Franse wapens tegen Franse wapens

PARIJS, 26 jan. - De Franse gevechtsvliegtuigen in de Golf hebben vrijdag hun honderdvijftigste vlucht (sortie) voltooid, zo maakte het Franse ministerie van defensie gisteren bekend.

Niet helemaal naar waarheid, zoals na enige verwarring bleek, omdat een geplande aanval op de Iraakse republikeinse garde in het grensgebied tussen Koeweit en Irak wegens slecht weer moest worden afgelast. Het aantal van 150 is maar een fractie van het totaal van de 3000 sorties, een record, van de overige verzamelde geallieerde luchtmachten. Dit en andere gegevens over het beperkte aandeel van de Franse luchtstrijdkrachten in de oorlog in de Golf hebben in Frankrijk het begin van een discussie losgemaakt over het defensiebeleid, dat - zoveel is al wel duidelijk - aan een grondige en pijnlijke herziening toe is.

Tegenover Groot-Brittannie, met 35.000 man troepen in de Golf, slaat Frankrijk met in totaal 11.300 man een relatief slecht figuur, zo stelt men in Parijs besmuikt vast. De oorzaak is gelegen in de kosten van de Franse onafhankelijke kernmacht, die 30 procent van de defensie-investeringen in materieel opslokt tegen slechts 14 procent in Groot-Brittannie, dat zijn nucleaire wapens voor een deel in de Verenigde Staten aanschaft. Frankrijk moge dan wel, zoals men trots vaststelt, de derde nucleaire mogendheid ter wereld zijn (na de VS en de Sovjet-Unie), op het gebied van conventionele strijdkrachten is Frankrijk niet meer dan een zeer middelmatige mogendheid, een 'grote onder de kleinen' zoals het vergoelijkend heet.

De operatie-Daguet, het overbrengen van 11.300 man, waarvan 9.300 man grondtroepen naar Saoedi-Arabie, heeft de beperkingen van de Franse conventionele strijdkrachten gedemonstreerd. Behalve gebrek aan allerlei materiaal - zware transportvliegtuigen, satellieten voor electronische waarneming, defensie tegen raketten rondom de Franse bases in de Saoedische woestijn - kwam als belangrijkste manco het gebrek aan deskundig personeel aan het licht. En dat wordt veroorzaakt door het feit dat het Franse leger van 280.000 man voor een groot deel uit dienstplichtigen bestaat, in tegenstelling tot het Britse dat uitsluitend beroepsmilitairen kent.

BEROEPS

De Franse regering besloot voor de operatie-Daguet in beginsel alleen beroepssoldaten aan te wijzen. Voor de bemanning van de veertig zware AMX-tanks moesten 'beroeps' her en der worden weggehaald, want de functie van tankchauffeur wordt vrijwel uitsluitend door dienstplichtigen vervuld. Hetzelfde was het geval bij de samenstelling van een regiment zware artillerie. Om de lichte pantservoertuigen (type AMX uitgerust met een kanon van 105 mm) gereed te maken voor de strijd in de woestijn, zijn talrijke voertuigen die in Frankrijk en Duitsland achterbleven 'gekannibaliseerd', dat wil zeggen ontdaan van de benodigde instrumenten zoals richtapparatuur. Bij een Amerikaanse wapenhandelaar in Parijs moesten inderhaast duizenden 'zonnebrillen' worden aangeschaft die bestand zijn tegen het schurende woestijnzand.

De 47.000 man tellende Franse 'rapid deployment force' (FAR, troepenmacht die snel kan worden ingezet) waartoe de 9.300 man van 'Daguet' behoren, is ontworpen in de tijd van de confrontatie tussen Oost en West, dus met het oog op een militair conflict in centraal-Europa. Voor inzet in een woestijn, tegen een land als Irak met zijn enorme leger, is de FAR onvoldoende bewapend en van te weinig deskundig personeel voorzien. De conventionele strijdkrachten moeten dus aan een herziening worden onderworpen, zo is de conclusie in Parijs, als Frankrijk tenminste voorbereid wil zijn op oude en nieuwe eventualiteiten: 'politietaken' in de traditionele Franse invloedssfeer zoals Afrika (Tsjaad, Gabon, Rwanda en Burundi) en de Stille Oceaan (Nieuw Caledonie), conflicten met landen in de 'derde wereld' die, zoals Irak, militair een grote macht vormen, en de Europese defensie. Hoe die herziening moet plaatsvinden, is een vraag die nog niemand kan beantwoorden: wie weet wat er morgen in Afrika, de Sovjet-Unie of het Midden-Oosten gaat gebeuren?

