E. VAN MIDDELKOOP; Ik heb een gezonde aversie gekregen tegen jargon

Sinds de verkiezingen van september 1989 telt de Tweede Kamer 32 nieuwkomers. Sommigen kenden het Binnenhof van zeer nabij, anderen slechts van verre. Wat waren hun ambities en hun frustraties? Vandaag als zesde in een serie: het GPV-Kamerlid Eimert van Middelkoop (41), gehuwd en vader van vier kinderen. Zijn voornaam is Keltisch voor: sterk door het zwaard.

BERKEL EN RODENRIJS, 26 jan. - Met de fractieleiders in de Tweede Kamer debatteerde hij over de Golfoorlog. Ook in de parlementaire beraadslagingen die leidden tot het aftreden van minister Braks was hij van de partij. Eimert van Middelkoop is dan ook geen beginneling. Na zestien jaar als medewerker van het GPV werd hij in 1989 in de Kamer gekozen. “Frustraties heb ik niet”, zegt hij. “Als er iemand van de nieuwe lichting is die wist waar hij aan begon, dan was ik het wel.”

Van Middelkoop, afkomstig uit een vrijgemaakt-gereformeerd arbeidersgezin, werd actief in het studentenleven aan de Erasmus Universiteit, waar hij politieke sociologie studeerde. Nog voor het einde van zijn studie werd hij gevraagd als fractiemedewerker bij het vrijgemaakte GPV. “Loyaliteit aan de partij” van de kleine zuil en het “boeiende werk” als medewerker hielden hem al die tijd op de been. Hij leerde er “snel tot de kern van uitgebreide nota's” doordringen. Daardoor hield hij nog wat tijd over voor hobby's als hardlopen. Ook nu nog “loop ik als enig Kamerlid regelmatig een halve marathon.”

Zijn kennis van de meeste onderwerpen kwam goed van pas toen hij als lid van een tweemansfractie veel op zijn bordje kreeg. Buitenland, landbouw, de media, ze kwamen snel na zijn aantreden onveranderlijk hoog op de politieke agenda kwamen te staan. Dat gaf hem spoedig “enig profiel in de Kamer”.

Zijn stijl in het debat hielp ook een handje. Zo oordeelde hij streng over minister d'Ancona (WVC) bij “de vertoning” rond de invoering van zondagsreclame op televisie. Hij vond het optreden van d'Ancona “ronduit beschamend” en raadde haar aan “met schaamrood op de kaken” het daaropvolgende zomerreces in te gaan.

Niet echt de taal van een onzekere beginneling, beaamt hij. “Ik heb wat moeite met collega's die hun bijdrage voornamelijk vullen met het stellen van vragen aan de regering. Ik wil ergens voor staan. Dat wordt ook gewaardeerd.” Hij leerde van oud-GPV'er Jongeling - “een man met een ongelooflijk taalgevoel” - de taal als wapen te hanteren in het politiek debat. “Ik heb een gezonde aversie gekregen tegen jargon. Zelf heb ik ook een aardig ontwikkeld taalgevoel.”

De huidige fractieleider G. J. Schutte staat inmiddels bekend als het staatsrechtelijk geweten van de Tweede Kamer. Van een eventueel junior-complex heeft Van Middelkoop als tweede man geen last. “Ik heb als medewerker zelf bijgedragen aan Schuttes politieke optreden.”

Zelf zou hij best het “Europa-mannetje” van de Kamer willen worden. “Rene van der Linden van het CDA is dat natuurlijk ook”, relativeert hij. Maar Van Middelkoop wordt graag “iemand die kritisch is over de vorming van een Europese federatie waar regering en grote partijen zoals het CDA voor zijn.”

Het Kamerlid is zichtbaar trots op de motie die hij december vorig jaar aangenomen wist te krijgen. Daarin werd het onderwijsbestel aangemerkt als een nationale verantwoordelijkheid. “Het was een van de eerste keren dat de Kamer op een vitaal punt in het debat over de Europese bevoegdheden tegen de regering zei: tot hiertoe en niet verder. Tot dan toe kon het eigenlijk allemaal niet Europees genoeg.”

Dat er bij de kleine confessionele partijen wel vaker met de vlag wordt gezwaaid, vindt hij geen gevaar voor zijn eigen herkenbaarheid. “Ik besteed de meeste aandacht aan Europa.” Hij wijst erop tweemaal het Europees verkiezingsprogramma te hebben geschreven voor het GPV. Bij de laatste Europese verkiezingen stond hij op de tweede plaats van de lijst.

Van Middelkoop mag zich dan op enkele punten onderscheiden van andere nieuwkomers, hij deelt wel hun klacht over de geringe mogelijkheden om tussen alle vergaderingen en nota's door ergens dieper in te duiken. Hij betitelt zichzelf enkele malen als “iemand met een beschouwelijke, intellectualistische inslag”. Die leeft hij nu nog wekelijks uit in een praatprogramma bij de EO.

Ook in de Kamer blijft hij echter op gewichtige momenten tijd maken voor bespiegeling. De beslissing om Nederlandse fregatten naar het Golfgebied te sturen was zo'n moment. “Ik heb de verantwoordelijkheid van het ambt nooit zo sterk gevoeld als toen we daarover beslisten. Wat ik toen heb gezegd is keurig door de notulist overgenomen: het zijn beslissingen die je moet kunnen verantwoorden tegenover God, het volk en de militairen. Dat geldt trouwens voor iedereen: voor Lubbers en Van Middelkoop.”

Het Kamerlid luisterde in deze tijd “wat nauwgezetter” naar de dominee in zijn woonplaats Berkel en Rodenrijs. Ook ging hij te rade bij de geschriften van groten uit de gereformeerde traditie, zoals Bavinck en Rothuizen. Het ging hem om “de moeilijke vraag hoe vrede en recht weer kunnen worden verenigd als ze uit elkaar zijn geraakt.”

Achter de katheder in de Tweede Kamer ging Van Middelkoop ook bij de bijbel te rade. Citerend uit psalm 72 sprak hij tijdens een van de debatten over de Golfoorlog de hoop uit dat de bergen vrede mogen dragen en de heuvels gerechtigheid. Het Kamerlid verzekert dat hij verder weinig tekstverwijzingen gebruikt. “Maar bij zo'n belangrijk onderwerp is het passend te verwijzen naar een van de meest bekende plaatsen in de bijbel waar vrede en recht met elkaar worden verbonden. Als dat mensen kan overtuigen die niet uit diezelfde bron putten, dan word ik pas echt enthousiast. Dat is mij een doorlopende vreugde.”

    • Kees Versteegh