RAF bezorgd over verliezen Tornado-bommenwerpers

ROTTERDAM, 25 jan. - De Britse luchtmacht, de Royal Air Force, heeft altijd al andere ideeen gehad over aanvalstactieken dan de luchtmacht van de Verenigde Staten.

Verschrikkelijk laag en zeer snel, dan zien ze je niet en pakken ze je niet - dat was jarenlang de filosofie van de RAF voor aanvallen op zwaar verdedigde vijandelijke doelen. De relatief hoge verliezen aan Tornado GR.1 bommenwerpers boven Irak heeft het restant van deze militaire gedachtengang ondertussen stevig aangetast.

De Amerikaanse luchtmacht vertrouwde al veel eerder dan de Britten op de macht van de elektronika. Stoor de vuurleidingsradar van de luchtafweer van de tegenstander en laat de vijand daarmee de verkeerde kant op schieten, was en is meer de strategie van de USAF. Een rol daarbij speelt ook het geavanceerde munitiepakket van de Amerikaanse vliegtuigen, dat meer gericht is op het gebruik van slimme 'stand-off'-wapens. Het gaat dan om bommen en raketten die met laserzoekers of televisiebesturing op enige afstand van een doel kunnen worden ingezet. Dat geeft de Amerikaanse jachtbommenwerpers ook boven Irak de gelegenheid hoger en daarmee soms veiliger te vliegen. De totale verliezen van de internationale luchtstrijdkrachten boven Irak zijn volgens militaire commandanten verhoudingsgewijs onvoorstelbaar laag. Op een totaal aantal missies van circa 15.000 in acht dagen zijn slechts 24 gevechtsvliegtuigen verloren gegaan. De meeste daarvan, acht, waren Tornado's - zes van de RAF (een verongelukte na de start), een van de Italiaanse luchtmacht en een van de Saoedische luchtmacht. In alle gevallen ging het om de bommenwerperuitvoering van de Tornado, niet om de Tornado-onderscheppingsjager, die ook bij de RAF en de Saoedische luchtmacht in het Golfgebied vliegt.

De hoge 'loss rate' van de Tornado GR.1's van de Britse luchtmacht is, zo wordt gezegd onder meer te wijten aan de bijzonder gevaarlijke taak die de machine in de eerste week van de luchtoorlog heeft verricht. Tornado's werden vooral ingezet bij nachtelijke 'low-level'-aanvallen op zwaar verdedigde Iraakse vliegbases. Dat gebeurde met een speciaal daarvoor ontwikkeld anti-startbaanwapen, de JP-233. De Tornado-bommenwerper neemt er twee van mee onder de romp. De JP-233 die er uitziet als een kano is gevuld met tientallen kleine bommen en mijnen die aan parachutes neerkomen en gatenkaas maken van betonnen start- en rolbanen. Het is een zeer effectief aanvalsmiddel maar voor de tweekoppige bemanning van een Tornado betekent het vliegen van de JP-233 een uiterst gevaarlijke missie. Het wapen moet op zeer lage hoogte boven een vliegbasis worden leeggestrooid. De Tornado dient daarvoor ook nog enige tijd rechtuit te vliegen en al die tijd - al gaat het met een snelheid van bijna 1000 kilometer per uur om seconden - bevindt de machine zich binnen bereik van het Iraakse luchtafweergeschut. Die lichte kanonnen en mitrailleurs zijn stuk voor stuk niet erg effectief, maar Irak heeft er duizenden. Bovendien worden alle belangrijke Iraakse doelen verdedigd met kleine radar- en infrarood geleide projectielen van Russische en Franse makelij. Aangenomen wordt dat Irak verscheidene Tornado's met gelukstreffers heeft neergehaald door domweg een muur van explosieven op te werpen in de vliegrichting van de aanvallende Britse machines.

De aanvalstactieken van de Britse Tornado's in de Golf zijn inmiddels aan de nieuwe gevechtssituatie aangepast. Door de uitschakeling van veel startbanen is het gevaar van een massale Iraakse luchtaanval teniet gedaan en op veel weerstand van Iraakse luchtverdedigingsjagers hoeft de RAF ook niet meer te rekenen. De Britse toestellen bestoken nu ook andere doelen en gebruiken een grotere varieteit aan wapens, zoals het standaardpakket van acht zware 1000-pondsbommen, die hoger kunnen worden afgeworpen dan de JP-233.

De Tornado is de opvolger van de bekende grote Britse V-bommenwerpers, Vulcan, Victor en Valiant uit de periode van de massale nucleaire vergelding. De tweemotorige machine is het belangrijkste gevechtsvliegtuig van de RAF. De Tornado is in de jaren zeventig ontworpen door Panavia, een internationaal consortium van Britse, Duitse en Italiaanse luchtvaartindustrieen. De RAF heeft er ruim 400 in dienst als jachtbommenwerper, verkenner en onderscheppingsjager. In totaal zo'n 48 Tornado's van alle versies vliegen bij de RAF-strijdmacht in de Golf vanaf bases in Dahran, Tabuk en Bahrein. Italie beschikt over een achttal Tornado-bommenwerpers op de basis al-Dhafra in de VAR. De veelzijdige maar nogal dure machine (stuksprijs circa 60 miljoen gulden) is ook gekocht door Saoedi-Arabie. Riad heeft na de eerste 72 toestellen een vervolgorder overwogen, maar de voorkeur gaat toch uit naar de modernere Amerikaanse F-15 E Strike Eagle, die zichzelf beter kan verdedigen. De splinternieuwe F-15 E die zijn vuurdoop onderging boven Bagdad is echter nog niet voor export beschikbaar.

Mogelijk om de kostbare Tornado's, die in Europa nog tientallen jaren mee moeten te sparen heeft Londen besloten een half squadron (zes a acht toestellen) Buccaneers naar het Golfgebied te sturen. De Buccaneer is oorspronkelijk in 1955 ontworpen voor de Britse marine, maar kwam later bij de RAF in dienst. De Britse luchtmacht heeft de meeste Buccaneers in de loop der jaren door Tornado's vervangen, maar er zijn nog 42 gemoderniseerde Buccaneers in gebruik, binnen de NAVO hebben ze als speciale taak Sovjet-marineschepen uit te schakelen. De Buccaneer vliegt even ver en zo mogelijk nog lager dan de Tornado, maar mist de moderne apparatuur voor satellietnavigatie van zijn opvolger en de actieve elektronische afweersystemen.

    • Dick van der Aart