Friesland schrapt kunstwerk bij dijk wegens geldgebrek

LEEUWARDEN, 25 jan. - Als gevolg van geldgebrek en weerstand bij de bevolking komt er geen kunstwerk bij het Noarderleech aan de voet van de zeedijk in Noord-Friesland.

De provincie Friesland kan geen geldschieters vinden die bereid zijn vier miljoen gulden beschikbaar te stellen voor het ontwerp van de Antwerpse avant-garde kunstenaar en architect Luc Deleu. De jury, die zich boog over inzendingen op een prijsvraag van de provincie voor een kunstwerk bij de Waddenzee, wijdde eind 1989 lovende woorden aan het uitverkoren ontwerp van Deleu: “Het voorstel van Deleu zal een onuitwisbare indruk maken. Het zal tot ver buiten de provincie de aandacht trekken. Het gaat hier dan ook niet louter om een kunstwerk voor Friesland, maar om een werk van nationale reikwijdte”.

Zijn ontwerp symboliseerde volgens de jury het best dat de dijk op Deltahoogte zou worden gebracht. Deleu ontwierp twee kopieen van de betonnen pijlers van de stormvloedkering in de Oosterschelde. De 500 ton wegende, 25 meter hoge kolossen waren in zijn gedachtengang afgedreven naar het noorden en zouden, de een gekanteld, de ander rechtop, verankerd liggen aan de voet van de zeedijk op het wad. Maar ruim een jaar later blijkt er geen geld te zijn voor het prestigieuze, maar ook omstreden kunstwerk. Realisering van het object kost ruim vier miljoen en dat geld is er niet. De provincie Friesland heeft het niet en het ministerie van Verkeer en Waterstaat bleek niet bereid ter afsluiting van de Deltawerken een soort 1 procentsregeling toe te passen, zegt cultuurgedeputeerde Johanneke Liemburg spijtig. “Als je ziet dat de dijkverhoging honderden miljoenen kost, zou er toch wel twee miljoen moeten zijn voor dit object”.

Het Friese bedrijfsleven liep evenmin warm voor het pijlerproject. Liemburg wijt dat ten dele aan het ontbreken van financiele steun van het rijk, maar ook aan het feit dat de bevolking niet of nauwelijks te spreken was over het kunstwerk. “Het bedrijfsleven had geen zin zijn nek uit te steken gezien de weerstand bij de omwonenden”, aldus Liemburg. De Friese bevolking vond het ontwerp niet alleen foeilelijk, het herinnerde haar ook aan de jarenlange strijd die er tussen voor- en tegenstanders werd gevoerd over het op Deltahoogte brengen van de oude zeedijk.

Een jury van deskundigen onder voorzitterschap van commissaris Wiegel gaf vijf kunstenaars in de zomer van 1989 opdracht een ontwerp te maken, waarvoor ieder 5.000 gulden kreeg. Deleu won en rekende het Friese provinciaal bestuur voor dat realisering van zijn pijlers vier miljoen zou kosten. De helft van het bedrag zou opgaan aan funderingen, de andere helft aan materiaal en honorarium. Gedeputeerde Staten schrokken van dat bedrag, maar Liemburg geeft toe dat bij de opdracht geen financiele richtlijnen waren gegeven. In het voorjaar van 1990 werd een werkgroep ingesteld die moest onderzoeken of uitvoering van het ontwerp technisch en financieel haalbaar was. Ook werd nagegaan of er voor het ontwerp een maatschappelijk draagvlak bestond. Technisch bleken er geen problemen te bestaan en de werkgroep meldde dat de gemeentebesturen van Het Bildt en Ferwerderadeel het project steunden. Maar niemand bleek bereid geld op tafel te leggen.

Liemburg zal niet ijveren voor een goedkoper symbool voor Frieslands Deltadijk: “Voor ons is het verhaal nu uit, we willen geen beeldje op de dijk”. Voorzitter Sipke Castelein van de werkgroep reist dit weekeinde naar Antwerpen om te overleggen met Luc Deleu. Hij sluit niet uit dat de Antwerpenaar alsnog een bedrag krijgt als schadevergoeding. Castelein: “Gelukkig neemt hij het sportief op, maar het is natuurlijk enorm sneu voor die man.” Deleu reageert laconiek: “Ik ben niet echt teleurgesteld. Als ontwerper ben ik het wel gewend, maar jammer is het wel. Het zou mijn eerste permanente project worden.” De pijlers in kleinere vorm realiseren lokt hem niet: “Daar zou ik heel erg over moeten nadenken. Ze waren al een derde van de ware grootte. Als ze nog kleiner worden laten ze zich niet meer ontdekken.”