Onze kaas is de beste; Elio Vittorini over Sicilie

Elio Vittorini: Gesprek op Sicilie. Vert. Eric M. Moormann. Uitg. Athenaeum-Polak en Van Gennep. 158 blz. Prijs fl. 29, 50 (pap.) en fl. 45, - (geb.)

Conversazione in Sicilia van Elio Vittorini (1908-1966) is zo'n boek waarvan veel zinnen je twintig jaar na lezing nog zijn bijgebleven. Lapidaire, bezwerende zinnen, toverformules haast, al wekken ze op het eerste gezicht een gewone, om niet te zeggen banale indruk.

Silvestro, een dertigjarige man die van Sicilie naar het noorden is geemigreerd, verkeert in een stemming die iets heeft van een hopeloze droom. Hij is ten prooi aan 'abstracte hartstochten' die vaag te maken hebben met de ondergang van de mensheid. In die stemming keert hij terug naar het eiland dat hij op zijn vijftiende verlaten heeft.

De overtocht naar Messina lijkt een reis naar de Andere Wereld. Terwijl hij op de boot brood eet met kaas die hem aan de bergen van zijn geboortestreek doet denken, zoekt hij aansluiting bij een paar echte Sicilianen door te zeggen: “Er is geen kaas als die van ons.” Daarmee wil hij te kennen geven dat hij erbij hoort. Maar de Sicilianen antwoorden niet. Hij zegt opnieuw: “Er is geen kaas als die van ons”, want hij is enthousiast over de zuivere en toch pittige oude smaak. Vijf keer spreekt hij de zin uit, als een toverformule om toegang te krijgen tot de wereld van de Sicilianen. In de nieuwe Nederlandse vertaling luidt de zin: “Het is niet zulke kaas als de onze.” Dat is ongeveer het tegenovergestelde van wat Vittorini heeft bedoeld. Zijn hoofdpersoon eet met smaak.

Sivestro keert terug naar zijn moeder in een bergdorpje. In de trein voert hij gesprekken met onder anderen een man die erop wijst dat de mens rijp is voor meer dan alleen maar niet stelen, niet doden, een goed burger zijn, dat hij rijp is voor 'andere plichten', voor een nieuw geweten. Met zijn moeder voert hij gesprekken over vroeger, over zijn vader die baanwachter was en die haar onlangs verlaten heeft, over het leven in de baanwachtershuizen, over baanwachtersfeesten en over de rol die vader daar speelde - maar bij haar is het niet duidelijk of zij met vader zijn vader of haar vader bedoelt, twee mannen die in haar herinnering op een geheimzinnige manier elkaars tegendeel zijn en toch een: de Siciliaan, lafaard en held tegelijk.

De moeder verdient de kost met het geven van injecties aan mensen die 'een beetje malaria' of 'een beetje tbc' hebben (in de vertaling is tbc telkens vervangen door tyfus). Haar zoon vergezelt haar en zij beleeft er een merkwaardig genoegen aan hem te laten zien hoe goed de vrouwen in het vlees zitten. Wanneer Silvestro daar genoeg van heeft, vindt hij aansluiting bij een scharensliep die bezeten is van messen en scharen. Samen met de scharensliep noemt hij in een lyrische beurtzang de namen van de dingen waaruit de wereld behalve uit messen, scharen en priemen bestaat: Licht, schaduw, kou, warmte, vreugde, geen vreugde... Hoop, liefde... Kinderjaren, jeugd, ouderdom... mannen, kinderen, vrouwen... Mooie vrouwen, lelijke vrouwen. God zij dank, schaamteloosheid en eerlijkheid... Herinnering, fantasie... Brood en wijn... Worst, melk, geiten, varkens en koeien... Muizen... Beren, wolven... Vogels. Bomen en rook, sneeuw... Ziekte, genezing... Dood, onsterfelijkheid en verrijzenis.

Herhaling

Het zal wel duidelijk zijn; dit lyrisch absurdistische boek (dat in 1938-39 in afleveringen verscheen en in 1941 in boekvorm, maar wegens problemen met de censuur onder een misleidende titel) bevat even weinig intrige als bij voorbeeld Van het Reve's De avonden. Zoals de titel al aangeeft, bestaat het voor een groot deel uit dialogen. De woordkeus doet bijna primitief aan - in het origineel overigens meer dan in de nieuwe Nederlandse vertaling. Alles draait om de vaak Beckett-achtige dialogen, om de herhaling die van de zinnen toverformules maakt.

Aan het slot van de epiloog tekent Vittorini aan dat het Sicilie dat de hoofdpersoon omgeeft slechts bij toeval Sicilie is; de naam Sicilie klinkt hem beter in de oren dan Perzie of Venezuela. Dat kan een truc geweest zijn om de censuur te ontlopen, maar het is waarschijnlijk meer dan dat. Silvestro bevindt zich in een magisch-realistisch universum, op een gedroomd Sicilie - zoals hij afkomstig is uit een gedroomd Amerika, de 'voorstelling van de hemel op aarde' die de man die hem voor een Amerikaan hield van Amerika had.

Van Conversazione in Sicilia verscheen in 1950 bij uitgeverij De Magneet in Antwerpen een voor die tijd goede Nederlandse vertaling van Nico Rost onder de tuttige titel Bij mijn moeder op Sicilie. In het voorwoord richtte Henriette Roland Holst haar aandacht vooral op de 'grote deernis, het sterke meegevoel met de armen en misdeelden in het Italie van onze tijd', die uit het boek spreekt. Al was Vittorini een radicaal antifascist, al was hij partizaan en tot 1951 actief lid van de communistische partij, daar gaat het niet echt om op dit gedroomde Sicilie. Silvestro's reis is een reis naar de wortels van het bestaan, naar de moederschoot, naar eros en dood, een reis van de ondergang naar de oorsprong van de 'gekrenkte wereld', een reis naar het besef dat er 'andere plichten' zijn.

Bij mijn weten is het boek nooit verfilmd. Een ander boek van Vittorini, Uomini e no wel. Ik kan me bij Gesprek op Sicilie een prachtige Fellini voorstellen.

    • Anton Haakman