Geldhervormers beticht van oplichterij

MOSKOU, 25 jan. - De orde is weer enigszins hersteld. Er wordt op de stoepen van de spaarbanken en postkantoren niet meer gevochten. Er wordt nu gediscussieerd. Zijn president Michail Gorbatsjov en diens nieuwe premier Valentin Pavlov oplichters of is hun geldhervorming “prima” ? Dat is thans de kwestie. Het antwoord op die vraag hangt af van de hoeveelheid roebels die de passanten bij zich hebben. En van de herkomst van die bankbiljetten natuurlijk.

Al bijna drie dagen is de Sovjet-Unie met bijna niets anders in de weer dan de geldhervorming die de regering dinsdagavond als een donderslag bij heldere hemel aankondigde. Het decreet van de president werd toen door de nieuwslezer voorgelezen in het televisiejournaal, waarna premier Pavlov nog een persoonlijke toelichting gaf. Vanaf dat moment begonnen overal de telefoons te rinkelen en maakten de eerste burgers zich op om alvast een plaatsje op de stoep van een bank te bemachtigen. Mensen die konden waarmaken dat hun geld lelieblank was, namen het geld mee van mensen die dat niet dachten te kunnen.

Op de zwarte markt van Moskou gingen de honderd-roebelbiljetten voor eenderde van de prijs van de hand, in de Litouwse hoofdstad Vilnius voor de helft. Want de oekaze en de verklaring van de minister-president waren allerminst duidelijk. Helder was alleen dat alle bankbiljetten van vijftig en honderd roebel om middernacht uit de roulatie gingen. Dat de burgers slechts drie dagen de tijd kregen om voor duizend roebel te wisselen. Dat de spaartegoeden werden bevroren, zodat men voortaan nog maar vijfhonderd roebel per maand van een rekening mocht opnemen, bejaarden en studenten zelfs niet meer dan tweehonderd. En dat de KGB zou worden ingeschakeld bij deze geldsanering die ook een ideologische lading ( “strijd tegen de speculatie, de corruptie en de contrabande” ) had meegekregen. Dat lijkt voor weinig misverstand aanleiding te geven. Maar de Sovjet-burgers, die een diep ingekankerd wantrouwen koesteren tegen elke overheidsbeslissing over wat dan ook, dachten daar anders over.

En ze hadden daar dit keer wederom enige reden voor. Want de monetaire hervorming kwam niet alleen onverwachts, nee, ze was zelfs in tegenspraak met alle eerdere officiele mededelingen. Het gerucht dat de staat drastisch zou ingrijpen in de geldcirculatie deed al langer de ronde. Het leek de enige methode om hyper-inflatie in de kiem te smoren en zou bovendien de charme van rechtvaardigheid hebben omdat in de 'verdollariseerde' Sovjet-economie door slimme zakenlui woekerwinsten worden gemaakt.

Het plan werd niettemin steeds ontkend. Eind december vroeg een lezer van het weekblad 'Argumenti i Fakti' of er iets waar was van het gerucht. De redactie ging te rade bij bankier Grigori Soldatenkov, directeur van de Moskouse spaarbank. “Het gerucht over het uit de roulatie nemen van coupures is zonder grond”, was zijn antwoord.

Pag. 15: .

geld

    • Hubert Smeets