Festival stelt kijker voor onmogelijke keus

ROTTERDAM, 25 jan. - De tijger van het Filmfestival Rotterdam heeft nog nooit in zo'n ondoordringbare celluloidjungle gebruld als in de gisteren geopende twintigste editie.

Bij de vorige expeditie onder leiding van Marco Muller waren er nog routes uitgezet door het omvangrijke programma. Dit jaar, Mullers tweede als directeur, zijn er meer dan driehonderd films, waarvan sommige slechts een enkele vertoning krijgen.

Vanavond is bij voorbeeld de enige kans Dennis Hoppers moderne film noir The Hot Spot te bekijken, maar wie daarvoor kiest mist noodzakelijkerwijs de door Isaak Babel geinspireerde, charmante oudere (1966) Russische film Tot ziens, jongens- Do zvidania maltsjiki van Michail Kalik, over de vriendschap tussen drie jongens aan de oever van de Zwarte Zee, vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De film wordt vooraf gegaan door de documentaire Isaac Babel van Hartmut Bitomsky.

Wie Hoppers film ziet, mist ook Juzo Itami's Japanse satire A-Ge-Man. En Ed van der Elskens zelfportret van een stervende, Bye. Nauwkeurige bestudering van de stafkaarten leert dat die films allemaal nog eens herhaald worden, maar dat geldt weer niet voor de eveneens op hetzelfde tijdstip geprogrammeerde presentatie van Franse vondsten uit de archieven van het Nederlands Filmmuseum. Rennend van de Schouwburg naar Luxor kan men na afloop van dat programma net nog de aanvang halen van een werkelijk schitterende ontdekking van het Filmmuseum, het verloren gewaande Amerikaanse melodrama Lucky Star (1929) van Frank Borzage, een volgens de naslagwerken niet echt tot de 'auteurs' gerekende regisseur van Zweedse of Italiaanse (vermoedelijk Zuidtiroler) afkomst.

Binnen zijn oeuvre, dat veelal hoofdrollen telde van het populaire duo Janet Gaynor en Charles Farrell, werd Lucky Star beschouwd als een mindere film. Ik zou het overige werk van Borzage dan wel eens willen zien, want Lucky Star is een perfect pathetisch, sfeervol gefotografeerd pareltje, met een in alle simpelheid onweerstaanbaar verhaaltje over de verboden romance tussen een boerendochter en een oorlogsinvalide.

Tijdens de persvoorstelling werd de zwijgende versie (er heeft ook een gedeeltelijke geluidsversie bestaan) meeslepend begeleid door Stefan Ram, de huispianist van het Filmmuseum, die geraffineerd het thema Walk Away Renee bij het glorieuze einde speelde, wanneer het Farrell eindelijk lukt weer te lopen. Een rechtgeaarde filmliefhebber houdt het daar niet droog bij. Vanavond wordt de film begeleid door multi-instrumentalist Adrian Johnston, een internationale specialist in het begeleiden van zwijgende films. De Amerikaanse tussentitels werden door het Filmmuseum gereconstrueerd en gedeeltelijk herschreven aan de hand van rudimentaire titellijsten.

Dat de historie steeds belangrijker wordt op een filmfestival als dat van Rotterdam, blijkt ook uit de omvang van de beide retrospectieven: het werk van Nicholas Ray en zijn geestverwanten en drie Japanse regisseurs van B-films. Je kunt je afvragen of met name dat laatste onderdeel wel goed tot zijn recht komt op een toch al uit zijn voegen barstend festijn.

De jaarlijkse filmorgie verbruikt in tien dagen alle beschikbare cinefilie in ons land. In de filmhuizen zou er de rest van het jaar meer rust en aandacht zou zijn voor zulke geduld eisende, exotische avonturen. Als openingsfilm was de samoeraifilm Hakuoki- Het verhaal van de bleke kersenbloesems (Issei Mori, 1959) gisteravond misschien minder geschikt. Daarentegen legde de in Nederland wonende Israelier Danniel Danniel wel veel eer in met zijn korte film Viaduc, een viertalig portretje van twee tegengestelde mannen (Thom Hoffman en Johan Leysen) die elkaar toevallig treffen in de trein naar Luxemburg.

Hoffman is een Duitse soldaat, die in twee weken zestien landen heeft bezocht en naief-beheerst ervaringen en ansichtkaarten verzamelt. Leysen is een vermoeide idealist, al jaren op weg naar zijn grote liefde die hij in het groothertogdom hoopt te ontmoeten. Het voortreffelijke spel van beide acteurs en de samengebalde controle over het medium van Danniel, misschien nog wel sterker dan in zijn iets excentriekere debuut Ei, maken Viaduc tot een voorbeeldige korte film.