Rotterdam blijft verdeeld over nieuwe stadsbrug

ROTTERDAM, 25 jan. - Rondom de nieuwe 'stadsbrug' van Rotterdam woedt een hevige strijd, zowel op het politieke als het architectonische vlak.

Aan de discussie hierover, die al sinds 1987 wordt gevoerd, is gisteren een nieuw element toegevoegd met de lancering van alweer een variant. Binnen enkele jaren moet deze stadsbrug de Maas overspannen om het centrum te verbinden met de nieuw te ontwikkelen Kop van Zuid.

Het is nu ruim een jaar geleden dat directeur Riek Bakker van de Dienst Stadsontwikkeling de nieuwe brug moest presenteren aan het college van B en W. Dat viel op Sinterklaas 1989. Bakker was niet tevreden met de tweepyloons brug die - traditiegetrouw - door de Dienst Gemeentewerken was ontworpen. Om de discussie open te breken bedacht zij daarom een surprise voor het college. Ze bracht een aantal bekende Rotterdammers bij elkaar, onder wie een van de directeuren bouwzaken bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid, galeriehouder en directeur van de Kunsthal Wim van Krimpen en Boymans-directeur Wim Crouwel.

“We kregen allemaal een blauw gewaad over ons heen gedrapeerd, “ herinnert Crouwel zich. “Om aan te geven hoe belangrijk bruggen zijn als symbool van hun stad droegen we maquettes in zwart-wit karton van beroemde bruggen als een soort hoed op het hoofd, bijvoorbeeld van de Golden Gate en de Ponte Vecchio. Ik had geloof ik de Rialto in Venetie. Ze waren zelfs onze hoofden komen opmeten! Riek zelf werd op een karretje gereden, want zij droeg de grootste brug en moest ook nog haar handen vrij hebben om haar gedicht voor te lezen.”

Het was een historisch moment in de Rotterdamse stadspolitiek en sindsdien is de brug een voortdurend onderwerp van gesprek geweest. Stadsontwikkeling en wethouder J. Linthorst van economische zaken hebben de Dienst Gemeentewerken immers gedesavoueerd. Ook de raad is verdeeld over de vraag of het budget omhoog mag als de brug daarmee mooier wordt.

“Wat is dat voor merkwaardig automatisme, die verplichte winkelnering?” zegt Riek Bakker retorisch vanuit Venetie, waar ze deze week een congres over waterfront-steden bijwoont. “Als het om Kop van Zuid gaat ben ik altijd voor het inhuren van deskundigheid van buiten. Een beetje stoken in die handel ligt mij wel.”

Zo'n krakeel heeft architect Maarten Struijs nog niet meegemaakt in de tien jaar dat hij - geruisloos - bij de Dienst Gemeentewerken bruggen ontwerpt. “Je kunt een brug als een beeldend kunstwerk beschouwen, maar ook als een architectonisch kunstwerk, “ zegt Struijs. “Stadsontwikkeling wil een spektakelstuk; ik voel persoonlijk meer voor ingetogen vormen.”

Struijs is in 1987 - toen nog als enige ontwerper - aan de stadsbrug begonnen. In 1989 werden de praktische eisen vastgesteld zoals fiets- en voetgangersroutes, en de gewenste steilte van de brug. In 1990 diende Struijs twee schetsontwerpen in, een tweepyloons model en een anderhalf-pyloons (van 58 en 90 meter), bijgenaamd de 'stokkenbrug'.

Op aandrang van Stadsontwikkeling, en wellicht ook van wethouder Linthorst die na de verkiezingen economische zaken onder zich kreeg, werd vorig jaar een extern consultant erbij gehaald, de Delftse hoogleraar A. Krijgsman. Hij bracht als esthetische adviseurs met zich mee de architecten W. Quist en Ben van Berkel. Pas toen Van Berkel in het najaar een eigen ontwerp indiende, bleek Struijs dat er kapers op de kust waren.

Gemeentewerken heeft uitgerekend dat Struijs' stokkenbrug voor de beschikbare 300 miljoen kan worden gebouwd; de 'harp' van Van Berkel, een pyloon met een knik bovenin, is volgens de dienst tien procent duurder. “Natuurlijk is die dienst niet blij met mij, “ zegt Van Berkel. “Het is niet toevallig dat mijn plan in hun berekening duurder uitvalt. Het verschil is overigens niet dertig miljoen, maar twintig.” Inmiddels hebben zowel Struijs als Van Berkel van de gemeente opdracht gekregen hun voorstellen nader uit te werken.

De 'harp' moet 150 meter hoog worden, net als de wolkenkrabber van Nationale Nederlanden die voor het station verrijst. Bakker is er lyrisch over: “Die brug is virtuoos, spannend, die pakt de rivier in een keer beet.” De ontwerp zelf zegt dat de vorm “bepaald wordt door het krachtenspel van een mechanisch zuivere vorm”. “Deze brug moet een heel markant element in de stad worden, een sterk visueel referentiepunt. Mede daarom moet er een groot verschil met de bestaande bruggen zijn; het ontwerp van Gemeentewerken vind ik een verkapte referentie aan de Willemsbrug.”

Maarten Struijs vindt de “uniekheidsdiscussie” overdreven. “In Sevilla worden voor de Wereldtentoonstelling van '92 zes spectaculaire bruggen gebouwd. Daar zit ook een boogbrug bij, zoals Carel Weeber nu voorstelt, maar ook de geknikte pyloon zoals van Van Berkel. Moet Rotterdam vier jaar later met niet-perfecte imitaties komen? Dadelijk wordt de brug in Rotterdam net zoiets als de nep-Eiffeltoren in Japan.”

En nu is er wat Struijs noemt “de buitenparlementaire bruggenactie” van directeur R. Lubbers van Hollandia Kloos, overigens diens derde poging om tot een werkbaar ontwerp voor een stadsbrug te komen. Het valt nog te bezien of de boogbrug die Carel Weeber voor Lubbers heeft ontworpen, een serieuze rol in de beraadslagingen zal spelen. Lubbers noemt het ontwerp desgevraagd “een oefenproject in vormgeving en techniek” dat - met enige souplesse van het stadsbetuur - ondanks het late tijdstip het overwegen waard is. Bakker vindt het ontwerp “interessant” maar laat weten - “en dat weet Lubbers ook” - dat haar voorkeur nog altijd naar de harp uitgaat. Onderwijl wordt in de Rotterdamse wandelgangen smalend het gezegde aangehaald: twee honden vechten om een been, de derde gaat ermee heen.

    • Tracy Metz