'Beleid Rijk landbouwgif vaak in strijd met de wet'

DEN HAAG, 26 jan. - Het beleid dat de rijksoverheid voert ten aanzien van bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw, is soms duidelijk in strijd met de wet.

Daarbij delft het milieu regelmatig het onderspit. Deze conclusie trekken twee onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam uit een studie naar de toelating van bestrijdingsmiddelen in Nederland.

Volgens de onderzoekers, mr. drs. E. M. Vogelezang en ir. E. J. Matser, zijn er ten onrechte middelen toegelaten waarvan noodzakelijke gegevens ontbreken. Stoffen waarvan de schade voor het milieu vaststaat, worden nog jaren toegelaten of zelfs in het geheel niet verboden. Een van de doelstellingen van de Bestrijdingsmiddelenwet, die in 1975 werd bijgesteld, is juist de bescherming van het milieu.

In Nederland wordt jaarlijks ongeveer 45 miljoen kilo bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw toegepast. Volgens de wet mogen toegelaten middelen geen schadelijke nevenwerking hebben op de volksgezondheid, de gebruikers en de leefomgeving. Toch komen er, zo blijkt uit de studie, grote hoeveelheden pesticiden in het milieu met schadelijke effecten .

De beslissingen over de toelating worden door vier ministeries (landbouw, milieubeheer, volksgezondheid en sociale zaken) voorbereid in de Commissie Toelating Bestrijdingsmiddelen. De onderzoekers hebben vergaderstukken van deze commissie geanalyseerd en met betrokken ambtenaren gesproken.

“Traagheid is troef in het beleid”, zeggen Vogelezang en Matser. “Uitvoering van de wet en van beleidsvoornemens laat jarenlang op zich wachten.” Ze signaleren ook een gebrek aan openheid en verantwoording over het toelatingsbeleid: “Informatie over schadelijke effecten van toegelaten middelen wordt vrijwel niet verstrekt.”

De eerste exemplaren van de studie - 'De toelating van bestrijdingsmiddelen. Milieu tussen wet en beleid' - zijn onlangs aangeboden aan de Kamerleden Biesheuvel (CDA) en Tommel (D66).