Gegeven zijn beperkte economische mogelijkheden, kan Frankrijk zijn plaats in de rangorde in de wereld alleen door zijn militaire capaciteit handhaven. Gezien de onzekerheid over de ontwikkeling in de Sovjet-Unie en Oost-Europa kan Frankrijk zich niet 'uit het oosten terugtrekken', zoals dat hier wel als optie wordt besproken. Een Europese defensie lijkt, al dan niet in het kader van de Europese Gemeenschap, voorlopig nog een illusie, maar kan plotseling een noodzaak worden, bij voorbeeld als de Amerikaanse soldaten die vanuit Duitsland naar de Golf zijn verplaatst, niet terugkeren.

MOGELIJKHEDEN

Zo beschouwd dienen zich twee mogelijkheden aan. Of Frankrijk verschanst zich achter zijn nucleaire bewapening, stelt zich tevreden met een klein conventioneel leger en ziet voortaan af van interventies overzee, of het kiest voor een interventiemacht naar Amerikaans model, met de bijbehorende zware bewapening, marine en luchtstrijdkrachten die in allerlei soorten 'theaters' - varierend van Centraal-Europa tot de Arabische woestijn - kan opereren. De tweede optie vereist een professionele strijdmacht van ongeveer 100.000 tot 150.000 man, dat de verdediging van het nationale grondgebied zou overlaten aan een nationale garde van dienstplichtigen.

De komende discussie over de conventionele strijdkrachten wordt behalve door de 'lessen van de Golf' beinvloed door toekomstige besluitvorming over de Franse nucleaire strijdmacht. Er gaan wel stemmen op om de Franse nucleaire middelen althans gedeeltelijk met de Britse nucleaire wapens te laten samengaan in wat de nucleus van een toekomstige Europese defensie zou kunnen zijn. De besluitvorming over de Franse nucleaire wapens, met name over de toekomst van de kortere-afstandswapens zoals de Hades (die tot Polen reikt) is echter in verband met de oorlog in de Golf voor onbepaalde tijd uitgesteld.

De Franse dilemma's worden dagelijks geillustreerd in de oorlog in de Golf, waar de Franse vliegtuigen, door de Amerikanen voorzien van de benodigde gegevens, hun beperkte rol vervullen. Met veertig al wat oudere jagers van het type Mirage F-1, twaalf moderne Mirage's-2000 en 24 Jaguar-gevechtsbommenwerpers, waarvan de meeste achttien jaar oud zijn, vertegenwoordigt Frankrijk slechts 3, 5 procent van de geallieerde luchtarmada in de Golf. De Iraakse luchtmacht met zo'n 600 vliegtuigen, waarvan een flink aantal Mirages, gaat de macht van Frankrijk verre te boven.

Maar de Franse dilemma's krijgen pas een waarachtig ongemakkelijk karakter als gevolg van een heel ander aspect van Frans beleid, namelijk dat van de wapenexport. Zo beschikten de Franse Jaguars bij het begin van de strijd over welgeteld tachtig AS 30 laser-geleide raketten, een geducht wapen van de Franse firma Aerospatiale dat een zware explosieve lading met grote precisie naar het doel brengt. Een kostbaar wapen: met de aanschaf was de lieve som van zo'n 600 miljoen gulden gemoeid. Maar de luchtmacht van Saddam Hussein beschikt over 240 exemplaren van deze raket. Bagdad had er 586 bij Aerospatiale besteld, maar in juni 1988 werd de leverantie gestaakt in opdracht van minister van defensie Chevenement, dezelfde minister die nu tegen zijn zin oorlog tegen Irak voert.

BEDROGEN .

Ander detail in deze categorie van 'de bedrieger bedrogen': de Franse Jaguars lanceerden enkele dagen geleden deze raketten op een opslagloods in Koeweit waar naar schatting veertig Exocetraketten waren opgeslagen. Deze Exocets, eveneens een produkt van de firma Aerospatiale, kunnen vanaf de grond op schepen worden afgevuurd. Ze waren verkocht aan Koeweit en vielen na de invasie in augustus in handen van de Iraakse troepen.

De Fransen zetten in de Golf dus hun beste wapens in ter vernietiging van hun beste wapens die ze aan Irak hebben verkocht. In het kader van de taakverdeling tussen de geallieerde luchtmachten is dat de penitentie die hen is toebedeeld voor hun wapenleveranties aan Saddam Hussein.