Raad moet zich onthouden van politieke uitspraken; Kuitert: Raad van Kerken lijdt aan zelfoverschatting

AMSTERDAM, 25 jan. - Op de tafel in zijn studeerkamer ligt een herdruk van de 17e eeuwse Dordste kerkenordening opgeslagen bij het hoofdstuk 'Van de kerkelijke samenkomsten'.

Op dicteersnelheid leest prof. H. M. Kuitert artikel 30 voor: “In deze samenkomsten zullen geene andere dan kerkelijke zaken, en dezelve op kerkelijke wijze, verhandeld worden.”

De emeritus-hoogleraar ethiek leunt achterover. “Wat hier staat geschreven getuigt van grote wijsheid. De kerk heeft niet overal verstand van. Zij dient zich dan ook te onthouden van politieke uitspraken waarvan ze de consequenties niet kan overzien omdat ze daar niet competent genoeg voor is. Dat geldt natuurlijk ook voor de Raad van Kerken.”

Even hoopte Kuitert dat de Raad van Kerken zich zou intomen na de omwenteling in Oost-Europa. De kritiek die toen werd geuit aan het adres van de Raad dat hij de situatie daar toch niet helemaal goed had ingeschat, zou de Raad aan het denken moeten hebben gezet, aldus Kuitert. Zijn hoop bleek ijdel: de Raad van Kerken blijft zich, vooral bij monde van zijn secretaris ds. W. R. van der Zee, bemoeien met de politiek, ook de buitenlandse.

Volgens de Raad kan bijvoorbeeld het conflict in het Midden-Oosten niet worden opgelost wanneer niet wordt erkend dat Israel en de Palestijnen allebei recht hebben op “een veilig thuis”. De koers van 'dubbele loyaliteit' die de Raad met betrekking tot Israel en de Palestijnen volgt, is begin deze week gekritiseerd door de Hervormde synode-voorzitter ds. B. Wallet. Hij vindt dat die dubbele loyaliteit moet worden heroverwogen gezien de houding van de PLO die zich achter Saddam Hussein heeft geschaard.

“Ik ontken het Palestijnse vraagstuk allerminst, daarvoor moet een oplossing gevonden worden. Die had er trouwens al moeten zijn. Maar in het huidige tijdsgewricht komt de opstelling van de Raad neer op verraad jegens Israel. De Raad hoeft zich helemaal niet uit te spreken, niemand vraagt hem daarom. Wat ik ze vooral kwalijk neem is dat het wordt voorgesteld alsof zij ons, het gewone kerkvolk representeren. Maar daarvoor mist de Raad van Kerken elke legitimatie. De Wereldraad van Kerken trouwens ook”, zegt Kuitert.

Zijn antwoord op de vraag waarom de Raad zich wil blijven mengen in het politieke debat klinkt even eenvoudig als laconiek: “Zelfoverschating. Ze denken dat ze problemen als deze aankunnen. Maar zou iemand als Willem van der Zee een beter inzicht hebben in de problemen dan de mensen die het best geinformeerd zijn? Bij politiek bedrijven hoort dat je incalculeert wat de gevolgen zijn van een uitspraak. Dat kan de Raad niet en dat kunnen de kerken niet. Ze missen de kennis en het instrumentarium om die kennis te verwerven. “

In 1985 verscheen van Kuitert het boek 'Alles is politiek maar politiek is niet alles.' In dit boek trekt hij van leer tegen de politisering van de kerk waarmee hij bedoelt dat de kerk wordt betrokken in de machtsstrijd voor het realiseren van politieke idealen. Het gaat hem om de kerk als instituut, niet om individuele gelovigen die aan politiek doen.

Maar, aldus Kuitert, het is niet zozeer de kerk die door het doen van uitspraken over bijvoorbeeld kernwapens of de sociale minima de politieke arena betreedt, “zij wordt er binnengesleept door de kerkleiders via de politieke uitspraken die zij doen”. Veelal tegen de zin van 'het gewone kerkvolk', voegt hij er meteen aan toe.

Aanhangers van de leuze 'Alles is politiek, dus ook de kerk', hebben theologische legitimatie gevonden voor het feit dat de kerk zich wel degelijk kan inlaten met de politiek bij Karl Barth, de Zwitserse theoloog. Menig theologie-student liep op hem stuk. Barth gaat niet uit van de Twee Rijkenleer die stelt dat christenen niet alleen lid van de kerk zijn maar ook 'vennoot' van het wereldlijk Rijk, zijn kerkleer is gestoeld op 'das eine Wort Gottes' dat door de kerk wordt gepredikt en geloofd. “Wij moeten dan ook bij de kerk zijn om te weten wat Gods wil is, niet alleen voor het onderlinge verkeer van christenen binnen de kerk maar ook voor de maatschappelijke en politieke orde”, zo vat Kuitert de leer van Barth samen.

Hij verklaart de houding van de Raad van Kerken en de Wereldraad met een verwijzing naar Barth waarbij het hem intussen wel is opgevallen deze organen zich bij voorkeur uitspreken over die onderwerpen die 'goed liggen' bij het publiek. “Als het maar spectaculair is. Zo'n Wereldraad van Kerken: lange tijd heeft die het probleem van de bootvluchtelingen volstrekt onderschat. Men heeft mensen naar de verdommenis laten gaan. Men heeft gezwegen over de situatie in Oost-Europa: daar was zeker tot voor kort niets spectaculairs te halen.”

Hij laat zijn blik nog eens glijden over de Dordste kerkordening. Even later verzucht hij: “Ze zijn ook zo verliefd op het medium tv! In Mattheus 6 zegt Jezus: 'Wanneer gij bidt, gaat in Uw binnenkamer.' Met alle respect voor de recente bidstondes voor de vrede, het lijkt erop alsof het devies nu is: de camera draait, dus bidden!”

Dat het 'gewone kerkvolk' niet in opstand komt tegen de koers die de Raad van Kerken vaart, vindt Kuitert niet zo onbegrijpelijk. “Het gewicht van de Raad is allang danig uitgehold. De bij de Raad aangesloten kerken leggen uitspraken over bijvoorbeeld de dubbele loyaliteit met Israel en de Palestijnen naast zich neer. Het zijn de toppen van de kerkgenootschappen die voortdurend met elkaar in discussie en in gesprek zijn. Dat lijkt mij een aardige tijdsbestedeing maar niet relevant voor het goed laten reilen en zeilen van de kerk.”

    • Anneke Visser
    • J. M. Bik