Spionage als bijverdienste; Bekroonde roman van Jean Enchenoz

Jean Echenoz: Lac. Ed. de Minuit, 189 blz. Prijs fl. 29, 25

Eind november werden in Glasgow voor de eerste maal de Europese literatuurprijzen uitgereikt. Het plan voor deze prijzen is afkomstig van de Spaanse minister van cultuur, Jorge Semprun, en zijn Griekse collega Melina Mercouri. De Europese Commissie werd bereid gevonden om voor de organisatie en de benodigde fondsen te zorgen. De prijzen zijn onder meer bedoeld als stimulans voor de minderheidstalen van de EG en maken deel uit van een reeks maatregelen die het behoud van de culturele verscheidenheid in een 'Europa zonder grenzen' beogen. Die minderheidstalen kwamen er echter dit jaar in Glasgow bekaaid van af. De vertaalprijs werd uitgereikt aan de Engelsman Michael Hamburger voor zijn vertaling van de poezie van de Duitstalige dichter Celan; de literatuurprijs ging naar een Fransman, Jean Echenoz, die werd bekroond voor zijn in 1989 verschenen roman Lac.

De vierenveertigjarige Echenoz behoort samen met Patrick Deville, Marie Redonnet en Jean-Philippe Toussaint tot een groep schrijvers die bij de Editions de Minuit publiceren en beschouwd worden als de opvolgers van de generatie van de Nouveau Roman waarmee deze uitgeverij in de jaren vijftig en zestig successen boekte. In haar pogingen om ook deze nieuwe generatie schrijvers weer onder een noemer te brengen lanceerde de Franse literaire kritiek de term minimalisme.

Meeslepende intriges, breed opgezette scenes of dramatische dilemma's hoeft men inderdaad van deze auteurs niet te verwachten. Zij schrijven opvallend sober en precies, met een uitgekiend gevoel voor details. De intrige heeft heel weinig om het lijf zoals bij Jean-Philippe Toussaint en Marie Redonnet of is parodierend ingewikkeld maar absoluut niet spannend, zoals bij Echenoz die de draad steekt met het genre van de spionage- en de avonturenroman. De personages in deze romans hebben onduidelijke bezigheden en staan aan de zijlijn van de samenleving. De weigering of de onmogelijkheid om hun leven op de geijkte manier zin te geven, maakt hen tot toeschouwers die de drukte om zich heen bevreemd gadeslaan. Het spook van de zinloosheid ligt onmiskenbaar op de loer, maar is niet zo allesoverheersend aanwezig als bij de voorgaande generatie schrijvers.

Oppervlak

Vergeleken bij de stamelende vagebonden die het werk van Beckett bevolken, zijn de drop-outs van met name Toussaint en Echenoz bijna welbespraakte yuppies die zich graag door bevliegingen van voorbijgaande aard laten afleiden van hun beschouwing van het niets. De tragische absurditeit van Becketts wereld heeft bij deze auteurs plaats gemaakt voor een afstandelijke constatering van het ontbreken van elke vorm van houvast die voldoende ruimte laat voor een zekere vitaliteit. De beschrijvingen van het decor illustreren de afstand van de personages tot de hen omringende wereld: bij gebrek aan een zingevende visie schampt hun blik af op de buitenkant van de dingen. Onder de oppervlakte bevindt zich niets, maar dat is geen belemmering om van de oppervlakte te genieten.

Het nu bekroonde Lac is de vijfde roman van Echenoz die in 1979 debuteerde met een Jules Verne-achtig verhaal, Le Meridien de Greenwich. De hoofdpersoon in Lac, dat is opgezet als een thriller, is de entomoloog Franck Chopin, die wat bijverdient met lichte spionagewerkzaamheden voor een louche kolonel met onduidelijke connecties in Noord-Afrika. Chopin maakt zijn wetenschappelijke kennis operationeel door zich bij zijn spionageactiviteiten te bedienen van met minuscule afluisterapparatuur uitgeruste vliegen. Wie weet dat een van de, in onbruik geraakte, betekenissen van mouche spion is, begrijpt hoe Echenoz op dit buitenissige idee is gekomen. Chopin ontmoet op een van zijn zwerftochten door Parijs een jonge vrouw, Suzy Clair, wier man zes jaar eerder op mysterieuze wijze spoorloos verdwenen is. Chopin en Suzy Clair worden verliefd en de ontwikkeling van hun verhouding vormt een tweede verhaallijn die halverwege het boek, in een protserig hotel aan een kunstmatig meer in de buurt van Parijs, nauw met de eerste verstrengeld raakt.

Kolonel

De spionagegeschiedenis heeft veel weg van een stripverhaal: het routinematige, professionele optreden van de cynische kolonel Seck, zijn lijfwacht en zijn zwijgzame tegenspeler Veber, vormen een komisch contrast met het gestuntel van Chopin wiens entomologische experimenten niets opleveren. Machteloos moet hij aanhoren hoe zijn in het onderkomen van de tegenpartij binnengesmokkelde vliegen uitgerangeerd worden door een rake klap met een krant of, als ze door een open raam ontsnapt zijn, hem slechts de geluiden van wind en vogels overbrengen. Aardiger dan deze soms wat flauwe parodie, is de beschrijving van de verhouding tussen Chopin en Suzy. Echenoz veroorlooft zich daarin zelfs enige discrete lyriek die door het contrast met de onderkoelde toon van de rest van het hoek, zeer effectief is.

Als je in deze middelpuntvliedende roman een thema zou willen aanwijzen dat wat meer gewicht heeft en dat het boek van een algeheel nihilisme redt, dan is dat het thema van de liefde. Een derde, belangrijk bestanddeel van Lac is het tijdsbeeld dat Echenoz erin oproept. Lac speelt onmiskenbaar in de jaren tachtig. Chopins omzwervingen voeren hem over eindeloze autowegen die door geluidswallen afgeschermd zijn van troosteloze slaapsteden. Halfgesloopte huizen en braakliggende bouwterreinen getuigen van een economie die als een bulldozer door het landschap van de stad en door de samenleving trekt. De personages leven in hun eigen cocon van lawaai: waar ze ook gaan of staan, overal laten ze zich in hun waarnemingen hinderen door de indringende herrie van walkman en televisie. Het Parc Palace du Lac tenslotte, waar de ontknoping plaatsvindt, is het prototype van die eigentijdse hotels waar luxe, wansmaak en goedkope nostalgie naar vroeger tijden elkaar naar de kroon steken.

Echenoz is wel een van de markantste auteurs van de jaren tachtig in Frankrijk genoemd, niet alleen om het tijdsbeeld dat hij oproept, maar ook om de ironie waarmee hij alle zekerheden ondergraaft. In de vaak wat makkelijke ironie toont Echenoz zich eerder een produkt dan een kritisch commentator van zijn tijd, en dat is jammer want hij schrijft knap. Zijn dialogen zijn natuurlijk en trefzeker, zijn beschrijvingen schijnbaar moeiteloos beeldend. Echenoz toont zich in Lac een beloftevol schrijver die zich met een wat meer ingehouden toepassing van ironisch stijlmiddelen zou kunnen ontwikkelen tot een waardig opvolger van een auteur als Raymond Queneau.

    • Manet van Montfrans