Aanbod kantoorruimte opnieuw hoger

AMSTERDAM, 26 JAN. Het aanbod op de Nederlandse commerciele vastgoedmarkt is in 1990 voor het tweede achtereenvolgende jaar flink gestegen.

Vooral het aanbod van kantoorruimte nam tot ongekende hoogte toe, namelijk met ongeveer twintig (vorig jaar zeven) procent tot 2, 15 miljoen vierkante meter. Dit ondanks het feit dat voor het zevende achtereenvolgende jaar een verhuurrecord gevestigd werd.

Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van het blad VastGoedMarkt. De verhuur van kantoorruimte op de 'vrije markt' (dat is exclusief de door ondernemingen voor eigen gebruik gebouwde percelen), steeg volgens VGM met ruim tien procent tot bijna 1, 4 miljoen vierkante meter. Tegenover grote stijgingen in Den Haag (van 76.000 naar 166.000 vierkante meter) en Utrecht (van 98.000 naar 161.000 vierkante meter), stond een forse daling in de agglomeratie Amsterdam (van 343.000 tot 247.000 vierkante meter) en een daling in Rotterdam (van 168.000 tot 132.000 vierkante meter). In de overige gemeenten steeg de verhuur met ruim 20 procent van 558.000 naar 675.000 vierkante meter.

De toeneming van het kantorenaanbod is een combinatie van meer op risico bouwen door beleggers en projectontwikkelaars en het achterlaten van kantoorcomplexen als gevolg van verhuizing naar nieuwe gebouwen. De meeste achtergelaten objecten worden gerenoveerd alvorens ze weer op de markt worden gebracht.

Het meer op risico bouwen is volgens VGM mede veroorzaakt door de grote interesse van Skandinavische beleggers voor Nederlands onroerend goed. Door problemen in eigen land tonen de Zweden inmiddels minder belangstelling. Een deel van het Skandinavische bezit in Nederland staat dan ook te koop en daarvan kan een prijsdrukkende werking uitgaan.

VGM vraagt zich af of het niet zinvol is nieuwbouwplannen, vooral ambitieuze gemeentelijke 'sleutel'projecten als de Amsterdamse IJ-oever, het Haagse BANKgebied, de Rotterdamse Kop van Zuid en het Utrechtse City Project, uit te stellen dan wel in omvang te beperken.

Tegelijk met de onderzoekresultaten van VGM is het jaarlijkse kantorenmarktrapport over de regio Amsterdam van makelaarskantoor De Boer, Den Hartog, Hooft (BHH) verschenen. In tegenstelling tot VGM rekent BHH ook Hoofddorp tot de Amsterdamse regio en zijn in de rapportage van dit kantoor de voor eigen gebruik gebouwde percelen begrepen in de 'opname' van kantoorruimte.

Volgens BHH is er in 1990 in de Amsterdamse regio 350.000 vierkante meter kantoorruimte aangeboden tegen 384.000 in 1989. In 1990 is 300.000 vierkante meter opgenomen tegen 452.000 in 1989. Toch wordt een opname van 300.000 vierkante meter in 1990 structureel als “gunstig” aangemerkt zij het dat de tweede helft van 1990 een teruggang van de opname te zien gaf.

Het economisch herstel dat in 1984 inzette, heeft voor een bijna ongebreidelde groei van de kantorenmarkt in de regio gezorgd. In de laatste vijf jaar is bijna 2, 1 miljoen vierkante meter aan kantoorruimte omgezet. BHH ziet de internationale ontwikkelingen (minder goede economische vooruitzichten, rentestijging, terugval van de beurzen, Golfcrisis) als belangrijkste bedreiging voor de kantorenmarkt. Het makelaarskantoor verwacht echter niet dat de markt hier zo sterk zal terugvallen als in de Verenigde Staten en Engeland omdat in ons land de expansie ook beduidend minder was.

Volgens makelaar A. den Hartog verdient hoogstens Amsterdam-Zuid in de versnipperde regionale kantorenmarkt het predikaat 'A-locatie'. Vooral advocaten en notarissen tonen een grote voorkeur voor Zuid. Overigens zijn de huurprijzen in Amsterdam beduidend lager dan in andere Europese hoofdsteden. Den Hartog meent dat de regio snel A-locaties moet ontwikkelen om internationaal een rol te kunnen blijven spelen. De strategische voorraad bouwterreinen zou moeten worden “aangesneden” met de ontwikkeling van Buitenveldert-Noord en het kruisstation Duivendrecht.

Het niveau van de commerciele huuprijzen binnen het totale kostenpatroon van een bedrijf is “relatief onbelangrijk”. Bij het kiezen van een vestigingsplaats door buitenlandse ondernemingen spelen tal van andere overwegingen - infrastructuur, de beschikbaarheid van luxe woningen en appartementen voor topmedewerkers, internationale scholen, culturele en recreatieve mogelijkheden - een veel grotere rol. 'Drugs' en 'onveiligheid' worden volgens Den Hartog bij de besluitvorming over Amsterdam als potentiele vestigingsplaats nog steeds als negatieve factoren opgevoerd.

    • Hans Beugel