Luchtvaart VS in trek op New-Yorkse beurs

ROTTERDAM, 25 JAN. De aandelenkoersen van Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen stegen gisteren met ruim vier procent na de bekendmaking van transportminister Samuel Skinner het beleid voor buitenlandse participaties in die maatschappijen te versoepelen.

Luchtvaartdeskundigen verwachten echter niet dat buitenlandse investeerders de noodlijdende Amerikaanse luchtvaartindustrie nu snel zullen bijspringen.

De beslissing van Skinner, waarvoor geen nieuwe wetgeving nodig is, is ingegeven door de deplorabele financiele positie van veel Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen. Die leden vorig jaar een gezamenlijk verlies van zo'n twee miljard dollar. Eastern Airlines staakte onlangs haar diensten, terwijl Pan Am en Continental Airlines, waarin het Scandinavische SAS een belang van achttien procent heeft, in surseance van betaling verkeren. Zelfs de op twee na grootste Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta Airlines, waarin Swissair voor vijf procent deelneemt, is met een verlies van 207 miljoen dollar gedurende het laatste kwartaal van 1990 diep in de rode cijfers gedoken.

“Het gevolg van de beslissing zal zijn dat de maatschappijen meer liquide middelen kunnen genereren. Maar buitenlanders zullen door de fragile financiele positie van Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen terughoudend zijn”, aldus Con Hitchcock, luchtvaartdeskundige bij Public Citizen. Bovendien hebben volgens hem de meeste internationale luchtvaartmaatschappijen genoeg problemen in eigen huis. Dit weerhield British Airways er niet van te zeggen dat Skinner weliswaar een stap in de goede richting heeft gezet, maar dat die nog onvoldoende is wegens de nog steeds beperkte zeggenschapsrechten die beperkt blijven tot maximaal 25 procent.

Directe aanleiding voor de beslissing van Skinner was een betwiste investering van de KLM van 400 miljoen dollar in Northwest Airlines, waarvan 250 miljoen dollar in de vorm van een achtergestelde lening. Skinner gaf daarvoor gisteren het groene licht. Hij vond aanvanklijk dat de KLM onder meer door de achtergestelde lening Northwest samen met de andere buitenlandse participant, het Australische Elders IXL, feitelijk zeggenschap uitoefende. Hij interpreteert de Amerikaanse wetgeving nu zo dat buitenlandse investeringen in Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen tot een percentage van 49 procent weliswaar zijn toegestaan, zolang daarmee de zeggensschapsrechten maar tot 25 procent gelimiteerd blijven.