Schoonspringen

In het artikel 'Doorbraak van Edwin Jongejans (NRC Handelsblad, 7 januari) stelde Peter de Jonge dat een profcircuit voor de zwemsport uitstekend zou zijn, maar dat in de FINA-commissie mannen van 80 jaar en ouder zitten, waarvan de meesten volgens hem nog blind zijn ook.

Wat het onderdeel schoonspringen betreft heb ik meer dan 25 jaar geleden bij de FINA-springcommissie al gepleit voor een nieuwe aanpak.

In het schoonspringen zit een acrobatisch en een esthetisch element, evenals in de verwante sporten turnen, trampoline-springen en kunstrijden op de schaats. Bij die verwante sporten kan de deelnemer nog wel met iets geheel nieuws in zijn oefening komen, maar bij het schoonspringen is de deelnemer gevangen in het keurslijf van een tabel met toegestane sprongen. Dit heeft geleid tot een verstarring en verarming van het getoonde programma. Aangezien de deelnemers overwegend dezelfde sprongen maken, heeft het schoonspringen als kijkspel voor het publiek veel van zijn aantrekkelijkheid verloren.

Het dwaze achteruit springen met draaiing voorover had al lang afgeschaft moeten worden en er moet ruimte komen voor meer sprongen met lengte-as draaiing.

Net als bij het turnen en kunstrijden op de schaats waarbij, om het esthetische element meer accent te geven, respectievelijk ritmische gymnastiek en ijsdansen aan het programma zijn toegevoegd, zou men bij het schoonspringen twee soorten wedstrijden kunnen houden. Een met het accent op moeilijkheid en een met het accent op schoonheid.

Bij de eerste zou de deelnemer vrijer moeten zijn in de keuze van zijn sprongen en totaal nieuwe sprongen zouden niet verboden moeten zijn maar veeleer met bonuspunten moeten worden beloond. De gevarieerdheid van het gebodene zou mede in de beoordeling moeten worden betrokken. Bij de tweede zou men de allermoeilijkste sprongen kunnen weglaten en eisen dat eveneens een gevarieerd programma van sprongen met verschillende moeilijkheidsgraad wordt vertoond.

    • Dick Gerritsen