Winnaar Nijhoffprijs Per Holmer: Ik vertaal alleen schrijvers met wie ik me verwant voel

Vanavond krijgt de Zweedse auteur Per Holmer (39) de Nijhoffprijs voor zijn vertalingen van Nederlandse literatuur in het Zweeds.

AMSTERDAM, 25 jan. - Het American Hotel in Amsterdam is heilige grond en de Zweed Per Holmer weet dat. Hij heeft er dan ook bij het Prins Bernhard-fonds aangedrongen in dit hotel een kamer voor hem te reserveren. Hier gingen volgens de overlevering Martinus Nijhoff en Du Perron op de vuist, hier speelt De draaideur van Patrizio Canaponi (A. F. Th. van der Heijden) en hier schalde het Telefoon voor de heer Mulisch door het cafe-restaurant.

Holmer (39), die Nederlands spreekt met een Vlaams accent, krijgt vanavond de Martinus Nijhoffprijs 1991 voor vertalingen in het Zweeds van onder meer Opwaaiende zomerjurken en Cirkel in het gras (En cirkel i graset) van Oek de Jong, De verwondering (Forundran) en Een zachte vernieling (En stilla forintelse) van Hugo Claus, Publiek geheim (En offentlig hemlighet) en Hersenschimmen (Hjarenspoken) van J. Bernlef). De jury prijst hem om zijn “consistente manier van vertalen” en noemt Holmer “een belangrijk ambassadeur van de Nederlandse literatuur”.

Aan de Nijhoffprijs, die jaarlijks aan vertalers uit en naar het Nederlands wordt toegekend, is een bedrag van 15.000 gulden verbonden. De prijs is ingesteld in 1953 als eerbetoon aan de in dat jaar overleden dichter en vertaler Nijhoff, die tevens bestuurslid van het Prins Bernhard-fonds was. Ook in 1979 werd de prijs toegekend aan een vertaler naar het Zweeds: Ingrid Wiken-Bonde. Zij kreeg hem toen voor haar vertalingen van Louis-Paul Boon. “Daarmee is de cirkel rond”, zegt Holmer, “want door Boon werd ik destijds nieuwsgierig naar de Nederlandse taal en kocht ik het boekje Teach yourself Dutch.

“Ik ben in Nederland terechtgekomen via Vlaanderen. De roman De bende van Jan de Lichte van Boon was het eerste boek dat ik zo goed en zo kwaad als het ging in de oorspronkelijke taal probeerde te lezen.” Dat was in 1978. Voor die tijd wist Holmer weinig van Nederland: “Ik kende alleen de belangrijke Nederlandse schilders, van Rembrandt tot en met Van Gogh en van Jan Steen tot en met Cobra. Het is ook nog altijd de Nederlandse cultuurbijdrage aan de wereld.”

In 1983 verscheen Opwaaiende zomerjurken (Fladdrande klanningar) in Zweden. Holmer: “Het was het eerste boek dat ik vertaalde en ik vind het nog steeds een prachtige roman. De roman werd een succes in Zweden en Oek de Jong was de eerste Nederlandse schrijver die ik leerde kennen. Ik geloof wel dat ik de vertaling nu hier en daar zou kunnen verbeteren.”

Holmer heeft als vertaler inmiddels een indrukwekkende staat van dienst. Naast een tiental Nederlandse titels vertaalde hij ook werk uit het Engels en Duits van respectievelijk van Tom Robbins, Graham Swift, Bernt Engelmann en Michael Kruger. De vertalingen doet hij naast zijn eigen scheppende werk. Holmer schreef zes romans, twee verhalenbundels en een toneelstuk, maar daar doet hij bescheiden over.

Holmer is goed op de hoogte van de hedendaagse literatuur en langzamerhand komt hij er ook toe meer ouder werk te lezen. “Ik heb onlangs Het land van herkomst gelezen. Verder ben ik bezig met Couperus en van Emants heb ik nu ook het een en ander gelezen. Het is jammer dat er voor die oudere auteurs geen kans is om in het Zweeds te worden vertaald. Uitgevers willen nu eenmaal het liefst jonge schrijvers. Het is een uitzondering dat van Mulisch De aanslag (Overfallet) zijn eerste en enige in het Zweeds vertaalde boek was! Van Wolkers is bijna consequent elk boek vertaald, nooit lang nadat het in Nederland verscheen. Zijn werk had altijd succes, Zweden hebben alleen moeite met het uitspreken van het woord Oegstgeest. Op de uitgeverij spreekt men dan ook over Tillbaka till Oe.”

Overigens werden Wolkers en Mulisch niet door Holmer vertaald. Er zijn meer 'ambassadeurs', al is Holmer op dit moment zeker de belangrijkste. Hoe breed Holmer ook georienteerd is, hij vertaalt naar eigen zeggen alleen schrijvers met wier werk hij affiniteit heeft. “Claus raakt de Bourgondische kant in mij, Bernlef de nuchtere. Van Elsschot ben ik ook een groot bewonderaar en misschien kan ik nog eens een uitgever overhalen iets van hem in vertaling te brengen. Een verhaal als Lijmen is nog steeds van deze tijd!

“Maarten Biesheuvel lijkt mij helaas onvertaalbaar, maar Reve niet. De moeilijkheid met Reve is natuurlijk wel dat nieuwe lezers ingevoerd moeten worden in de Reviaanse belevingswereld. Voor een werk als De avonden geldt dat misschien niet, maar dat zal weer stuiten op het wantrouwen van commercieel denkende uitgevers omdat het boek uit 1947 stamt. Het blijft natuurlijk een prachtig boek - ik herlees het elk jaar tussen Kerst en Oud en nieuw.”

Volgens Holmer zouden Nederland en Vlaanderen een front moeten vormen om Hugo Claus als kandidaat voor de Nobelprijs naar voren te schuiven. Begrijpt hij niet dat dat voor sommigen heel gevoelig ligt en dat een Belg natuurlijk nooit de eerste Nederlandstalige kan zijn die de Nobelprijs krijgt?''Claus is voor mij echt een van de grootsten. Hij is een kosmopoliet en een dorpsgenie tegelijk. Ik zie het als mijn voornaamste taak om Hugo Claus te vertalen. Ik ben al enige tijd bezig met Het verdriet van Belgie en ik hoop dat dat eind 1992 zal kunnen verschijnen in het Zweeds. Ik voel de Vlaamse sfeer goed aan en ik zie ook het verschil wel tussen Nederland en Vlaanderen. Maar ik ben vertaler en ik zet Nederlands en Vlaams om in hetzelfde Zweeds. Bij de schrijvers die ik waardeer speelt dat verschil ook geen rol, ze zijn ieder op hun manier goed.''

Gerard Koolschijn krijgt vanavond eveneens de Nijhoffprijs, voor zijn vertalingen uit het Grieks.

    • Lucas Ligtenberg