Berlage Institute naar het Weeshuis van Aldo van Eyck

AMSTERDAM, 26 jan. - Het Burgerweeshuis van Aldo van Eyck in Amsterdam, een mijlpaal in de naoorlogse Nederlandse architectuur die ternauwernood aan sloop is ontkomen, krijgt maandag zijn nieuwe bestemming.

Hier wordt het Berlage Institute gehuisvest, het nieuwe centre of excellence voor twee jaar postacademisch architectuuronderwijs.

Om als opdrachtgever het goede voorbeeld te geven heeft het Berlage Institute Aldo van Eyck gevraagd zelf de restauratie te verzorgen. Dekaan is Herman Hertzberger, die de campagne aanvoerde voor behoud van het Weeshuis. Van Eyck staat bekend als lastig en de restauratie heeft ruim vier maanden langer geduurd dan was gepland. In de ateliers die deze week in gebruik worden genomen werd gisteren de verlichting geinstalleerd en legden schilders de laatste hand aan de koepelvormige plafonds, die in opdracht van Van Eyck grijs moesten worden.

De restauratie van het Weeshuis - het gaat overigens in deze eerste fase om duizend van de in het totaal vijfduizend vierkante meter - brengt een nevenopdracht voor Aldo van Eyck met zich mee: de bouw van 25.000 vierkante meter kantoorruimte op het hetzelfde terrein. Het Weeshuis maakte het mogelijk een projectontwikkelaar te interesseren voor de restauratie, die in totaal zo'n vijf miljoen gulden zal kosten. De rest van het gebouw is nu nog in gebruik door het Sociaal Agogisch Centrum (SAC), dat van plan is een nieuw gebouw neer te zetten tegenover het Weeshuis.

In dit eerste jaar van zijn bestaan laat het Berlage Institute niet meer dan zestien studenten toe, die ieder twaalfduizend gulden per jaar collegegeld betalen. Zij komen behalve uit Nederland ook uit China, Finland, Griekenland, Indonesie, Japan, Polen, Zwitserland, Amerika en Joegoslavie.

Van het ministerie van O en W hoopt het instituut vijf jaar lang 1, 1 miljoen subsidie per jaar te ontvangen; VROM geeft drie jaar lang 175.000 per jaar. Van WVC komt er bijna een een miljoen per jaar, bestaande uit ruim acht ton subsidie en een ton voor een uitwisselingsproject met Oost-Europa. Bij het vaststellen van het volgende Kunstenplan in 1993 beslist WVC opnieuw over een al of niet structurele subsidie.

Hertzberger is erin geslaagd belangrijke internationale architecten aan te trekken voor lezingen en 'master classes', waaraan ook studenten van de Rietveld Academie en de TU's in Delft en Eindhoven mogen deelnemen. In het eerste semester konden de studenten kennis maken met de Japanse architect Tadao Ando, de Nederlandse beeldhouwer Carel Visser en de Engelse theoreticus Kenneth Frampton. In de komende semester doceren de architecten Otto Steidle uit Munchen, Henri Ciriani uit Parijs en Oriol Bohigas uit Barcelona aan het instituut.

In blokken van twaalf weken buigen de studenten zich over actuele vraagstukken die letterlijk dicht bij het Weeshuis liggen, zoals de Bijlmermeer, woningbouw rondom het Olympisch stadion en een uitbreiding van de Rietveld Academie. Volgende week begint rijksbouwmeester K. Rijnboutt met de studenten aan het project 'ontwerpen van rechtbanken'.

    • Tracy Metz