Filmproducenten positief over voorstellen van minister

ROTTERDAM, 25 jan. - De voorstellen van minister d'Ancona (WVC) voor een versterking van de Nederlandse filmsector zijn door enkele filmproducenten gunstig ontvangen.

Zij stemmen in met haar brief aan de Raad voor de Kunst, waarin de minister gisteren stelde dat er meer films gemaakt zouden moeten worden door minder mensen en dat strenger mag worden geoordeeld over aanvragen voor subsidie.

De producenten Matthijs van Heyningen en Frans Rasker zijn ook ingenomen met het idee voor een automatische beloning aan producenten van films die in de bioscopen of op festivals succes boeken. In de oprichting van een studio voor de aanmoediging en ontwikkeling van jong talent hebben beiden minder vertrouwen. “Dat is een achterhaald Oosteuropees model, dat bij ons helemaal niet zou werken”, aldus Van Heyningen. Zowel hij als Rasker zouden niet weten wie zou moeten worden aangesteld als 'inspirerend artistiek leider'. Regisseur Kees Hin, tevens bestuurslid van het Productiefonds, heeft wel vertrouwen in het creeren van zo'n stimulerende omgeving waar jonge filmers met elkaar kunnen samenwerken. Hin meent dat een dergelijke studio heel goed door een buitenlander kan worden geleid; hij noemt als voorbeeld de Poolse Dekalog-regisseur Krzysztof Kieslowski.

Tegen de samenvoeging van het Productiefonds en het Filmfonds, dat zich richt op artistiek waardevolle films, hebben Van Heyningen en Rasker weinig bezwaar. Hin echter is het met dit voorstel niet eens. Hij acht de huidige subsidiestructuur, met al haar gebreken, de best denkbare en stelt dat de problemen vooral worden veroorzaakt door het wegvallen van inkomsten en investeringen. Het opdoeken van een van beide fondsen acht hij zeer gevaarlijk: “Je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt”.