V-raad wil niet praten over voorstel tot bestand

NEW YORK, 25 jan. - De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is gisteren voor het eerst sinds het uitbreken van de oorlog in de Golf informeel bijeen geweest om te spreken over een voorstel van vijf Arabische landen.

Libie, Tunesie, Marokko, Algerije en Mauretanie willen een debat houden over een staakt-het-vuren. De voorzitter van de Veiligheidsraad, de Zairees Bagbeni Nzengeja, zei echter dat er geen reden was voor een speciale zitting zolang de “Iraakse agressie van 2 augustus 1990 tegen Koeweit voortduurt”.

Nzengeja voegde eraan toe dat de meerderheid van de leden van de Veiligheidsraad zijn standpunt steunt.

De Veiligheidsraad luisterde gisteren naar verslagen van de VS, Groot-Brittannie en Frankrijk over het verloop van de oorlog. De geallieerden en de Sovjet-Unie willen voorkomen dat de Veiligheidsraad in een speciale zitting bijeenkomt voordat de Iraakse president, Saddam Hussein, erin toestemt zijn troepen uit Koeweit terug te trekken. “Wij wachten op een positief antwoord van Saddam Hussein, en dat antwoord hebben we nog niet ontvangen”, aldus Valentin Lozinski, plaatsvervangend Sovjet-ambassadeur bij de VN. De vijf Arabische landen kregen alleen de steun van Soedan. De landen van de Samenwerkingsraad in de Golf, Saoedi-Arabie, Koeweit, Qatar, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten, waren tegen het voorstel.

De Britse ambassadeur, Sir David Hannay, liet doorschemeren dat enkele landen de geallieerden ervan beschuldigen verder te gaan in de strijd tegen Irak dan strikt noodzakelijk is. Hij zei niet welke landen deze aantijgingen tot uitdrukking hebben gebracht. Volgens waarnemers gaat het hierbij om Cuba en Jemen.