Kamer

Mijn werkkamer is van een rustgevende schoonheid, ontworpen door Berlage met dat perfecte gevoel voor menselijk welzijn in een ruimte dat de echte architectuur kenschetst.

Door drie prachtig getekende ramen kijk ik uit over het Statenkwartier, naar de heldere lucht die door de zee is schoongewassen en naar de overdrijvende wolken.

Maar hoe is het met anderen gesteld? De meeste mensen moeten hun werktijd volmaken in naargeestige vertrekken met slechte meubels in onooglijke architectuur. Als ik van Den Haag naar het zuiden rij zie ik, langs de snelweg kort voor de Van Brienenoordbrug, die vreselijke namaakarchitectuur, niet eens meer postmodernisme maar een vlugge imitatie daarvan. En niet alleen bij Rotterdam of Amsterdam zie je zulke gebouwen, gemaakt uit een bouwdoos van platitudes - ze verrijzen nu ook bij grotere provinciesteden: Gouda, Tilburg, Alkmaar, Leiden.

Soms moet je in zo'n gebouw naar een vergadering. Lage plafonds, slecht licht, wanden van kunststofpanelen, ramen die niet meer open kunnen, ruisende luchtverversing. Alles gesystematiseerd, de hoeken afgerond, onheldere ruimtes. Beton en plastic en geen atmosfeer.

Ik begrijp niet waarom mensen daar niet tegen in opstand komen - waarom moeten we die slechte kwaliteit accepteren? De vakbeweging houdt zich bezig met de lonen maar ook met de algemene arbeidsomstandigheden - ze zou zich ook moeten gaan bezighouden met die ridicule bouwdoosarchitectuur want die is wel de slechtste arbeidsomstandigheid. Zo zou tegelijkertijd de sociaaldemocratie zich kunnen revancheren die zich heeft ingezet voor betere woningbouw maar die de architectuur en kantoren laat liggen - terwijl die wel een groot deel van de visuele aanblik van onze steden bepaalt.

Op de barricaden!

    • Rudi Fuchs