Voor een paar aardige mensen; Brieven van Andre Masson

Andre Masson: Les Annees Surrealistes. Correspondance 1916-1942, samengesteld en ingeleid door Francoisoise Levaillant. Uitg. Manufacture, 575 blz. Prijs fl. 112, 05.

Het leven is wreed en absurd, de wereld wordt geregeerd door schurken, maar gelukkig bestaat er zoiets als kunst en zijn er hier en daar een paar aardige mensen die het leven de moeite waard maken. Zo zou men de levensfilosofie van de Franse surrealistische schilder Andre Masson (1896-1987) kunnen samenvatten. In veel van zijn kunstwerken en in zijn illustraties voor boeken van Marquis de Sade, Georges Bataille en Michel Leiris is deze visie op het leven terug te vinden. Masson is de schilder van absurde mensachtige figuren en wrede, vaak erotisch geladen afbeeldingen. Men denke bij voorbeeld aan de serie 'Massacres', een reeks ruwe pentekeningen met massamoord als thema.

Ook in de vele brieven die Masson tijdens zijn leven aan zijn vrienden schreef en waarvan er 289 uit de periode 1916-1942 onlangs zijn uitgegeven, is zijn opvatting over wereld en politiek een regelmatig terugkerend thema. Vooral fascisten en de 'leugenachtigheid' van linkse schrijvers en kunstenaars moeten het in zijn brieven ontgelden. Voor lieden die ondanks de sombere berichten uit Rusland nog steeds durfden te beweren dat het Russische staatscommunisme iets met menselijke waardigheid te maken had, had Masson geen goed woord over. Geloof in een betere wereld kende hij niet.

Echt kwaad maakt Masson zich als zijn beste vrienden zich 'tegen beter weten in' inlaten met politiek. Zo moet zijn vriend en geestverwant Georges Bataille het ontgelden als deze samen met de voorman van het surrealisme, Andre Breton, de marxistische georienteerde anti-fascistische actiegroep Contre-Attaque opricht. In een aantal brieven veroordeelt Masson Bataille's engagement en zijn communistische sympathieen. Op 6 oktober 1935 schrijft hij bij voorbeeld: “De klassenstrijd om hiermee een klassenloze maatschappij te bereiken? Maar dat is toch idioot - er zullen altijd klassen zijn, altijd een hierarchie, gevangenissen en gevangenen, onderdrukkers en onderdrukten. - De mensen zullen altijd door hun passies geleefd worden, zelfs als ze volkscommissaris zijn.”

In zijn jonge jaren, zo blijkt uit zijn brieven, heeft Masson wel degelijk sympathie gehad voor het marxisme en bewonderde hij Lenin en Trotski. Maar ook dan heeft hij al een uitgesproken 'weerzin tegen (politiek) handelen', zoals hij dat in een brief aan Andre Breton in 1925 verwoordt.

Als de surrealistische beweging, waar Masson vanaf 1924 deel van uitmaakt, eind jaren twintig onder het onbetwistbare leiderschap van Breton steeds meer op een autoritaire politieke partij gaat lijken, haakt Masson af. Hij weigert Bretons oproep te ondertekenen waarin de surrealistische 'revolutie' op een lijn wordt gesteld met de klassenstrijd. Masson is niet de enige. In het tweede Surrealistisch Manifest uit 1929 roept Breton de banvloek uit over Masson en wordt hij samen met andere dissidenten uit de beweging gestoten.

ILLUSIE

In 1916, op achttienjarige leeftijd, schreef Masson aan een vriend: “De kunst is ons ideaal - anderen beschouwen het als een illusie - wij leven voor deze illusie.” Vanaf 1929 zal Masson geheel voor deze 'illusie' gaan leven. Hij trekt uit Parijs weg, woont lange tijd in Zuid-Frankrijk en in de Spaanse badplaats Tossa de Mar, en vult zijn dagen met schilderen en tekenen. Door een intensieve briefwisseling houdt hij contact met een kleine groep kunstenaars en schrijvers in Parijs. Het zijn Massons uitverkorenen, mensen die het leven de moeite waard maken. In zijn brieven getuigt hij, vaak op sentimentele wijze, van zijn vriendschap voor onder anderen Georges Bataille, de dichter Robert Desnos, Michel Leiris en bovenal voor de kunstkenner en -handelaar Daniel-Henry Kahnweiler, die door Masson steevast met 'Cher Heini' wordt aangesproken. Kahnweiler was een gefortuneerd en binnen kunstkringen invloedrijk man. Hij was voortdurend op zoek naar jong talent. Menig kunstenaar, onder anderen Picasso, Leger, Braque en Masson, heeft hij op weg geholpen.

Vooral aan deze kunsthandelaar schreef Masson veel brieven. Kahnweiler was niet alleen de belangrijkste afnemer van Massons kunstwerken, maar ook zijn zaakwaarnemer. Hij zorgde dat zijn schilderijen een goede bestemming kregen, organiseerde exposities, onderhield contacten met de pers en verzekerde hem van een vast maandelijks inkomen, ongeacht of er wel genoeg 'Massons' waren verkocht. Waarschijnlijk zou Massons carriere zonder de inspanningen van Kahnweiler aanzienlijk minder succesvol zijn verlopen en had hij heel wat minder rustig in het buitenland kunnen verblijven.

Masson heeft, vlak voor zijn dood in 1987, bedongen dat er zoveel mogelijk brieven van hem aan Kahnweiler in het boek moesten staan. Bijna de helft van de opgenomen brieven en briefkaarten is inderdaad aan Kahnweiler geadresseerd, waardoor het is te beschouwen als een postume hommage van Masson aan zijn 'Cher Heini'.

INFANTERIST

Les Annees Surrealistes Correspondance 1916-1942 is een prachtige, luxueuze uitgave geworden, met tientallen afbeeldingen van Massons schilderijen en tekeningen. De brieven zijn zorgvuldig geannoteerd door Masson-kenner Francoisoise Levaillant, die tevens Massons mindbekende vrienden kort heeft geportretteerd. Toch heeft het boek enkele minpunten.

Op de eerste plaats ontbreken brieven uit de tijd dat Masson als infanterist in de Eerste Wereldoorlog aan het front vocht. Misschien heeft Masson toen geen brieven geschreven, maar dat staat nergens vermeld. Omdat deze oorlogservaringen Massons idee van het absurde sterk hebben bepaald, was correspondentie uit deze periode interessant geweest. Ten tweede zijn er veel nietszeggende briefjes en briefkaartjes opgenomen uit het begin van de jaren twintig, een tijd dat Massons carriere nog op gang moest komen en hij brieven voornamelijk gebruikte om mensen de groeten te doen. Door deze briefjes is het boek onnodig dik geworden.

Tenslotte ontbreken praktisch alle brieven aan Andre Breton. Masson heeft in zijn testament laten vastleggen dat zijn nog niet eerder gepubliceerde brieven aan Breton, met wie hij in 1943 definitief gebrouilleerd raakte, niet gepubliceerd mochten worden. Juist deze brieven aan de ongekroonde keizer van het surrealisme hadden Les Annees Surrealistes compleet gemaakt.

    • Roeland Dobbelaer