Kam Salabam

Een winkelier in feestartikelen stond op het punt om aan een Oosterse klant een toverstokje te verkopen.

“Kwaliteitje hoor”, zei hij, “dat kan echt niet stuk en daar heeft u jarenlang plezier van.” De klant keek schichtig naar buiten, want hij had geen parkeergeld betaald voor zijn vliegend tapijt. Hij zuchtte en zei: “Ach, laat dat stokje ook eigenlijk maar. Geef mij maar een gewoon zakkammetje.”

Vandaag gaan we bewijzen dat je met een zakkam beter kunt toveren dan met duizend toverstokjes. We hebben nodig: een eenvoudige plastic zakkam, een wollen sok, een koudwaterkraan, een pingpongbal, een zijden draad en enige zelfgeblazen zeepbellen. En droog winterweer, want bij een vochtige lucht lukt het niet.

Zet de keukenkraan een klein beetje open zodat er nog net een dun, ononderbroken straaltje uitkomt. Wrijf de kam stevig op met de wollen sok en breng hem tot vlakbij de straal. De waterstraal zal naar de kam toebuigen. Als het echt droog weer is kun je hem zelfs even laten slingeren door de kam heen en weer te bewegen. Raakt de kam het water, dan verliest hij zijn magische kracht.

Zet de pingpongbal op een hard, effen tafelblad zodat hij gemakkelijk heen en weer kan rollen. Wrijf de kam weer op en breng hem naar de bal toe. Op een zeker punt zal de pingpongbal naar de kam toerollen. Als je de bal een eind wilt laten rollen, moet je de kam langzaam terugtrekken. Als hij hem raakt is het met de toverkracht namelijk gedaan.

Neem een zijden draad van een centimeter of twaalf. Wrijf de kam op en houd hem bij het uiteinde van de draad. Het uiteinde van de draad wordt aangetrokken door de kam en als je de kam langzaam naar boven beweegt gaat de draad mee. Bij goed droog weer kun je de draad zelfs helemaal rechtop krijgen, terwijl hij meer dan een centimeter van de kam verwijderd is.

Blaas een stuk of wat zeepbellen. Wrijf de kam op, houd hem bij de bellen in de buurt en ze worden door de kam aangetrokken. Met wat oefening kun je met gemak een heel zeepbellenballet in de lucht houden.

Wat gebeurt er hier? Als je de kam opwrijft gaan er onzichtbare geladen deeltjes, elektronen, over van de wol op de kam. Die wordt daardoor elektrisch geladen. Het waterstraaltje, de pingpongbal, de zijden draad en de zeepbellen zijn elektrisch neutraal: ze hebben evenveel positieve als negatieve geladen deeltjes. De negatief geladen kam trekt de positieve deeltjes aan en daardoor bewegen het waterstraaltje, de pingpongbal, de zijden draad en de zeepbellen naar de kam toe. De kam mag ze niet raken, want dan lekken de elektronen weg en is er geen verschil in elektrische lading meer en dus ook geen aantrekkingskracht.