De nadagen van de glasnost

President Michail Gorbatsjov heeft net gesproken. Over de binnen- en buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie.

Die zal niet veranderen. Over de Balten. Het is hun eigen schuld. En over de orde en discipline die het land zouden kunnen redden. Een groot gezin in Moskou-Zuid (moeder, oma, vier kinderen, studente die elke dag oppast en veel aanloop) laat het verslag op het journaal die dinsdagavond grotendeels aan zich voorbijgaan. Alleen de aankondiging dat er een grootscheepse geldzuivering op til is, is even onderwerp van gesprek. De oekaze van de president en de toelichting van premier Valentin Pavlov komen als een verrassing en zijn bovendien onbegrijpelijk, zeker voor mensen met eerlijk spaargeld.

We schaken dus maar weer verder. Andrej en Nikolaj, een tweeling van zeven, hebben me net om beurten springend en getruct van het bord geveegd. Ivan, de oudste zoon van elf die helaas al voor het schaakspel verloren lijkt omdat hij de sport als volwassene bejegent en de onbevangenheid van zijn jongere broertjes daarom kwijt dreigt te raken, slaagt daar op de valreep goddank net niet in.

De gebeurtenissen van de afgelopen twee weken razen niettemin door het hoofd, of beter, er spookt een soort van onbegrepen onbegrip. Elk perspectief op wat zou kunnen gebeuren, ontbreekt. Waarom doet wie wat? Het is een raadsel!

“De dictatuur zal er niet doorkomen”, had het zondagmiddag op het Manegeplein voor het Kremlin geklonken. Honderdduizend mensen demonstreerden daar toen tegen het militaire geweld in Vilnius en Riga. Honderdduizend in een stad van bijna tien miljoen en een land van 260 miljoen: te veel om een omwenteling soepel en zonder bloedvergieten te laten verlopen, te weinig om een poging daartoe van deze of gene op voorhand te blokkeren.

Maar in het gezin mag de stemming dan wel enigszins bedrukt zijn, het huis is door de recente ontwikkelingen toch niet bevangen, laat staan verlamd. De familie is getekend door de intimiderende Brezjnev- Andropov-jaren. Grootmoeder en zwager zijn nog niet zo heel lang geleden wegens hun dissidente opvattingen politieke gevangenen geweest. De angst dat de autoritaire en mogelijks zelfs totalitaire wereld terugkeert, heeft er nu echter een nogal paradoxale vorm aangenomen. Het is wellicht niet gepast om hem te citeren, maar Karl Marx heeft ooit eens vastgesteld dat de geschiedenis zich nooit herhaalt. En als ze dat doet, dan wordt ze een klucht. “ Precies”, zegt moeder Natasja, 34 jaar. “ Daarom kunnen we al die manoeuvres nu alleen maar als comedie zien. Voor jou is het nieuw. Wij hebben het allemaal al achter ons gelaten. Het is een deja vu. Wat moet je daar nog over zeggen? Het is ons probleem niet meer. Het is het hunne”.

Het is niet de eerste keer dat ik als buitenstaander op deze soevereine maar dubbelzinnige vorm van distantie stuit. Niet zo heel lang geleden heb ik in de keuken van dezelfde familie de kunsthistoricus Misja ontmoet, met andere woorden een intellectueel zoals het in Rusland heet, die bij binnenkomst trots en tegelijkertijd verontschuldigend een krant uit zijn tas pakte. “ Ik heb er maar weer eens eentje gekocht”, had hij erbij gezegd. “ Kijken of het me nog een beetje bevalt”.

