Hup Peru! Regisseur Francisco Lombardi over geld, elektriciteit en romanschrijvers

“Voor een miljoen kan de Peruaanse cinema worden gered”, zegt regisseur Franscisco Lombardi, wiens Caidos de Cielos op het filmfestival in Rotterdam in premiere gaat. Lombardi kan in Peru nog films maken omdat hij bekend is en in het buitenland investeerders weet te vinden, onder wie het Hubert Bals Fonds. De jongere generatie filmers is aangewezen op het maken van 'telenovelas' en reclamespots.

Francisco 'Pancho' Lombardi is een pessimist. Het leven, lijkt deze succesvolle 42-jarige Peruaanse regisseur te willen zeggen, is een aaneenschakeling van teleurstellingen. Zijn nieuwste werkstuk heet Caidos del Cielo ('zij die uit de hemel zijn gevallen') en met de hoofdpersonen uit deze film over de Peruaanse samenleving in de jaren tachtig loopt het meestal slecht af.

Caidos del Cielo (1989) is de zesde speelfilm van Lombardi sinds zijn debuut in 1976 met Muerte al Amanecer (Dood bij de dageraad). Recente werk zoals de verfilming van het boek La Ciudad y los Perros (De stad en de honden) van zijn landgenoot Mario Vargas Llosa en La Boca del Lobo (De bek van de wolf) over terreur en anti-terreur in Peru zijn met groot succes als eerste nationale produkties buiten Peru vertoond. Ook Caidos del Cielo deed het goed in het buitenland, de film won prijzen op de festivals van Montreal en Valladolid.

Tijdens een gesprek met Lombardi tussen twee van zijn buitenlandse reizen door, maakt vreugde van de regisseur over het succes van 'Caidos' snel plaats voor pessimisme.

“Tussen 1975 en 1985 maakte de film in Latijns-Amerika een bloeiperiode door”, vertelt Lombardi. “De cineast in Argentinie, Brazilie, Colombia, Venezuela en ook in Peru genoot een soort bescherming van de overheid, in vele gevallen een militaire regering die graag nationale produkties wilde bevorderen. Latino-films namen deel aan festivals en wonnen prijzen”.

Maar met het verdwijnen van de militairen naar de kazernes en de terugkeer van de democratie in Latijns-Amerika werd ook de economie drastisch aangepakt. Voor films is geen geld meer. Niet bij de nu armlastige overheden, evenmin bij de nog armere bioscoopgangers die thuisblijven, al dan niet voor de televisie. Lombardi: “Het teruglopende bioscoopbezoek maakt investeren in films niet meer winstgevend. We moeten ons kapitaal in het buitenland zoeken.”

TIENDUIZEND DOLLAR

Caidos werd geproduceerd door Lombardi's eigen produktiemaatschapij Inca Films in Lima, maar driekwart van het kapitaal werd verschaft door de Spaanse televisie, die een actieve rol speelt bij het stimuleren van de Latijns-Amerikaanse cinema. Dankzij de Spaanse co-producent Gerardo Herrero werd voor 'Caidos' ook het 'Fundo Hubert Balls' (zoals de persinformatie bij de film het Hubert Bals Fonds heeft herdoopt) aangeboord. Op basis van een synopsis van het script kreeg Lombardi tienduizend dollar uit Nederland. De totale kosten van Caidos del Cielo: driehonderdduizend dollar.

“Een probleem is dat alleen de bekende regisseurs financiele steun uit het buitenland kunnen krijgen. De nieuwe generatie cineasten, zij die nu werken in lagere functies bij het maken van films, krijgt geen kansen. Dit is een gefrustreerde generatie, die is aangewezen op het maken van 'telenovelas' (de Latijns-Amerikaanse versies van series als 'Dallas' en 'Neighbours') en reclamespots.”

Maar ook voor bekende regisseurs als Lombardi biedt buitenlandse steun geen echte oplossing. “De Spaanse producenten eisen Spaanse acteurs, Spaanse scripts en vaak het draaien van opnames in Spanje. Maar ik wil Peruaanse films maken”. Voor de montage van Caidos moest Lombardi tegen zijn zin gebruik maken van een laboratorium in Parijs. “In Peru hebben we dat soort faciliteiten niet en daarom moeten we naar het buitenland uitwijken. Maar ik ga liever naar Buenos Aires dan naar Parijs, al was het maar omdat ze daar een beter gevoel hebben voor de Spaanse taal”.

