Bommen op Bagdad, de oliesjeiks in de disco

NEW YORK - Met de oorlog gaat het goed, zegt president Bush. De aanvallen verlopen volgens plan, verklaren de generaals.

Tegen het einde van de week nadert het aantal aanvalsvluchten de twintigduizend. Het wordt duidelijk dat de Amerikanen voorlopig - wat is voorlopig? - nog niet aan een landoorlog willen en dit om voor de hand liggende redenen. De luchtaanvallen hebben nog niet die schade aangericht waardoor het aantal slachtoffers van de strijd te land tot een minimum beperkt kan blijven - wat is een minimum? - en na de opwinding van de eerste dagen waarin men een militaire wandeling aanstaande achtte, komt men nu tot de slotsom dat de Iraakse strijdkrachten nog goeddeels intact zijn. Een blitz is het niet meer, en een Verdun wil men vermijden. Dit betekent dat de oorlog langer gaat duren. Het 'murw maken' vanuit de lucht wordt voortgezet.

Wat dat 'murw maken' precies te betekenen heeft, wat de resultaten zijn, is ook na de laatste persconferenties niet duidelijk geworden. In het midden van de week is bij de Amerikaanse pers ergernis ontstaan. Het kon wezen dat uit strategische overwegingen allerlei geheimen bewaard moesten blijven, maar het publiek kon niet eeuwig tevreden worden gehouden met films over raketten die bij de vijand door de deur naar binnen kwamen. Twijfel en ongeloof, waarschuwde The New York Times, zouden zich van de openbare mening meester maken, en in een oorlog van nog geen week oud was dat een veeg teken. Door de persconferenties daarna is men intussen niet veel wijzer geworden.

Wat voor het Amerikaanse publiek in dit geval geldt, is ook waar voor de rest van de wereld. In deze oorlog, die de facto al geen oorlog meer van de Verenigde Naties is, maar van de Amerikanen met de Westelijke en een paar Arabische bondgenoten, hebben zich intussen vier fronten ontwikkeld: dat waar gevochten wordt, het front van de Arabische publieke opinie, dat van de bondgenoten die min of meer, of nog niet meedoen, het thuisfront en ten slotte het oostelijk front dat de grootste aandacht vroeg voor 2 augustus 1990 en waar het intussen niet stil is gebleven.

Het gevechtsfront zal volgens de jongste vooruitzichten een langer leven zijn beschoren dan men vorige week nog dacht. Dit heeft een regelrechte invloed op de Arabische wereld. Saddam heeft de eerste moordende slagen doorstaan en de Amerikanen hebben er geen misverstand over laten bestaan dat ze moordend waren. Daardoor stijgt hij in de achting van de hele Arabische wereld. Degenen die hem eerst als een verloren zaak zagen, krijgen weer moed. De eerste die dat blijkbaar voelt is president Mubarak met zijn strijdmacht van vijfenveertig duizend man aan het front. De oppositie tegen zijn radicale anti-Saddam-houding neemt toe. Als Mubarak in het openbaar wordt aangetast, als de massa's op straat zouden komen tegen deze sterke man, kan dat een voorbeeld zijn voor het publiek in andere Arabische landen om zich ook niet onbetuigd te laten. Het verzet in de maghreb groeit, dat wordt tot in Frankrijk gemerkt. En er is een scenario denkbaar waarin de Egyptenaren na lange tijd weer eens een aanzet geven. Met andere woorden: een langere oorlog die op deze voet wordt voortgezet, spaart Amerikaanse levens maar het pro Amerikaanse front in de Arabische wereld wordt er niet sterker op. Een bijkomstigheid is dat de Koeweitse vorsten om wier soevereiniteit het allemaal is begonnen, ook de blitz maken, niet aan het front maar in de disco's van Kairo. Bommen op Bagdad, de oliesjeiks in de disco's, het lijkt wel of de heren van de vijfde kolonne zijn.

Aan het front van de bondgenoten gaat het ook niet helemaal naar wens. In Japan is een conflict ontstaan over het bedrag - tussen de vijf en tien miljard dollar - als bijdrage tot Desert Storm en het beschikbaar stellen van militaire vliegtuigen om vluchtelingen te evacueren. Aan de andere kant hebben de bondgenoten die deel uitmaken van de militaire coalitie geen pogingen ondernomen, zich van hun verplichtingen te distantieren. De Britten hebben intussen de zwaartste verliezen in de lucht geleden; de Fransen zijn voor het eerst met hun Mirages de grens van Irak gepasseerd waar ze misschien de Mirages van Saddam ontmoeten.

Blijft over: het oostelijke front, de problemen in de Sovjet-Unie, de pogingen van Moskou om de onafhankelijkheidsbeweging in de Baltische landen met geweld te onderdrukken. Die ontwikkeling wekt natuurlijk een moreel protest, vooral omdat naar de maatstaven van democratisch fatsoen president Landsbergis van Litouwen de steun meer verdient dan de emirs van Koeweit. Maar Washington kan zich niet overal tegelijk inspannen om de Pax Americana te vestigen.

Naar de uitslagen van de polls gemeten, heeft president Bush het de eerste week goed gedaan: 77 procent staat achter hem en zelfs wil 91 procent Saddam dood of achter de tralies hebben. De enige oppositie waarvan men op het ogeblik niet veel hoort, bestaat uit mensen die beweren dat het geld voor de oorlog beter besteed had kunnen worden: aan de daklozen, het onderwijs, de publieke voorzieningen, de wegen en de bruggen. De bond van onderwijzers in de staat New York heeft zendtijd op de radio gekocht om te protesteren tegen de bezuinigingen; de gouverneur, Cuomo, heeft zojuist bekend gemaakt dat hij zeshonderd miljoen extra te kort komt; het afgelopen jaar zijn in de stad New York tweeduizend moorden gepleegd; burgemeester Dinkins komt miljoenen te kort voor zijn plan tot uitbreiding van de politie.

Het komt allemaal als de oorlog in de Golf is gewonnen. Vanavond (New Yorkse tijd) werd het nieuws voornamelijk in beslag genomen door de Saoedische piloot, de eerste in deze oorlog die achter elkaar twee Irakezen had neergeschoten.

    • H. J. A. Hofland
    • Martin van Amerongen
    • Commentator Nrc Handelsblad