Misja staat niet alleen. De redacties van de dag- en weekbladen hebben dat per 1 januari aan den lijve ondervonden. De oplages zijn gekelderd. 'Links' (de democraten) zowel als 'rechts' (de communisten) heeft er mee te kampen. Het dagblad Komsomolskaja Pravda (links) verloor twintig procent van zijn lezers, Izvestia (centrum) bijna de helft en de Pravda (rechts) ongeveer 60 procent. Onder de weekbladen is de trend niet anders, zij het dat in die hoek de hardste klappen bij links zijn gevallen. Argumenti i Fakti, links en vorig jaar met 33 miljoen lezers verreweg het grootst, raakte dertig procent van de abonnees kwijt, Ogonjok ('het vlammetje', links) ruim zestig procent en de Literatoernaja Gazeta (gematigd links) zelfs driekwart terwijl het rabiaat rechtse Molodaja Gvardia ('jonge garde') nog geen veertig procent verloor.

De tijd van de politiek in engere zin en dus ook van de krant als wapen is aan het wegebben. Vertrouwen en verlangen hebben plaats gemaakt voor scepsis en cynisme. Maar aan dat gemoed kan of wil de Sovjet-pers nog geen gehoor geven. In de media is de afgelopen twee weken dan ook stevig slag geleverd om de Baltische landen. Een commentaar van de 'redactieraad' van Moskovksije Novosti was vorige week zelfs aanleiding voor het staatshoofd om het parlement in een emotionele interruptie te vragen de media weer aan banden te leggen. Het heeft links en rechts er vooralsnog niet van weerhouden om onversneden stelling te nemen. Democratisch links tegen de militaire interventie en vooral ook tegen president Gorbatsjov die daarvoor verantwoordelijk werd gesteld. De Russische communisten tegen het 'onconstitutionele en discriminerende' gedrag van de nationalistische regering in Estland, Letland en Litouwen. En de kranten die de afloop nog niet wisten, probeerden zich een beetje op de vlakte te houden. President Gorbatsjov zelf deed dat allerminst.

De toon waarop dat gebeurt, wijkt af van de wijze van polemiseren in Nederland. De lengte die menig auteur nodig heeft eveneens. De bloemlezing die het Zaterdags Bijvoegsel vandaag publiceert, is dan ook maar ten dele representatief. Ze geeft echter wel een globaal beeld van de Sovjet-pers van de afgelopen twee weken.

President Michail Gorbatsjov heeft net gesproken. Over de binnen- en buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie. Die zal niet veranderen. Over de Balten. Het is hun eigen schuld. En over de orde en discipline die het land zouden kunnen redden. Een groot gezin in Moskou-Zuid (moeder, oma, vier kinderen, studente die elke dag oppast en veel aanloop) laat het verslag op het journaal die dinsdagavond grotendeels aan zich voorbijgaan. Alleen de aankondiging dat er een grootscheepse geldzuivering op til is, is even onderwerp van gesprek. De oekaze van de president en de toelichting van premier Valentin Pavlov komen als een verrassing en zijn bovendien onbegrijpelijk, zeker voor mensen met eerlijk spaargeld.

We schaken dus maar weer verder. Andrej en Nikolaj, een tweeling van zeven, hebben me net om beurten springend en getruct van het bord geveegd. Ivan, de oudste zoon van elf die helaas al voor het schaakspel verloren lijkt omdat hij de sport als volwassene bejegent en de onbevangenheid van zijn jongere broertjes daarom kwijt dreigt te raken, slaagt daar op de valreep goddank net niet in.

De gebeurtenissen van de afgelopen twee weken razen niettemin door het hoofd, of beter, er spookt een soort van onbegrepen onbegrip. Elk perspectief op wat zou kunnen gebeuren, ontbreekt. Waarom doet wie wat? Het is een raadsel!

“De dictatuur zal er niet doorkomen”, had het zondagmiddag op het Manegeplein voor het Kremlin geklonken. Honderdduizend mensen demonstreerden daar toen tegen het militaire geweld in Vilnius en Riga. Honderdduizend in een stad van bijna tien miljoen en een land van 260 miljoen: te veel om een omwenteling soepel en zonder bloedvergieten te laten verlopen, te weinig om een poging daartoe van deze of gene op voorhand te blokkeren.

