Dassen houden van pindakaas

Vereniging Das en Boom; Rijksstraatweg 174; 6573 DG Beek-Ubbergen; tel: 08895-42294; giro 1565882. Kinderen tot en met 18 jaar zijn voor fl. 15, - jeugddonateur. Das en Boom is op afspraak te bezoeken.

Voordat ik hem zie heb ik hem al geroken: Ahorn verspreidt een doordringende dasselucht.

Hij ligt opgerold te slapen in een berg hooi, hij lijkt een beetje op een hond met een grijze vacht. In zijn hok staan twee onaangeroerde etensbakken, een gevuld met hondevoer en een halve appel, de ander met water. Zou het onze geur zijn of komt het door onze stemmen dat Ahorn opeens wakker schrikt? Nu zie ik pas zijn zwart-wit gestreepte dassegezicht en zijn grote zwarte neus die hij zenuwachtig in de lucht steekt. Trillend blijft hij in een hoekje zitten. O, wat zou ik hem graag willen aaien en troosten.

Ahorn is een van de dassen die tijdelijk wonen in het dassenopvangcentrum van de Vereniging Das en Boom. Deze vereniging werd tien jaar geleden opgericht om Nederlandse dassen voor uitsterven te behoeden. De vereniging protesteert bij voorbeeld tegen gemeenten in ons land die huizen willen bouwen op grond waar dassen hun burchten (dasseholen) hebben gegraven. Onder autowegen laten zetunnels voor dassen aanleggen; dit doen ze op plaatsen waar wissels (dat zijn de paden die dassen altijd lopen) een weg kruisen.

Als er toch een das wordt overreden - en dat gebeurt helaas maar al te vaak - gaan de medewerkers van Das en Boom in de omgeving naar overgebleven familieleden zoeken. Een dode moederdas kan betekenen dat er nog jongen in de burcht zijn, te klein om op eigen houtje de wereld te verkennen. Ze worden overgebracht naar het opvangcentrum; ook gewonde dassen komen daar terecht.

Om de dassen te kunnen verzorgen moeten ze uit hun hol gehaald worden. Een lastig karwei. Maar je kunt ze lokken met een smeersel van honing, pindakaas en meelkoekjes, daar zijn ze dol op. Jaap Dirkmaat, een van de oprichters van Das en Boom, vertelt dat dassen zo schuw zijn dat ze zich hebben aangeleerd 's nachts hun voedsel te zoeken, hoewel ze met hun kleine oogjes in het donker slecht zien. Het geluid dat ze maken is te vergelijken met het gegrauw en gesnauw van vechtende katten, maar dan zwaarder.

Dassen zijn omnivoren (alleseters): ze vinden mollen, egels, regenwormen, konijntjes en larven van insekten lekker, maar ook mais, fruit, aardbeien en bessen. Ze zoeken hun voedsel bij voorkeur in drassige weilanden, in de buurt van water. Hun burchten maken ze op de hoger gelegen gebieden, op rivierduinen, zodat ze niet kunnen overstromen.

Met hun gespierde voorpoten waaraan lange, scherpe nagels zitten, graven ze hun holen. Alles wat ze niet kunnen gebruiken duwen ze naar buiten, ook stenen van een paar kilo. Zo ontstaat voor de ingang een hoge wal van puin en afval. De burchten zijn vaak eeuwen oud, sommige dateren van voor de Romeinse tijd. Ze hebben talloze gangen, kamers en loodrecht omhoog gegraven luchtkokers. De grootste burcht ooit gevonden ligt in Nederland, die was net zo groot als twee voetbalvelden. De burcht is verwoest toen er een crossveld van werd gemaakt.

Dassen kunnen niet zonder buren. Ze sterven uit als de territoria van ongeveer tien andere families niet op loopafstand van elkaar liggen. Een das die alleen overblijft gaat zwerven, op zoek naar een partner, maar de kans is klein dat hij die vindt. Dassen passeren elkaar vaak rakelings zonder dat ze het merken. Op die manier leggen ze grote afstanden af; zo ging een das uit Staphorst op pad en verdronk later in een kanaal bij Delfzijl.

Er wonen nu nog ongeveer 1200 dassen in Nederland. Das en Boom doet er alles aan om te voorkomen dat dit aantal kleiner wordt.

    • Noor Hellmann