativeer je de sport wel als je zo'n piloot op tv ziet die in Irak gevangen is genomen. Het leven van zo'n jongen is hoe dan ook kapot. Zoiets maakt indruk op me. Maar als ik op het veld sta ben ik dat voor een paar uur kwijt.

Waar ligt voor jou de grens? Wanneer moet je niet meer voetballen?

Dan kijk je toch het eerst naar je eigen omgeving. We hebben twee spelers in de selectie die hun militaire dienstplicht vervullen. Ze zitten in een kazerne in Istanbul, maar moeten wel stand-by zijn. Soms missen ze een training. Voor die twee is het allemaal erg spannend. Dat merk je aan die jongens. Maar het zijn soldaten en als ze worden opgeroepen gaan ze zonder tegenstribbelen naar het front. Als dat zou gebeuren moet je je als club misschien gaan bezinnen. Maar ook dan zal je je moeten afvragen wat je ermee bereikt als je stopt met voetballen. Als het een positief effect zou hebben moet je het gelijk doen.

Heb je bij de spelers van Fenerbahce angst of tegenzin bespeurd om te trainen en te spelen?

Nee. Integendeel. Ook zij kunnen een knop omdraaien. Toen de oorlog uitbrak hebben we een televisietoestel in de kleedkamer gezet. Daar zit voor en na de training iedereen naar te kijken. De oorlog is ook het onderwerp van gesprek. Maar op het veld merk je niets aan de spelers. Er wordt zelfs veel harder gewerkt dan voorheen. Honderd procent, zou ik bijna zeggen. Maar dan kom je op het voetbaltechnische gebied terecht. Mijn doelstelling was in de beginfase bij Fenerbahce te hoog. Die heb ik bijgesteld. Heel geleidelijk ben ik de fysieke belasting gaan vergroten. Steeds oefeningen laten herhalen, meer arbeid laten verrichten. De spelers zijn nu fitter. Dat merken ze zelf ook. Verder hebben we in november twee aankopen gedaan, een Pool, Jacob Ciewitcz, en een Turkse international, Sercan. Die zorgen voor meer balans in het elftal. Een aantal spelers hoeft zich nu alleen nog bezig te houden met specifieke taken.

Fenerbahce staat te boek als een topclub. Toch werden er in de eerste helft van de competitie flinke nederlagen geleden. De eerste wedstrijd op eigen veld zelfs een keer met 6-1. Ben je niet bang geweest voor ontslag?

Het had gekund in die beginperiode. En een dergelijke situatie zal zich best nog wel een keer voordoen. Toch lig ik daar niet wakker van. Ik blijf mijn eigen weg volgen. Binnen zo'n club zijn er altijd verschillende stromingen. De ene zegt: de trainer moet nu wel eens gaan winnen, anders... en de andere vindt dat ik gewoon mijn gang moet gaan. Bij de laatste groep behoren de belangrijkste mensen, de president, de vice-president. Die staan achter me. Maar natuurlijk zwemmen er vissen rond die naar je proberen te happen. Met de aanhangers heb ik nog geen problemen gehad. Dat had ik eigenlijk wel een beetje verwacht. Meestal krijg je als trainer fluitconcerten over je heen als de resultaten tegenvallen. Vooral in dit soort landen. Maar ik heb nog niets gehoord. Ik weet ook niet waarom. Ze accepteren me. Op straat word ik ook steeds aangeklampt. Hoca (Turkse benaming voor een wijze heer, red), zeggen ze en dan komt er een positief advies. De belangstelling van de mensen ervaar ik niet als vervelend. Sportmensen en artiesten worden hier vereerd. Dat is niet altijd gunstig. Een speler krijgt snel de indruk dat hij een vedette is en dat betekent bijna automatisch dat zijn werkinstelling minder wordt. Daar ben ik bij Fenerbahce ook fel tegenin gegaan.

Je hebt in Istanbul veel contact met een andere Nederlander, Henk van Ginkel. Hij is manager van Fenerbahce's grote concurrent Galatasaray. Bestaat er een kans dat je naar die club gaat overstappen?

Daarover zijn wel verhalen in de kranten verschenen. Zo zijn de journalisten hier. Die trekken heel snel hun conclusies. En als ik met Van Ginkel of de voorzitter van Galatasaray wordt gezien begrijp je wel wat er wordt gesuggereerd. De kranten moeten vol, pagina's over Fenerbahce staan er dagelijks in. De pers zit hier van negen uur 's ochtends tot vijf uur op mijn lip. Het liefst houden ze me achttien uur per dag aan de praat. Op zoek naar sensatie, naar smeuige randverhalen. Er is zelfs al geschreven dat ik mijn spelers zou slaan. Dat van Galatasaray klopt dus ook niet. Ik heb bij Fenerbahce net wat grip op de ploeg, kan mijn ei nu goed kwijt. Daarom ga ik er vanuit dat ik mijn contract uitdien. Dat loopt nog anderhalf jaar. Of ik zou eventueel een grote promotie in het buitenland moeten kunnen maken. Ik hoor weleens wat. De voetbalwereld is maar klein. Real Madrid? Heb ik niets van gehoord, officieel niet althans.

Je hebt ongetwijfeld de verwikkelingen bij PSV rondom Romario gevolgd. Hoe heb jij hem in jouw tijd ingeschat?

Ik ken hem goed. Maar van afstand kan ik niet beoordelen waarom hij zich niet gelukkig voelt. Daar mag ik me ook niet mee bemoeien. Als voetballiefhebber vind ik het wel jammer. Ik had goed contact met hem. Ik sprak een paar woorden Spaans. Dat hielp. Vooral met behulp van Frank Arnesen hebben we destijds veel aandacht aan hem besteed. We hebben hem bespeeld, soms op uitdagende manier, soms door streng te zijn. Later hebben we hem min of meer onder de hoede gesteld van Eric Gerets. Die was daar de aangewezen persoon voor. Eric geeft zelfs op elke training honderd en zoveel procent. Na een moeizame beginperiode van anderhalf a twee maanden ging het goed met Romario. Hij raakte wat kilo's kwijt, is flink gaan trainen. Dat bleek ook op het veld. Hij is toen toch de smaakmaker van het Nederlandse voetbal geworden. Hij is geen type dat negentig minuten lang van voor naar achteren scheurt. Maar Romario neemt in het veld hele goede beslissingen. Hij maakt niet alleen 4-0 of 5-0, nee, hij zorgt meestal voor de beslissende doelpunten. Hij lag bij PSV buitengewoon goed in de groep. Echt waar. Hij had bij mij ook zeker geen uitzonderingspositie, vergis je niet.

    • Hans Klippus