Maar in het gezin mag de stemming dan wel enigszins bedrukt zijn, het huis is door de recente ontwikkelingen toch niet bevangen, laat staan verlamd. De familie is getekend door de intimiderende Brezjnev- Andropov-jaren. Grootmoeder en zwager zijn nog niet zo heel lang geleden wegens hun dissidente opvattingen politieke gevangenen geweest. De angst dat de autoritaire en mogelijks zelfs totalitaire wereld terugkeert, heeft er nu echter een nogal paradoxale vorm aangenomen. Het is wellicht niet gepast om hem te citeren, maar Karl Marx heeft ooit eens vastgesteld dat de geschiedenis zich nooit herhaalt. En als ze dat doet, dan wordt ze een klucht. “ Precies”, zegt moeder Natasja, 34 jaar. “ Daarom kunnen we al die manoeuvres nu alleen maar als comedie zien. Voor jou is het nieuw. Wij hebben het allemaal al achter ons gelaten. Het is een deja vu. Wat moet je daar nog over zeggen? Het is ons probleem niet meer. Het is het hunne”.

Het is niet de eerste keer dat ik als buitenstaander op deze soevereine maar dubbelzinnige vorm van distantie stuit. Niet zo heel lang geleden heb ik in de keuken van dezelfde familie de kunsthistoricus Misja ontmoet, met andere woorden een intellectueel zoals het in Rusland heet, die bij binnenkomst trots en tegelijkertijd verontschuldigend een krant uit zijn tas pakte. “ Ik heb er maar weer eens eentje gekocht”, had hij erbij gezegd. “ Kijken of het me nog een beetje bevalt”.

Misja staat niet alleen. De redacties van de dag- en weekbladen hebben dat per 1 januari aan den lijve ondervonden. De oplages zijn gekelderd. 'Links' (de democraten) zowel als 'rechts' (de communisten) heeft er mee te kampen. Het dagblad Komsomolskaja Pravda (links) verloor twintig procent van zijn lezers, Izvestia (centrum) bijna de helft en de Pravda (rechts) ongeveer 60 procent. Onder de weekbladen is de trend niet anders, zij het dat in die hoek de hardste klappen bij links zijn gevallen. Argumenti i Fakti, links en vorig jaar met 33 miljoen lezers verreweg het grootst, raakte dertig procent van de abonnees kwijt, Ogonjok ('het vlammetje', links) ruim zestig procent en de Literatoernaja Gazeta (gematigd links) zelfs driekwart terwijl het rabiaat rechtse Molodaja Gvardia ('jonge garde') nog geen veertig procent verloor.

De tijd van de politiek in engere zin en dus ook van de krant als wapen is aan het wegebben. Vertrouwen en verlangen hebben plaats gemaakt voor scepsis en cynisme. Maar aan dat gemoed kan of wil de Sovjet-pers nog geen gehoor geven. In de media is de afgelopen twee weken dan ook stevig slag geleverd om de Baltische landen. Een commentaar van de 'redactieraad' van Moskovksije Novosti was vorige week zelfs aanleiding voor het staatshoofd om het parlement in een emotionele interruptie te vragen de media weer aan banden te leggen. Het heeft links en rechts er vooralsnog niet van weerhouden om onversneden stelling te nemen. Democratisch links tegen de militaire interventie en vooral ook tegen president Gorbatsjov die daarvoor verantwoordelijk werd gesteld. De Russische communisten tegen het 'onconstitutionele en discriminerende' gedrag van de nationalistische regering in Estland, Letland en Litouwen. En de kranten die de afloop nog niet wisten, probeerden zich een beetje op de vlakte te houden. President Gorbatsjov zelf deed dat allerminst.

De toon waarop dat gebeurt, wijkt af van de wijze van polemiseren in Nederland. De lengte die menig auteur nodig heeft eveneens. De bloemlezing die het Zaterdags Bijvoegsel vandaag publiceert, is dan ook maar ten dele representatief. Ze geeft echter wel een globaal beeld van de Sovjet-pers van de afgelopen twee weken.

    • Hubert Smeets