Lombardi is er van overtuigd dat de filmindustrie in zijn land op betrekkelijk eenvoudige en goedkope wijze van de dreigende ondergang is te redden. “Er moet een Wet op de Cinema komen die het mogelijk maakt dat er acht tot tien Peruaanse films per jaar worden geproduceerd. Die hoeven echt niet allemaal driehonderdduizend dollar te kosten. Voor tweehonderdduizend dollar is het al mogelijk een goede film te maken, de arbeidskosten zijn hier laag.” En in de beste traditie van de Peruaanse handelaar zegt Lombardi: “Oke, met een miljoen kan de Peruaanse cinema worden gered. Dat geld zou kunnen worden opgebracht door een klein percentage van de verkochte bioscoopkaartjes te bestemmen voor een fonds voor de Peruaanse film”.

De moeilijkheden van het maken van een film in Peru beperken zich niet tot de verkrijgen van voldoende geld. Tijdens het draaien van 'Caidos' in de hoofdstad kreeg Lombardi te maken met het regelmatig uitvallen van de stroom als gevolg van terroristische aanslagen en gebrek aan elektriciteit. De aanschaf van een generator legde een zware last op het toch al niet riante budget. Stakingen - een dagelijks verschijnsel in Peru - veroorzaakten vertragingen in het opnameschema. En dan werd er voor deze film alleen nog maar in Lima gefilmd. Voor het opnemen van De bek van de wolf over de guerrillabeweging Lichtend Pad filmde de anders van veel publiciteit afhankelijke Lombardi noodgedwongen onder strenge geheimhouding in het binnenland.

Lombardi uit zich ook negatief over het culturele klimaat in zijn geboorteland. “Dat is ronduit slecht. We hebben bij voorbeeld - op Vargas Llosa na - geen romanschrijvers. Romans zijn vaak goede inspiratiebronnen voor filmers. In Peru houden de jonge schrijvers zich echter bezig met poezie. Als ik het culturele klimaat nu vergelijk met dat van twintig jaar geleden, zie ik alleen maar achteruitgang. In de jaren zeventig had je in het centrum van Lima filmzalen die gespecialiseerd waren in Engels en Franse films. Films van Fellini werden volop vertoond. Er was een speciale bioscoop voor Sovjet-produkties. Nu zie je alleen maar Amerikaanse films in de bioscopen”.

HOOG NIVEAU

Peru aan het eind van de jaren zestig was het Peru van de linkse revolutie van generaal Velasco en van de hoop voor een generatie jonge idealisten onder wie de aspirant-filmer Lombardi. Het intellectuele niveau was hoog. Lombardi constateert met spijt dat er twintig jaar later weinig van is overgebleven. De economische crisis heeft ook op dit gebied verwoestend werk gedaan.

In Caidos del Cielo verweeft Lombardi de lotgevallen van drie generaties Peruanen uit drie verschillende sociale klassen. Er is een ouder echtpaar, voormalige landeigenaren die door de revolutie van 1968 een groot deel van hun bezittingen zijn kwijtgeraakt. Overgebleven zijn wat huisjes die zij - vaak tevergeefs - trachten te melken voor de huur en een stukje land aan de kust. Een van hun huurders is Humberto, een radiopresentator die zijn programma het motto 'je bent je eigen lot' heeft meegegeven. Ook al biedt het leven alleen maar tegenspoed en ellende, de individuele mens kan zijn eigen lot bepalen en uit de misere omhoog klimmen. Van Humberto's optimisme is aan het eind van de film weinig over: zijn grote liefde Veronika heeft hem verlaten en zijn baan is hij kwijt. Op het stukje land leeft een blinde grootmoeder met haar twee kleinzoontjes. Alleen met deze laatste twee loopt het goed af.

Toch is Caidos del Cielo door de zwarte humor van Lombardi geen trieste film. “Op het filmfestival van Montreal zei iemand dat het lachen was om niet te huilen”, vertelt Lombardi. “Het is een zoekfilm: de eerste laag vertelt een gewoon verhaal, in de tweede is de betekenis te vinden”. Daarom is Caidos, erkent Lombardi, “voor een doorsnee bioscooppubliek wellicht een beetje moeilijk”.

Desondanks stonden de Peruanen eind vorig jaar in de rij voor Caidos del Cielo en werden Lombardi en de acteurs Gustavo Bueno (in Peru vooral bekend van de telenovelas) en Marisol Palacios bejubeld. Vooral de internationale aandacht voor een Peruaans produkt werd in de pers breed uitgemeten. Maar behalve het 'hup Peru-sentiment' was er ook erkenning voor het feit dat Lombardi met Caidos del Cielo een uiterst herkenbaar beeld heeft geschilderd van de Peruaanse samenleving in de jaren tachtig. En daarmee is de film niet alleen interessant voor de Peruanen, maar ook voor een internationaal publiek dat zich met recht mag verbazen. Met beperkte middelen en onder moeilijke omstandigheden is een hoogwaardig cinematografisch produkt afgeleverd.

    • Reinoud Roscam Abbing