Vechten om een bril; Milan Kundera schreef weer filosofische roman

Milan Kundera: Onsterfelijkheid. Uitg. Ambo, 370 blz. Prijs fl. 49, 90

Milan Kundera schuwt de grote thema's niet. Zelden heeft een roman een zo compacte en tegelijk veelomvattende titel meegekregen als zijn jongste roman, Onsterfelijkheid. De titel is een uitermate doeltreffende verwijzing naar de kern van de roman. Kundera laat een reeks van personen en personages figureren op het toneel van de onsterfelijkheid.

De grote namen van Goethe, Beethoven en Napoleon en de iets minder grote namen van Bettina Bretano, Christiane Vulpius en Jimmy Carter worden afgewisseld door Agnes en Laura, zusters van elkaar, en Paul, de echtgenoot van Agnes. Voor de eerstgenoemden is het vermelden van de achternaam voldoende. Zij bezitten in de ogen van Kundera 'grote onsterfelijkheid': zij maken deel uit van het collectieve geheugen van de mensheid. De personen met een voor- en achternaam hebben een breekbaarder positie. Zij koesteren zich in de grote onsterfelijkheid van anderen. Degenen, die alleen met een voornaam worden aangeduid, zijn geen personen, maar personages. Zij kunnen slechts hopen op een 'kleine onsterfelijkheid': een plaats in de herinnering van hen, die ze persoonlijk hebben gekend.

Onsterfelijkheid is voor Kundera vooral een strijdperk, zoals in eerdere romans de erotiek en het geheugen een strijdperk waren en dat nu ook weer zijn. Christiane Vulpius en Bettina Bretano strijden om de grote onsterfelijkheid van Goethe in het geheugen van de wereld, Agnes en Laura strijden om de kleine onsterfelijkheid in het geheugen van Paul. Dit thema van Kundera is een voortzetting van De ondragelijke lichtheid van het bestaan, zoals hij overigens zelf voor het gemak van lezer en recensent op pagina 257 aangeeft.

Kundera is een romanschrijver met een sterke orientatie op de filosofie. Dat bleek uit zijn vorige romans, en het blijkt uit Onsterfelijkheid opnieuw. Een filosofische romanschrijver is niet hetzelfde als een romanschrijvende filosoof. Een filosoof kan de romanvorm als middel gebruiken om een theorie uit te werken of te populariseren. Filosofen als Kierkegaard en Sartre hebben daarom belangrijke delen van hun werk in de romanvorm geschreven. In interviews en artikelen heeft Kundera zich met nadruk afgezet tegen deze filosofie-in-romanvorm. Kundera ziet zichzelf allereerst als een romanschrijver, een schrijver die filosofische thesen slechts gebruikt als een bondige samenvatting van de levens van zijn romanpersonages. Zo heeft hij in De ondragelijke lichtheid van het bestaan met Nietzsche's 'theorie van de eeuwige terugkeer' zijn romanpersonages in het dilemma tussen zwaarte en lichtheid geplaatst.

EIGEN KARAKTER

Net als in de vorige romans wisselen in Onsterfelijkheid filosofische

ayfragmenten de verhalende delen van de roman af. Om het eigen karakter van zijn essay-fragmenten te benadrukken, heeft Kundera ze in zijn bundel De kunst van de roman 'romaneske essays' gedoopt. Deze naamgeving dient mede als afscherming van zijn werk tegen de produkten van de romanschrijvende filosofen. Het romaneske essay heeft binnen de roman de functie alledaagse stelligheden te ondergraven, aldus Kundera. Het maakt van de filosofische roman een circus van over elkaar heen buitelende thesen, en dat circusspel versterkt juist de roman en resulteert niet in een filosofische verhandeling met een stellig karakter.

De essayfragmenten in Onsterfelijkheid gaan niet alleen over onsterfelijkheid, maar ook over de erotische ervaring en de verhouding tussen mens en natuur. Dankzij Kundera's meesterschap in de schrijfkunst lijken deze essayfragmenten op het eerste gezicht romaneske essays bij uitstek. Bij nadere beschouwing verdwijnt die indruk. In de essayfragmenten van de roman worden weliswaar verschillende filosofische stellingen opgeworpen, maar die dienen vaak niet om het centrale thema van de roman van vele zijden te belichten, zoals dat wel het geval was in De ondragelijke lichtheid van het bestaan.

De essayfragmenten uit Onsterfelijkheid vormen samen eerder een bundeltje met vrijblijvende krantecolumns over diverse onderwerpen, dan dat ze de over elkaar heen buitelende thesen uit Kundera's roman-circus zijn. Circusdirecteur Kundera maakt een wat vermoeide indruk, en lijkt zijn zelfontworpen acrobatiek niet geheel meer in de hand te hebben. Sommige essayfragmenten zijn iets te stellig en te duidelijk geleend van filosofen als Levinas en Heidegger, andere essayfragmenten, zoals de seksuologisch aandoende verhandeling over de stadia van de erotische ervaring in het romandeel Toeval, zijn slechts door een zeer dunne draad verbonden met de rest van de roman. Ze zijn met de beste wil van de wereld niet meer te beschouwen als romaneske essays.

AANWEZIG

Er is nog een opvallend verschil tussen Onsterfelijkheid en de vorige romans: Kundera is zelf zeer pregnant in het verhaal aanwezig. Met de nadrukkelijke aanwezigheid van de auteur als schepper van de romanpersonages kan ook de romanconstructie onderdeel van het circusspel worden, zoals Calvino op onnavolgbare wijze laat zien in Als op een winternacht een reiziger. In Onsterfelijkheid heeft het een tegengesteld effect. Kundera benadrukt ermee, dat de romanpersonages slechts geschapen zijn als marionetten van zijn thesen. “Hou je niet van den domme, Ernest”, zegt Goethe op pagina 232 tegen Hemingway, “Je weet best dat we op dit moment niets anders zijn dan de frivole fantasie van een romanschrijver, die ons dingen laat zeggen die wij naar alle waarschijnlijkheid nooit gezegd zouden hebben.” Geen middel wordt nagelaten om de lezer duidelijk te maken, dat het Kundera zelf is die aan de touwtjes trekt. Kundera wil te nadrukkelijk niet worden misverstaan, en heeft door dat streven naar eenduidigheid eerder de houding van de filosoof dan die van de romanschrijver.

Gelukkig lijden niet alle romandelen van Onsterfelijkheid daaronder. Prachtig vind ik bijvoorbeeld de beschrijving van de verhouding tussen de zusters Laura en Agnes en hun vader. Een briljante vondst is ook de manier, waarop Kundera een simpel voorwerp als een bril tot symbool van wedijver tussen romanpersonages weet te maken, zowel tussen de zusters Laura en Agnes als tussen Christiane Vulpius en Bettina Bretano. Hier overtreft Kundera naar mijn mening zelfs zijn vorige romans. Deze meesterlijk uitgevoerde tekstacrobatiek kan helaas niet verhullen, dat de circustent vol gaten zit.