Heel kort

Harrie Geelen: Gijs en zijn hond Flop. Flop en zijn baas Gijs. Uitg. Van Goor. Prijs fl. 20, - per deel.

Anne Vegter- Geerten ten Bosch: Verse bekken! Uitg. Querido. Prijs fl. 19.90.

Wie enigszins thuis is in de wereld van de kindercultuur zal Harrie Geelen in de eerste plaats kennen als de schrijver van in de jaren zeventig populaire televisieseries als Oebele, Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? en Q en Q. Hij illustreerde de vroege boeken van zijn vrouw Imme Dros (Het paard Rudolf, Altijdgrijs) en verscheen na een lange afwezigheid plotseling weer op het toneel met snelle, geestige tekeningetjes bij Imme Dros' verhalen over Roosje. Blijkbaar is daarmee een nieuwe creatieve ader geraakt, want kort geleden kwamen er twee boekjes uit over de onafscheidelijke maatjes Gijs en zijn hond Flop, waarvoor Geelen niet alleen de illustraties, maar ook de tekst leverde.

Flop en Gijs zijn met zwarte stift wat slordig in elkaar gezet en vormen een aandoenlijk duo. Flop is een grootsnuitig exemplaar van het model rijst-met-krenten. Zijn baasje draagt stekeltjeshaar en heeft een enorme neus en zijn gedrongen lijf bestaat uit een te krap gevangenishemdje boven een soort trappelzak met platvoeten. Elk boekje bevat vier mini-avonturen, die zich ontrollen als een komisch tekenfilmpje. Flop en Gijs halen samen de krant voor vader en leveren die in flarden af, ze deponeren in een dodelijk saaie feestartikelenwinkel naast de nepdrol een echte en proberen in de bibliotheek een boek voor een hond te lenen. “ 'Flop houdt niet van prenten', zei Gijs. 'Is er niet een boek dat ruikt? ' 'Waar moet het dan naar ruiken? ' vroeg de juffrouw. Gijs dacht na. 'Broek', zei hij. Flop ruikt altijd aan broeken.' “

Geelen beziet zijn tweetal met liefdevolle blik, wat in combinatie met de zuinige tekst en de losse, expressieve tekeningetjes zijn boekjes tot een aanwist voor de kleuterbibliotheek maakt.

Aanzienlijk moeilijker te plaatsen is het tweede boek van Anne Vegter en Geerten ten Bosch, die vorig jaar met De dame en de neushoorn de Libris Woutertje Pieterseprijs wonnen. Voor Verse bekken! schreef Vegter achttien verhaaltjes van een halve tot anderhalve bladzijde lengte. De centrale figuur met de toepasselijke naam Heel Kort is een raadselachtig persoon vol wonderlijke invallen. Hij ontwikkelt bij voorbeeld een mooie verhouding met een graspol, hij vent zijn versgetrokken bekken uit op straat en zorgt toegewijd voor een kip die van huis uit een meeuw is.

Hiermee zijn dan wel de meest concrete gebeurtenissen vermeld, want het eigenlijke avontuur is bij Vegter een zaak van woorden. Zo is er een rat die klaagt dat hij niet zo goed zwemt. Dat komt volgens de vissen doordat hij “iedere dag zijn centjes verzuipt (in het nescafee)”. Wanneer de rat stomdronken aan de slootkant verschijnt wordt hij door een vis gelokt - “spring dan, lekkere verzuipschuit van me” - en uiteindelijk “op het nippertje van de wal gelegd”, waar hij “tot de volgende morgen lag te ronken als een motorboot”.

Een verhaal draait slechts om het woordje nou, dat onafgebroken wordt gebezigd, tot ergernis van Heel Kort: “ 'Jij zegt nooit iets anders tegen steeds iets anders.' “ In iemands handen blijkt 'verbergsel' verstopt te zijn en zo zit de taal vol kleine verschuivingen en verdraaingen.

Vegters absurdistische woordenspinsels zijn vervaardigd met de zorgvuldigheid van de dichter. Voor wie daar oog en gevoel voor heeft zijn ze geestig en humoristisch, hoewel ze soms doorslaan naar meligheid en gekunsteldheid. De verhaalfiguren blijven schimmig. Over de vertellende ik is alleen bekend dat hij 'jongeling' wordt genoemd en zeer gesteld is op Heel Kort.

Gelukkig is Geerten ten Bosch er ook nog. Met een zacht, zorgvuldig potlood vult zij het 'gemis' in de tekst op. Ze brengt samenhang aan - zeker met de schitterende landkaart op de schutbladen, die in zijn petieterige details even aan Nelly Bodenheim doet denken - en geeft de figuurtjes letterlijk gestalte. Heel Kort blijkt een mannetje met te grote handen en een gezicht als een geroosterde boterham. Hij draagt enorme rijlaarzen, een Turkse fez een een asymmetrische houtje-touwtje jas. Zelden zag ik de functie van tekeningen zo duidelijk gedemonstreerd: ze vormen de specie waarmee Vegters merkwaardige stenen toch tot een soort bouwsel worden.

    • Bregje Boonstra