Theunisse keert terug in het peloton als dopingzondaar

ROTTERDAM, 25 jan. - Alle medische onderzoeken in een Utrechts laboratorium en alle enorme juridische kosten ten spijt, heeft Gert-Jan Theunisse met zijn arbitragezaak tegen de internationale wielrenunie niet bereikt waar het hem in hoofdzaak om ging: rehabilitatie.

Wanneer Theunisse in het peloton terugkeert zal hij nog altijd als een dopingzondaar worden beschouwd.

Geen enkele test - met welk voor Theunisse positief resultaat dan ook - die het afgelopen half jaar onder leiding van de endocrinoloog prof. Thijssen plaatsvond, heeft de arbitragecommissie van de UCI ervan kunnen overtuigen dat de wielrenner vorig jaar tijdens de Waalse Pijl en de Subida a Arrate ten onrechte is betrapt op het gebruik van het hormoon testosteron. Dat de aanvankelijke schorsing van anderhalf jaar is teruggebracht tot een jaar, is slechts het gevolg van aangetoonde procedurele fouten.

Omdat Theunisse naar aanleiding van zijn dopinggeval in april in de Waalse Pijl was geschorst, had hij in feite niet eens in juni in de Spaanse etappewedstrijd Subita a Arrate mogen starten. Een onnozel aandoende administratieve communicatiestoornis tussen de betrokken wielerbonden leidde ertoe dat de UCI de schorsing verhoogde tot anderhalf jaar. Vervelender voor Theunisse is juist het feit dat bij hem in deze wedstrijd weer een verhoogde testosteron-spiegel werd gevonden. Mogelijk aanleiding voor de arbitragecommissie hem nog sterker te verdenken van het gebruik van testosteron of een soortgelijk preparaat.

Aan de hand van rapporten van wetenschappers uit de hele wereld en met zijn eigen bevindingen probeerde Thijssen de arbitragecommissie ervan te overtuigen dat de limiet 6: 1 voor de verhouding testosteron-epitestosteron niet redelijk was. Deze ratio is bepaald door de Duitse biochemicus prof. Donike na duizenden onderzoeken. Donike gaf tijdens de arbitragezaak in oktober tegenover Thijssen weliswaar toe dat deze norm misschien niet ruim genoeg is, maar daarbij zal hij zeker niet Theunisse het voordeel van de twijfel hebben gegund. Theunisse was immers geen randgeval, gezien de verhoudingen (ver boven de 10) die bij hem werden waargenomen.

Opmerkelijk is dat juist ten tijde van het onderzoek een aantal sportlieden met een verhoogde verhouding dispensatie kreeg. Een van hen is de Franse wielrenner Cyril Sabatier. Na een procedure van ruim twee jaar kon worden aangetoond dat bij hem de ratio constant boven de 6: 1 was. Mede omdat deze 'afwijking' veelvuldig bij opgroeiende mannen voorkomt, haalde de 19-jarige Sabatier zijn gelijk. Bij mannen van de leeftijd van Theunisse (28) is een scheve verhouding echter nog nooit waargenomen.

De voorzitter van de medische commissie van het Internationaal Olympisch Comite, prins De Merode, verklaarde onlangs in deze krant dat hij er niets voor voelt een ruimere limiet bij de verhouding testosteron-epitestosteron te hanteren. “Als we 10: 1 nemen, dan komt er weer iemand met 11: 1 die zegt dat hij een randgeval is.” Het gebruik van testosteron (waar bij Theunisse sprake geweest zou kunnen zijn), dat volgens Thijssen geen enkel effect heeft op herstel na zware inspanningen, zal wat hem betreft altijd op de verboden lijst blijven staan. “Of testosteron helpt of niet, het is bij veelvulig gebruik levensgevaarlijk. Als we het toestaan, staan de sportmensen in de rij voor de apotheek.”

Sabatier werd een paar maal in afzondering onderworpen aan testen. En juist daar werd ontdekt dat bij grote inspanningen zijn hormoon-verhouding sterk ging schommelen. Thijssen wil hetzelfde met Theunisse en andere wielrenners en triatleten doen, in de hoop dat hij alsnog het veronderstelde fenomeen-Theunisse kan aantonen.

Vooralsnog wacht Theunisse een onzekere tijd. Wordt bij de eerstvolgende controle geen verhoogde testosteron-spiegel waargenomen, dan zal iedereen zeggen dat hij vorig jaar en twee jaar geleden in de Tour de France wel degelijk doping heeft genomen of gekregen. Is hij weer 'positief' dan haalt hij zijn gelijk. Hoewel de tegenpartij dan kan beweren dat Theunisse misschien wel gewoon op de oude voet verder is gegaan.

Wat doet de UCI wanneer de Nederland weer positief is? Door geen uitspraak te doen over de medische aspecten geeft de commissie van deze wielerunie aan geen raad te weten met de hormonen-huishouding van Theunisse. Had zij Theunisse vrijgesproken dan zou de UCI gezichtsverlies hebben geleden en zonder twijfel een gigantische schadeclaim hebben gekregen. Mogelijk had een onafhankelijke commissie (zoals in het geval van de atleet Ben Johnson) meer duidelijkheid in deze affaire gegeven. De UCI zegt dat de zaak voor haar nu heeft afgedaan. Theunisse en zijn juristen overwegen nog in hoger beroep te gaan. Anders is het wachten op het resultaat van de eerste dopingcontrole met Theunisse.