De Stroperige Staat (5)

Hoedt u voor vertrouwen bij het lezen van de energieke berichten die weer opduiken over de Tussenbalans.

“Een eenvoudiger takenpakket en grotere efficiency bij de overheid en tal van uitvoeringsorganen in de zorg en de sociale zekerheid moeten in 1994 twee miljard gulden opleveren”, aldus de gedachte bijdrage van minister Dales volgens het openingsartikel van Het Financieele Dagblad gisteren.

Optiek en akoestiek, noemde Van Agt dat. Ministers die in deze fase van de besprekingen in het kabinet niets bedenken, riskeren de verdenking van sabotage. Het is dus de kunst na een paar weken fronsen namens het eigen departement met iets constructiefs te komen dat welhaast visionaire elementen paart aan de suggestie van bestuurskracht. Voorwaarde is dat zo min mogelijk maatregelen direct voelbaar worden voor de eigen clientele.

Men wordt het bij voorkeur eens over 'zachte bezuinigingen'. Jose Toirkens geeft daarvan in haar proefschrift een inventarisatie uit de jaren '75-'86. De 'ingrepen' van toen klinken nog vertrouwd. Zo moest de in 1983 afgesproken personeelsreductie bij de rijksoverheid (2 procent-operatie) 6133 plaatsen vrijmaken, maar in 1986 waren er 1442 ambtenaren meer dan in 1983. Toen waren het politie, rechterlijke macht, de belastingdienst en defensie die niet hoefden mee te doen, nu is het etiket 'milieu' goed voor een vers blik ambtenaren.

Een aardige tactiek voor een vakminister is in deze fase het voorstel van minister Andriessen: tien procent minder rijksambtenaren in vier jaar, mede te bereiken door middel van een halve vacaturestop. Het aantrekkelijke van zo'n plan is dat het fors en concreet is, iedereen dwingt tot herbezinning en de aandacht van het eigen ministerie afleidt. Economische Zaken beheert niet meer de grote susbsidiestromen van vroeger, maar toch, regelingen voor innovatie-subsidie, regionale steun en het beetje hulp voor de scheepsbouw staan op het vraagteken-lijstje van Financien.

De discussie over de Tussenbalans gaat gelukkig niet alleen over bezuinigingen, maar ook over de fundamenten van 'het stelsel', de tempel van sociale gerechtigheid die de Nederlanders zich hebben gebouwd. Nu de financiele zure regen het toch al topzware gebouw onveilig heeft gemaakt, bedenken ambtenaren voor het kabinet grootscheepse verbouwingsplannen. Sleutelwoorden zijn: investeringsgericht, marktwerking, doelmatigheid, incentives, profijtbeginsel, maar ook “een zoveel mogelijk evenwichtige spreiding van de inkomensgevolgen over de diverse inkomensgroepen”. Zo hoort het ook, maar wat kwam er vroeger van zulke operaties terecht?

In het parlementaire jaar '85-'86 werd de grootscheepse 'stelselherziening sociale zekerheid' ter hand genomen. De woordenbrij die over deze materie is geproduceerd heeft de meeste burgers belet zich enig beeld te vormen van deze operatie, die oorspronkelijk was bedoeld om de sociale zekerheid eenvoudiger, eerlijker en toegankelijker te maken. En goedkoper.

Ambtenaren die nauw betrokken waren bij de voorbereiding konden destijds opgetogen vertellen over de plannen. Misbruik zou zo goed als onmogelijk worden onder de nieuwe regels, die misschien een beetje hard, maar zeker rechtvaardig waren.

En toen kwam Nederland goed los. De gevestigde in- en meespreekorganen zetten de Tweede Kamer onder druk. Het resultaat was een waslijst aan wijzigingen. De nationale gelijkheidsidealen moesten tot achter iedere komma en in ieder uitzonderingsgeval worden geregeld. Bij de uitvoerende diensten, die nu van de politiek het verwijt van laksheid krijgen, denkt men schamper terug aan de wereldvreemdheid van Sociale Zaken en sommige actieve Kamerleden die al dat moois er bij bedachten.

De geraamde opbrengst van vier miljard kon al snel worden teruggebracht tot drie miljard. En of die sindsdien zijn gehaald blijkt moeilijk vast te stellen. Het ministerie van sociale zaken heeft voor 14 miljoen gulden een onderzoeksproject opgezet om in ruimere zin na te gaan wat er van de stelselherziening terecht is gekomen. Daaruit is voorlopig gebleken dat diverse maatregelen geen eind hebben gemaakt aan de groei van het WAO-gebruik. Die indruk bestond al bij de kassa. En overigens is het moeilijk de effecten vast te leggen want het beest beweegt steeds voor de camera. De studie wordt voortgezet.

Een ding is wel duidelijk: de verlaging van het uitkeringspercentage in de werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidswetten van 75 naar 70 procent van het laatst verdiende loon, ingevoerd op 1 januari 1985, heeft de verwachte 1, 1 miljard gulden opgebracht. Echt simpele maatregelen werken.

Het is de vraag of de suggesties die oud-minister van sociale zaken J. de Koning woensdag op deze plaats deed aan dat criterium voldoen. Invoering van een minimumleeftijd voor de WAO waarschijnlijk wel, - behalve bij nieuwe Nederlanders, wier leeftijd vaak minder vastomlijnd is, merkt een praktijkman op. Budgetering van het aantal afgekeurden is in principe ook concreet, maar het element van persoonlijke vergelijking door artsen en ambtenaren dat er voor nodig is, roept willekeur of ontwijkingsgedrag op. Het eerste is taboe, het tweede vrij algemeen in Nederland.

De minister-president steunt naar verluidt het idee van de Centrale Economische Commissie (CEC) om de relatief royale WAO te beperken tot 'op het werk opgedaan letsel'. De praktijkman daar over: dat geeft aanleiding tot eindeloze jurisprudentie over geestelijk letsel. “Was het niet vooral uw vrouw-man waar u sip van werd?” Wat wel zou helpen is een toelatingseis voor de WAO dat men vijf of tien jaar gewerkt moet hebben.

Deelnemers aan de Tussenbalans-dans melden vergenoegd dat de Sociaal Economische Raad advies zal gaan uitbrengen over het terugdringen van de zorgwekkende groei van WAO en ziekteverzuim. En dan steviger dan wat het kabinet in het najaar vroom afsprak met werkgevers en werknemers. Dat duurt weer een tijdje. Maar de SER, waar die partijen dus ook allemaal in zitten, sprak zich vorige week eensgezind uit voor fundamentele bezuinigingen. Goed nieuws, tot de concrete voorstellen komen. De Industrie- en Voedingsbond CNV heeft haar bandje 'onbespreekbaar' al opgezet. Warme stroop smeert, koude maatschappelijke stroop vertraagt geluidloos.