Hoe men haar verovert en hoe men haar behoudt; Brieven van Machiavelli vertaald

Machiavelli, een autobiografie in brieven, Selectie, vertaling en commentaar van Carlo Depreytere en Frans Denissen. Uitg. Bert Bakker, 194 blz. Prijs fl. 29, 90.

Van alle soorten literatuur is de brief wel het meest spontane genre. Er is ruimte voor uitweidingen, zijsprongen en probeersels. Dat de schrijver zich niet richt tot een breed publiek maar tot een persoon, geeft hem een grotere vrijheid.

Deze overwegingen, die voor iedere briefschrijver gelden, zijn zeker van toepassing op Niccolo Machiavelli. Dat valt af te leiden uit een onlangs in het Nederlands vertaalde selectie van een dertigtal van zijn brieven. Het overbrengen van teksten uit het verleden, en met name van brieven, is geen sinecure, aangezien ze meestal vol staan met verwijzingen naar personen en zaken die de lezer van nu onbekend zijn. Dit probleem hebben de samenstellers, Carlo Depreytere en Frans Denissen, aardig weten op te lossen: de brieven zijn aan elkaar gebreid door intermezzo's waarin de historisch-biografische achtergronden worden belicht. Deze formule, die inhoudt dat de tekst 'kaal' kan worden gepresenteerd, biedt het grote voordeel dat de lezer niet door een stortvloed van noten wordt overdonderd. Machiavelli's karakteristieke stijl is in het Nederlands uitstekend bewaard gebleven: de weergave van casa di cazzo met 'klooster van mijn kloten' illustreert al voldoende hoe vindingrijk de vertalers zijn geweest.

De meeste brieven zijn alleen aan insiders bekend, maar twee ervan hebben in wijdere kring weerklank gevonden. Zo is de brief van 9 maart 1498 (waarmee de schrijver epistolair debuteert) historisch van belang, omdat er een scherpe analyse in wordt gegeven van een preek van de befaamde dominicaner monnik Savonarola. En nog bekender is het schrijven van 10 december 1513, dat wel eens is betiteld als 'de mooiste brief uit de Italiaanse literatuur'. Machiavelli vertelt erin hoe hij na zijn verbanning uit Florence in Sant'Andrea in Percussina de dag doorbrengt en hoe hij daar begonnen is met het schrijven van zijn hoofdwerk: “Ik heb een boekje met de titel De principatibus samengesteld, waarin ik me zoveel mogelijk in de overpeinzingen over dit onderwerp verdiep, en waarin ik bespreek wat heerschappij is, welke soorten er zijn, hoe men haar verovert, hoe men haar behoudt, hoe men haar verliest.”

Ook in zijn brieven is Machiavelli voor alles een homo politicus. Hij analyseert scherpzinnig (en soms niet zonder cynisme) de gedragingen van vorsten en volkeren, steeds met het doel voor ogen om het wegzinkende Florence van de ondergang te redden. Daarbij toont hij zich niet alleen van de praktische, maar ook van de theoretische kant: zijn hardnekkig pogen om situaties en gebeurtenissen tot een algemeen geldend systeem te herleiden verraadt de filosoof die er in hem schuilgaat.

Herhaaldelijk is het ook of we uitspraken of passages uit de Il principe voor ogen hebben. “Een van de beste manieren om te zien hoe een mens werkelijk in elkaar zit, “ zo lezen we in een brief uit 1499, “is na te gaan hoe gemakkelijk hij gelooft wat hem wordt verteld en hoe omzichtig hij te werk gaat als hij anderen wat wil wijsmaken.” En in een brief uit 1506 merkt de schrijver op: “Hannibal en Scipio blonken allebei evenzeer uit in de handhaving van de militaire discipline, maar de eerste slaagde er door wreedheid, trouweloosheid en goddeloosheid in zijn legers in Italie samen te houden -, terwijl de andere in Spanje hetzelfde resultaat bereikte door barmhartigheid, trouw en godevrucht. En zowel de een als de ander behaalde ontelbare overwinningen.”

LEVENDIG

Ook buiten de politieke overwegingen valt er in de brieven van de Florentijnse Secretaris veel te genieten. Zijn beschrijvingen zijn uitzonderlijk levendig en expressief. Of hij het nu over zijn vrouw Marietta, over zijn geliefde Barbara, over zijn vrienden, over de lijsterjacht, over het carnaval, over de Franciscanen of over de Paus, steeds geeft zijn plastische uitdrukkingswijze de mededeling een extra lading. Bijzonder krachtig manifesteert zich deze eigenschap waar hij verslag uitbrengt van zijn liefdesavonturen: van zijn wat mysterieuze contacten met Riccio en Riccia, van zijn bezoeken aan lustknapen en prostituees.

Soms slaat hij in zijn streven naar effect wel eens wat door. Zo bevat de brief van 8 december 1509 een realistisch relaas van een bezoek dat hij brengt aan een hoer uit Verona: het beeld dat van deze 'dame' wordt opgehangen is zo smerig en afzichtelijk dat het iedere beschrijving tart. Hoewel ik weet dat sommigen deze brief als een autobiografisch document beschouwen, kan ik er niet meer in zien dan een met veel Spielfreude uitgewerkte hyperbool, een tot in het extreme doorgevoerde grap. Maar ook hier blijkt nog eens ten overvloede dat Machiavelli thuishoort in de literatuur: als hij een dorre stilist zou zijn geweest, zouden zijn ideeen nooit zo zijn aangeslagen.

    • Frans van Dooren