Gasten

“Moarn, Rita!” “No, no, -ha wy dy der, Asta! Komst al sa betijd ut 'e sted? Alhiel dit ut nei us ta?” Zo luiden de eerste dialoogregels van 'Kleine Eyolf' of 'Lytse Eyolf', een toneelstuk van Ibsen, vertaald in het Fries.

Toneelgroep Tryater uit Leeuwarden zal een voorstelling van dit stuk geven onder regie van ondergetekende. Eind januari is de premiere.

Rita staat 's morgens vroeg de koffer van haar echtgenoot uit te pakken en wordt verrast door de plotselinge binnenkomst van haar schoonzuster Asta. Dit beschrijft Ibsen en veel van zijn stukken beginnen ongeveer op deze manier. Veel toneelstukken vangen op dergelijke wijze aan. Het is een moeizaam begin en een moeilijk. Hoe aan de al opdwarrelende spruitjesgeur te ontkomen, terwijl de voorstelling nog geen seconde gestart is? 'Hehallo! Hoe gaat het er mee? Let niet op de rommel. Ga zitten. Wil je wat drinken? ' Als we goed luisteren horen we de diepe ademhaling van de eerste in slaap gevallen toeschouwer. Volkomen terecht. Van zo'n stuk en voorstelling is niets meer te verwachten.

Op het toneel is de gastheer bijna altijd de ideale gastheer en zijn gast de ideale gast. Logisch, men heeft twee maanden op de ontmoeting kunnen repeteren. Aan beide kanten de zekerheid dat er niets meer fout kan gaan. En dat is stomvervelend.

In werkelijkheid is het ontvangen van een gast of het op bezoek zijn een hoogst dramatische situatie. Zowel gastheer als gast zijn tot het uiterste gespannen. Niets mag mis gaan. De gastheer wil een verwenner zijn, de gast wil de gastheer het gevoel geven, ondanks alles, dat de verwenning slaagt. Een boeiend duel om gunst en tevredenheid. Daar komt bij dat er slechte gastheren en gasten zijn en talentvolle. Hoe heerlijk is het niet een talentvolle gast op bezoek te hebben. En hoe martelend de onzekerheid na afloop of het bezoek zich wel heeft geamuseerd.

In Friesland hebben we het probleem van het begin van het stuk op de volgende manier proberen op te lossen. Het toneel is leeg. Asta, de gaste, komt de kamer binnen en kijkt eigengereid en bezitterig om haar heen. Verschuift een stoel en ruikt misprijzend aan een open fles wijn op tafel. Rita, de gastvrouw, verschijnt in de deuropening en ziet de onaangekondigde gaste. Ze schrikt, weet zich geen raad met zichzelf en de situatie, wordt onmiddellijk overvallen door schaamte en schuldgevoel. Asta merkt dat er iemand is binnengekomen, ze draait zich om en ziet haar schoonzuster. Onverstoorbaar, als ware zij de gastvrouw, zegt ze: “Moarn, Rita!”.

    • Leonard Frank