Scepsis is voorwaarde in opinie-oorlog

De dame van London Weekend Television was veel directer dan haar Amerikaanse collega's van actualiteitenprogramma's: “Wij willen twee of drie standpunten van u horen over de oorlog. Mag ik ze even met u doornemen?”

Wie kan zo'n vrijpostig en rechtstreeks verzoek weigeren, zeker als dat wordt gedaan door Fiona MacIntosh, wier stem even melodieus klinkt als haar naam? Dat kon en deed ik ook niet. Ik stond haar toe me mee te trekken naar de voorste linies van de opinie-oorlogen hier in Omphalus-aan-de-Potomac, het centrum van wereldnavelstaarderij.

Voor de meeste Amerikanen is de Golfoorlog nog steeds een journalistieke gebeurtenis, ook al is hard nieuws schaars en gecensureerd. De opinie-industrie die in de Verenigde Staten dramatisch is gegroeid en veranderd, maakt overuren om die leemte op te vullen. In hoeverre de 'speculatie-industrie' de Amerikanen bedient is een onderwerp dat zich steeds vaker leent voor onderzoek.

Meningen over oorlog en vrede worden niet alleen opgelepeld volgens conservatieve en liberale gedragsregels, maar ook volgens criteria van geslacht, ras en politieke affiniteit. In het land van het voor-vraaggesprek is je kennis minder belangrijk dan de plaats die je bereid bent te bekleden in het vooraf bepaalde opiniespectrum.

In de honger naar levendigheid en amusement, worden complexe zaken versnipperd en getrivialiseerd in naam van 'verscheidenheid aan meningen'. Waarheid (en hogere waarden) worden geacht tevoorschijn te komen uit de melee van meningen, geperst in keurige muizegaatjes, Iedereen, met inbegrip van Saddam Hussein en zijn aanhangers, heeft zijn of haar kant van het verhaal te vertellen. Zij mogen het vertellen op dezelfde voorwaarden als degenen die door hen worden geannexeerd, gemarteld, en bedreigd - zo de ideeenbus van de televisie spelend.

Om eerlijk te zijn tegenover Fiona MacIntosh moet ik hieraan toevoegen dat de benadering van London Weekend Television anders is. Zij wil een verhaal, geen mengvorm. Haar kundig verborgen voor-vraaggesprek ontlokte mij diverse gemeenplaatsen over de oorlog die pasten in de lijn van hun verhaal. Men deed niet alsof men was geinteresseerd in een verscheidenheid aan meningen of in een andere opinie over de wereld. Zeg wat we willen en verdwijn uit het beeld was de duidelijk boodschap van mevrouw MacIntosh.

Het is niet waarschijnlijk dat we uit de huidige overvloed aan identieke opinieerende actualiteitenrubrieken in Amerika veel meer over Saddam zullen leren. We leren echter wel meer over onszelf. De Fransen (en anderen) beantwoordden het uitbreken van de oorlog met een hamsterwoede om zich te behoeden voor gebrek aan Beaujolais voordat die door Scud-aanvallen wordt vernietigd. De Amerikanen vertonen een andere nationale reflex - zij produceren aan de lopende band enquete-uitslagen die vertellen wat we moeten denken over wat we denken. De enquetes verschaffen ons een opvallend beeld van de versnippering van Amerikaanse meningen.

Oorlog is de ultieme weergave van de nationale roeping die we als volk delen. Maar de enquetes bevestigen het vermoeden van een afwijkend 'zwart' standpunt over de oorlog, een afwijkend vrouwelijk standpunt, enzovoort, alsof het land een grote talkshow is. In deze proeven verduisteren groepsbelangen de nationale belangen.

Het informatietijdperk arriveert tegelijkertijd met de Golfoorlog op het slagveld; uitgelezen wapens, ware elektronische rapportage van raketaanvallen en op computerspelletjes gelijkende films van bomaanvallen leveren een elektronische simulatie van oorlog en informatie. The New York Times wijdde een voorpagina artikel aan de verbazing van een ervaren verslaggever die uit Saoedi-Arabie in een dag net zo vaak met zijn hoofdredacteuren had getelefoneerd als in drie jaar tijds uit Vietnam.

Dit is geworden van Thucydides. En wat von Clausewitz betekende voor strategie en Sun Tsu voor tactiek, gaat Dick Cheney misschien betekenen voor elektronische oorlogvoering.

Het lijkt erop dat Cheney de kunst van low balling toepast in de kunst van oorlogvoering. Low balling is de techniek van het opzettelijk laag houden van de verwachtingen, zodat zelfs een bescheiden resultaat een overwinning lijkt. Kandidaat X overtuigt verslaggevers ervan dat hij tien procent van de stemmen in New Hampshire zal krijgen. Als hij twintig procent krijgt, zullen verslaggevers hem prijzen als een genie en een overwinnaar.

Tenminste zo vat ik Cheney's beslissingen op om de niet terzake kundige voorspellingen van tienduizend Amerikaanse slachtoffers onweersproken in de lucht te laten hangen, zijn opdrachten aan medewerkers om de euforie te temperen en zijn televisie-uitspraken van afgelopen maandag, dat de oorlog 'maanden' zou kunnen duren. Overdreven verwachtigingen zijn een voorspelbare oorlogsdoelsteling voor de post-Vietnam Pentagon-bonzen. Een oorlog heeft, net als George Bush of Saddam Hussein, zijn eigen beeltenis. Hij heeft zijn eigen middelen van waarneming en overtuigingskracht, die de oorlog registreren als effectief en voorspoedig of slordig en onbetekenend. Wij allen, en de meningen die we koesteren en rondbazuinen, zijn het produkt van onze dromen en ervaringen, van onze wensen en onze kennis. Lezers en kijkers doen er goed aan dit voorzichtige voorbehoud te maken als de opinie-oorlog uit de hand loopt.

    • Jim Hoagland