Ritzen mag bijdrage van bedrijf vragen

DEN HAAG, 25 jan. - Een meerderheid van de Tweede Kamer steunt minister Ritzen (onderwijs) in zijn streven om het bedrijfsleven meer te laten bijdragen aan de kosten van het beroepsonderwijs.

Enkele voorstellen waarmee Ritzen dat wil bereiken, zoals beperking van de overheidssubsidiering van de scholing tot jongeren tot 27 jaar, wijst de Kamer echter af.

Ritzen besprak gisteren met de Kamer de kabinetsreactie op het rapport-Rauwenhoff. Daarin zijn maatregelen voorgesteld om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. De financiele en bestuurlijke rol van de werkgevers in het beroepsonderwijs zou moeten toenemen. Iedere werkende en niet-werkende die nog niet het niveau van aankomend vakman heeft, zou die alsnog moeten krijgen, als 'startkwalificatie'.

De discussie over de voorstellen werd doorkruist door de rekening van 150 miljoen gulden die Ritzen in zijn jongste begroting bij het bedrijfsleven indiende. Onder druk van de sociale partners en de Kamer moest hij die weer intrekken. Nu het concrete bedrag van tafel is denkt de Kamer dat een beter klimaat voor open onderhandelingen over een hogere bijdrage is geschapen.

In de reactie op het rapport-Rauwenhoff stelde het kabinet voor om de verantwoordelijkheid van de overheid voor scholing van werklozen en werkenden voor de startkwalificatie te beperken tot 27 jaar. Wie ouder is moet straks naar de regionale bureaus voor de arbeidsvoorziening. De Kamer wil dat Ritzen dit onderscheid in het overleg met de sociale partners laat vallen. Ook voelt ze er weinig voor om te bezuinigen op het populaire kort middelbaar beroepsonderwijs door het om te zetten in een combinatie van werken en leren, zoals het kabinet wil.