Duitsers bouwden 'Fuhrer-bunker' voor Iraakse leider Saddam Hussein

BONN, 25 jan. - Saddam Hussein moet er nu noodgedwongen een groot deel van zijn tijd huizen: veertig meter onder zijn inmiddels zwaar beschadigde paleis in Bagdad.

Namelijk in zijn bom-veilige, in beton gevatte Duitse versie van duizend-en-een nacht, 1800 vierkante meter groot, inclusief een zwembad met een permanente temperatuur van 22 graden, een communicatiecentrum en een aantal luxueus-orientaals ingerichte woon- en slaapvertrekken. Zelfs aan een solarium is gedacht. Dankzij een eigen waterfilter- en luchtverversingssysteem kunnen 25 mensen er desnoods een jaar lang onafgebroken wonen.

Sinds 1982 heeft deze knappe alternatieve woonruimte gewacht op de geregelde bewoning die, sinds de oorlog in de Golf vorige week begon, nu dan toch een feit is. De grote 'Fuhrer-bunker', zoals Duitse bladen het bouwsel met historische zin noemen, moet dankzij 60 centimer dikke muren bestand zijn tegen bovengrondse bominslagen (ook nucleaire) en rust op een bed van kiezelzand en hard rubber. “Naar boven” zorgen vier ton zware stalen toegangsdeuren zonodig voor een hermetische afsluiting.

Toen de Iraakse leider ooit, in het begin van de jaren tachtig, juist begonnen was aan zijn negenjarige oorlog met het fundamentalistische Iran, en de Westelijke wereld stil-hartelijk hoopte dat beide partijen flink zouden winnen, is een Duits bouwbedrijf de grote internationale concurrentie voorgebleven en met deze order ter waarde van honderd miljoen mark gaan strijken. De bondsregering zorgde voor een export-kredietgarantie.

Het winnende bedrijf was de NV Boswau en Knauer uit Neuss bij Dusseldorf, dat toendertijd gebruik kon maken van voorspraak van zijn commissaris Hans-Jurgen Wischnewski. Deze nu 68-jarige oud-minister is alom erkend als vindingrijk internationaal bemiddelaar. Hoewel hij de Bondsdag op 2 december vorig jaar verliet geldt hij nog steeds als de SPD-specialist voor Arabische zaken, bijnaam 'Ben Wisch'. De dag voor, op 17 januari, de oorlog in de Golf begon was de vroegere staatsminister Wischnewski nog in Parijs om namens zijn partij te overleggen over het laatste, uiteindelijk mislukte, Franse vredesinitiatief.

Wischnewski - “ ik heb voor mijn bedrijf toen een goed woordje gedaan” - wijst erop dat in de vroege jaren tachtig alle Westelijke landen, ook de VS, Groot-Brittannie en Frankrijk, de Iraakse dictator te hulp zijn geschoten met wapens en goede raad en dat de levering van de ondergrondse bunker een civiel project betrof. “Ik zie geen reden om mezelf nu een verwijt te maken, Irak vroeg om levering van een ondergronds gastenverblijf dat bescherming bood tegen luchtaanvallen”, zegt hij vanmorgen in de Bildzeitung.

Het bouw- en ingenieursbedrijf Boswau en Knauer, dat inmiddels in andere handen is overgegaan, heeft de ondergrondse bunker in '81-'82 aangelegd. Het werk moest onder stricte geheimhouding geschieden en is voornamelijk gedaan door Filippijnse gastarbeiders, die Irak alweer lang geleden hebben verlaten. De bouwtekeningen moesten ter plaatse worden gemaakt en zijn na de voltooiing van het project door de Iraakse regering in beslag genomen.