Wat wij zien en horen

Op de ochtend dat de oorlog in het Midden-Oosten uitbrak en er daar bij veel mensen een bom of granaat het huis in schoot, gleed er bij ons een vleugel naar binnen.

Met een telekraan die op het weiland achter onze tuin stond zweefde het goed ingepakte gevaarte van het terras omhoog en over het balkon zo onze kamer in. Het is een Bachstein - hofleverancier van zijne majesteit de keizer zoals erin staat - van bijna een eeuw oud, uit 1892. We hebben hem in Haarlem bij Andriessen gekocht, die zoveel vleugels heeft staan dat het er wel een vijver lijkt met Victoria regia's, met bladeren van drop. Toen hij op zijn plaats stond gingen wij er meteen een quatre-mains, quatre-vingers kan je beter zeggen, want we moeten nog beginnen met les te nemen, een melodietje van Schubert op pingelen dat we Brendel vaak hebben horen spelen op een bandje in de auto. Onze papa zei dat dat het beste geluid was tegen het helse gegier van de raketten die je beneden op de televisie in Bagdad hoorde inslaan. Dat een piano het meest geschikte wapen was tegen stalinorgels en meer van die barbaarse instrumenten van de oorlogsgod Mars.

We vinden het nogal akelig dat onze ouders bijna de hele dag voor de televisie zitten te kijken naar al die deskundigen die toch niets te melden hebben. Volgens ons zijn het allemaal rolletjes van Kees van Kooten. Soms, als er de een of andere minister op het scherm verschijnt, hoor je onze papa ontsteld roepen: “Moet je dat horen, die man gaat zowaar God aanroepen. Die moet beslist volkomen in de olie zijn.” Maar toen de burgemeester van Tel Aviv voor de televisie kwam, riep hij ons en zei: “Kijk jongens, dat is een wijs man. Tussen de puinhopen van zijn stad prijst hij zichzelf en iedereen gelukkig dat er geen doden zijn gevallen, en hij schreeuwt niet om wraak, omdat hij weet dat in de bijbel staat, 'Mij is de wrake, ik zal het vergelden', maar hij zegt, 'We gaan door met van het leven te genieten'.

“Eindelijk frisse lucht na de oprispingen van al die hypocriete zalvers waarvan maar al te velen nog aan de wapenhandel verdiend hebben. Je mag een stad wel prijzen die zo'n burgemeester heeft.” En onze mama heeft ons een stukje uit Chaucer voorgelezen in het middelengels. Het ging over de oorlog. “Ther is ful many a man that crieth 'Werre, werre!' “ Zo las ze een heel stuk voor en daarna vertaalde ze het. “Menigeen schreeuwt 'Oorlog, oorlog!' die nauwelijks weet wat oorlog betekent. Als de oorlog uitbreekt lijkt hij zo machtig en groots dat iedereen eraan mee wil doen. Maar als de oorlog eenmaal begonnen is zullen er velen ellendig sterven.”

Waar niemand aan denkt bij een oorlog zijn de dieren. De katten en slangen, kikkers en salamanders, die in paniek vluchten en niet weten waar ze heen moeten tussen al die uit elkaar spattende granaten en raketten. Ze begrijpen er niets van en worden waanzinnig van angst en er is niemand die ze troost.