Enkele toon kan spanning bij Scelsi niet vasthouden

Concert door Rotterdams Philharmonisch Orkest en Koor Nieuwe Muziek o.l.v. Jurg Wyttenbach met Carmen Fournier (viool). Werken van Huber, Scelsi en Ives. Gehoord 25-1 De Doelen, Rotterdam

Konx-OM-Pax, zo noemde Giacinto Scelsi zijn groots opgezette compositie voor gemengd koor, orgel en orkest uit 1969 die gisteravond in het serie Z-concert uitgevoerd werd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De titel is driedubbelop: Konx, OM en Pax staan respectievelijk in het Assyrisch, het Sanskriet en het Latijn voor Vrede. Het programma had een ijzeren logica, want het eerder gespeelde Protuberanzen uit 1985-1986 van Klaus Huber, bevatte verwijzingen naar zowel Scelsi als Charles Ives.

De drie kleine stukken van Jurg Wyttenbachs landgenoot Huber boden fascinerende klankblokken die zowel afzonderlijk als gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd. Deel 1. Die Enge des Marktes kenmerkt zich door speelse en beweeglijke signalen opgejaagd door zweepslagen, deel 2. Implosion blijkt een statisch cluster en deel 3. Staubchen von Licht bevat een treffend eerbetoon aan de mystiek meditatieve Italiaan Scelsi, beroemd geworden om zijn eentoons composities.

Scelsi werkte heimelijk samen met een aantal jonge Italiaanse componisten van wie Vieri Tosatti de belangrijkste was. Kort na Scelsi's dood werd dat in de Giornale della Musica van september 1989 onthuld: Tosatti: “Giacinto Scelsi dat ben ik”. Die samenwerking bestond uit het uitwerken van twaalftoons materiaal (vanaf 1947), van piano-improvisaties, van experimenten met elektrische apparatuur en eenvoudigweg van tekeningen.

De uitwerking in de onderhavige cantate boeide mij vooral in het begin, prachtig werkt de continue roffel op de cymbales antiques, als een aureool van zilverglans. Later zakt het geheel wat in en eigenlijk geldt precies hetzelfde voor het vioolconcert onder de titel Anahit, poeme lyrique de die a Venus. Een kwartier lang spanning opbouwen met in principe slechts een enkele toon is misschien ook te veel gevraagd. Maar eigenlijk bood het merkwaardige koppel Scelsi-Tosatti meer meditatiemodellen dan composities en in zo'n geval hangt alles af van de sfeer. De koele open Doelen-environment werkt niet mee. Deze stukken horen thuis in Paradiso en daar is Anahit in het Holland Festival 1985 dan ook op een meer adequate wijze tot klinken gebracht.

Jurg Wyttenbach dirigeerde met plastische en wijdse gebaren, maar eigenlijk moet deze muziek geheel vanuit de stilte worden opgebouwd, als een gebed voor vrede. Scelsi en Tosatti inspireerden zich in deze cantate op de klank als de eerste beweging van het onbeweeglijke, als het begin van de schepping.

Ontspanning bracht ten slotte de zeer aardse Ives, die evenals Huber werkte aan een blokkendoos-achtige muziek, in een scherpe botsing van sterk hedrogene gelaagdheden. En over een sociale context gesproken, de circusband The Circus Band (1894) levendig en ook wel wat rommelig vertolkt, verliep naadloos in het gedruis uit een belendede ruimte, waar niet minder luidruchtig carnaval werd gevierd.

    • Ernst Vermeulen