De Vries: regels passende arbeid moeten strikter

DEN HAAG, 25 jan. - Minister De Vries (sociale zaken) overweegt een zodanige verscherping van de regels dat geen enkele werkloze na verloop van tijd meer werk kan weigeren.

Dit zei hij gisteren tijdens een vergadering van de Kamercommissie van sociale zaken over de verruiming van het begrip 'passende arbeid'.

“Naarmate de tijd langer wordt dat een werkloze geen werk heeft gevonden, wordt ook de kring groter waarin werk moet worden gezocht”, aldus De Vries.

De minister denkt aan drie fasen. Een eerste periode van ongeveer zes maanden, waarin het begrip 'passende arbeid' wordt afgemeten aan zaken als vooropleiding, loonhoogte, en het laatst verrichte werk.

Daarna volgt een periode waarin een werkloze minder eisen mag stellen. Hij moet genoegen nemen met banen die minder betalen, en waarvoor een lager opleidingsniveau is vereist. De reistijden kunnen langer worden. Ook tijdelijk werk en banen buiten de sector waar de werkloze gewend was te werken, moeten hiertoe worden gerekend. Tenslotte komt er een periode waarin volgens de minister “in beginsel alle arbeid passend moet worden geacht”.

De woordvoerders van CDA en VVD in de Kamercommissie steunden de minister hierin. De CDA-er De Leeuw pleitte voor een 'omkering van de bewijslast'. “Niet de vraag wat is passende arbeid, maar de vraag wat kunnen mensen in principe”, behoort volgens De Leeuw centraal te staan. Hij vroeg de minister op dit punt een wetswijziging voor te bereiden. Dit principe moet volgens hem ook worden uitgebreid naar de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

PvdA-woordvoerder Spieker was het niet eens met een verscherping van de regels. “Massa's mensen zijn er begin tachtiger jaren uitgeknikkerd”. Nu de krapte op de arbeidsmarkt verdwenen is vindt hij het niet terecht dat voor deze groep de regels worden verscherpt. Spieker is er op tegen dat het begrip 'passende arbeid' in algemeen geldende criteria wordt vastgelegd. “Dat staat op gespannen voet met de individuele benadering”.

Ook de oppositiepartijen D66 en Groen Links verzetten zich tegen het vastleggen in criteria. “We kunnen niet opeens moeilijk gaan doen over 'passende arbeid' nu blijkt dat er in bepaalde sectoren een aantal moeilijk vervulbare vacatures zijn”, zo stelde D66-woordvoerster Schimmel. Evenals de PvdA-er Spieker wees ze erop dat “als het om verplichtingen gaat” er een groot onderscheid wordt gemaakt tussen werkgevers en werknemers. Voor werkgevers geldt bijvoorbeeld niet de plicht om vacatures te melden bij het arbeidsbureau.

Samen met het CDA pleitte de VVD voor een strenger sanctiebeleid van sociale diensten en bedrijfsverenigingen. Staatssecretaris Ter Veld kwam de partijen daarin tegenmoet met de aankondiging burgers die misbruik van bijstand maken sneller en forser te zullen gaan straffen.

Gemeenten houden nu 3 tot 9 procent in op een uitkering als er fraude of werkweigering wordt geconstateerd. De straf wordt gespreid over een aantal maanden. Dat heeft volgens de staatssecretaris tot gevolg dat de sanctie nog nauwelijks als straf wordt ervaren.